<< First  < Prev   1   2   3   4   5   ...   Next >  Last >> 
  • 15 May 2022 08:13 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    From 10 million euro venture capital to 1 billion euro market value in 5 years from now


    THE END OF INSURANCE AS WE KNOW IT
    The premium volume in the insurance industry amounts to no less than 4000 billion euros worldwide. Many times larger than the cab industry (200 billion) and the hotel industry (1000 billion) in which Uber and Airbnb disruptively excel. This knowledge makes it remarkable that disruption has so far remained absent from the insurance sector. Now, however, there is 'RiskShare'. A p2p risk sharing platform with mutually agreed terms and 60% lower premiums advised and distributed by advisors with a fixed advisory income up to €90,000 per year. RiskShare literally puts p2p risk sharing at our fingertips with no more than smartphone and internet.

    THE WORLD'S FIRST AND ONLY
    RiskShare is the world's first and only true p2p risk sharing platform. RiskShare gives insurance back to insureds. And in such a way that they only pay premiums for each other's claims without the intervention of an insurer or reinsurer and therefore without costs: 30%, profits: 10% and taxes: 20%. As a result, premiums are 60% lower than for traditional insurance. RiskShare has no expensive buildings, no directors, no chiefs and no back office staff. Everything is fully automatic. Digital and online. It's all about codes.

    THE RISKSHARE SUCCESS FACTORS
    *Billions of people worldwide want to switch to 60% lower insurance premiums
    *Millions of advisors worldwide want an advisory income up to €90,000 per year
    *Riskshare is a network without authority, so no government regulations apply.

    PREMIUMS
    96% of all transactions in the insurance industry involve the collection of premiums. RiskShare has an automated collection process. After in the RiskShare app the premium calculation en closing or cancellation have been completed, the client is forwarded to PayPal that automatically handles the direct debit or termination. All premiums are verifiably stored on the private blockchain. This process provides maximum scalability to grow to many millions of clients and transactions without additional deployment of manpower and systems.

    CLAIMS
    4% of all transactions involve payments to claims. In the RiskShare app, client reports the claim to his or her advisor. Advisor and expert assess the claim. Expert creates a payment link. Advisor approves the link. Client activates the link and accepts the claim settlement by crediting to his or her PayPal account. Premiums are automatically recalculated daily to cover the claims paid on that day. All claims are verifiably stored on the private blockchainTransparency and social control rule out fraudulent claims.

    RISKSHARE DISTRIBUTION MODEL
    Risk sharing is advised and distributed by independent advisors. Clients choose an advisor for an advisory subscription. Advisors, in consultation with their clients, specify the risk sharing schemes to be programmed. Advisors are the first and only point of contact for clients and claims and therefore client responsible. Advisors pay a fee per client to the platform. Advisors do not need a government license.

    RISKSHARE REVENUE MODEL
    Clients: 60% premium benefit through p2p risk sharing
    Advisors: €90,000 per year of subscriptions from 150 clients
    Platform: €96 per year per client platform fee by the advisor

    PLATFORM REVENUE MODEL AT 1 MILLION CLIENTS
    Turnover €96,000,000

    Costs €10,000,000
    Profit €86,000,000

    OBJECTIVE
    The objective is in 5 years a platform with 5,000 advisors and 1,000,000 clients. At a valuation of 12 times the profit, the platform will then have a market value of €1,000,000,000 (one billion euro). An IPO will then be considered. From 10 million euro venture capital to 1 billion euro market value in 5 years from now.

    PROFESSIONAL AND SOCIAL NETWORK
    RiskShare can become a professional and social network. A professional and social network is a group of people who maintain valuable contacts with each other. Such a network is invaluable because it exchanges information, knowledge, recommendations and reviews. In 2020, more than 80% of all Internet users were active in professional and/or social networks.

    RISKSHARE AS A GLOBAL PLAYER
    The platform can easily be rolled out to all corners of the world in the local language and local currency, outside of laws and regulations. What Uber is to transportation and Airbnb is to lodging, RiskShare is to risk sharing. Following in the footsteps of Uber and Airbnb, a 'RiskShare' platform in every country in the world.

    STEPS TO TAKE BEFORE LAUNCH
    €10,000,000 in venture capital is needed for *assembling commercial and technical staff teams, *building franchise partnerships of financial, tax, legal and medical advisors, *programming the risk sharing schemes and for *promotional actions. Planned launch date January 1, 2023.

    For more information, see the Dutch Whitepaper.
    We look forward to your proposal for a joint venture or acquisition.

    Remmelt Bossema
    platform architect

    +31653374097
    rbossema@riskshare.nl

    Burgemeester Kolfschotenstraat 4
    5616 DD Eindhoven Netherlands


    PRIVATE BLOCKCHAIN

    • Blockchain are linked transactions that cannot be changed or deleted
    • Consensus is required before a transaction is added to the blockchain
    • Private by participation of only verified and identified participants
    • Participants have visibility of all transactions stored on the blockchain



  • 08 May 2022 13:26 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Het voorstel voor een verplichte AOV stuit op grote problemen in de uitvoering. Daardoor duurt zo'n verzekering waarschijnlijk nog 'jaren', zegt demissionair minister Koolmees. VZN pleit ervoor om niet verder te praten over een verplichte AOV voor zzp’ers, die toen niet direct betrokken waren. 'Alleen een basisvoorziening voor arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden kan op draagvlak rekenen', stelt voorzitter Cristel van de Ven.

    Checklist wab wetgeving werkgevers koolmees

    Foto: ANP.

    Vorig jaar presenteerden de organisaties in de Stichting van de Arbeid een voorstel tot een verzekeringsstelsel. Daarmee moeten zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) uiteindelijk verplicht worden zich te verzekeren voor het geval ze niet meer kunnen werken, zodat ze zich zeker stellen van een inkomen als ze arbeidsongeschikt raken.

    Hier moeten ze maandelijks een premie voor betalen. Deze verplichting is afgesproken in het pensioenakkoord, omdat de linkse partijen en de vakbonden het een belangrijkste stap vinden om het verschil tussen zelfstandigen en werknemers in dienst te verkleinen.

    Even terug in de tijd, lees mee, met de kennis van nu: Pensioenakkoord en AOV: zzp'ers roeren zich op social media

    Cristel van de Ven, voorzitter van de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN), zegt dat de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers als een konijn uit de hoge hoed kwam bij het afsluiten van het pensioenakkoord. ,,Tijdens de onderhandelingen tussen werkgeversorganisaties en vakbonden over de oudedagsvoorziening van werknemers, werd als voorwaarde meegenomen dat zzp’ers zich verplicht tegen langdurig verzuim moeten gaan verzekeren."

    'Verplichte AOV is doorn in oog zelfstandig ondernemers'

    ,,Die twee onderwerpen hebben niets met elkaar te maken. Bij die onderhandelingen werd er niet met zelfstandigen gesproken, maar wel over hen. En er werd bovendien voor hen besloten. De verplichte AOV voor zzp’ers is dan ook een doorn in het oog voor zelfstandig ondernemers”.

    Belangrijk aspect van het voorstel was dat zelfstandigen veel 'keuzevrijheid' kregen, waardoor de hoogte van de premie flink kan verschillen. Ook is er een 'opt-out' voor zelfstandigen met een afdoende private verzekering. Het kabinet vindt deze onderdelen belangrijk, omdat zelfstandigen flink van elkaar verschillen. Maar nadat Koolmees het voorstel had voorgelegd aan de beoogde uitvoerders UWV en Belastingdienst, bleek dat juist dat aspect uitvoeringsproblemen met zich meebrengt.

    'Alternatieve manieren om verplichte verzekering te regelen'

    Daardoor kijkt de bewindsman nu naar alternatieve manieren om de verplichte verzekering te regelen, hoewel hij wel zoekt naar een mogelijkheid die "recht doet aan het advies van de Stichting". Er wordt gekeken of de regeling misschien bij een andere wet kan aansluiten. Hoewel de invoering van de arbeidsongeschiktheidsverzekering officieel aan een nieuw kabinet is, blijft Koolmees in gesprek met de uitvoerders en de belangenorganisaties om tot een nieuw plan te komen.

    Lees ook: VZN: 'Alleen van hoop kun je niet leven. Overheidssteun voor zelfstandigen in nood'

    VZN: 'Geen verplichte AOV voor zzp'ers, maar voor alle werkenden'

    Nu het huidige plan op 'de korte termijn' niet uitvoerbaar blijkt, pleit VZN ervoor om niet verder te praten over een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. Alleen een basisvoorziening voor arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden kan op draagvlak rekenen.

    Een publieke arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden lijkt bovendien gemakkelijker uitvoerbaar. VZN stelt voor om de gesprekken vanaf nu daarop te richten, met dit keer ook een onafhankelijke vertegenwoordiging van zelfstandigen aan de maatschappelijke overlegtafels.

  • 06 May 2022 12:26 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zzp’ers zal nog jaren op zich laten wachten. Aan het huidige voorstel zitten te veel haken en ogen en dus wil minister Wouter Koolmees met een schone lei beginnen.

    Er is veel over te doen: zzp’ers die zichzelf vanwege de hoge kosten niet verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, maar in de financiële problemen komen als ze door een val van het dak niet meer kunnen werken. Slechts drie op de tien zzp’ers in de bouw heeft volgens het CBS een aov afgesloten. In de installatiesector werken zo’n 16.000 zzp’ers.

    In bescherming nemen

    Veel partijen willen zzp’ers tegen zichzelf in bescherming nemen door hen te verplichten zich te laten verzekeren, net zoals werknemers verzekerd zijn tegen arbeidsongeschiktheid. Ook branchevereniging Techniek Nederland is voorstander van een verplichte aov voor zzp’ers. Veel zzp’ers willen hier echter niks van weten: zij vinden dat zij als ondernemer het recht hebben zelf een keus te kunnen maken.

    Vorig jaar werd hierover een knoop doorgehakt door werkgevers- en werknemersorganisaties: er zou een verplichte aov voor zzp’ers moeten komen, met een maximale uitkering van 1.650 euro bruto per maand.

    Te complex

    Maar in een haalbaarheidsstudie komt de belastingdienst nu tot de conclusie dat de plannen zoals ze op papier stonden bijna onuitvoerbaar zijn. Zo is het lastig om te bepalen wie nu precies wel en precies niet onder de regeling valt. Daarnaast is er simpel onder het zzp-schap uit te komen door iemand een nulurencontract aan te bieden. “In zijn totaliteit kan de Belastingdienst de groepen niet afbakenen”, aldus de fiscus in het rapport.

    Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid laat daarom nu weten te kiezen voor “een andere aanvliegroute”, waarvan het hoe dan ook nog jaren kost om die “van tekentafel naar praktijk om te zetten”.

    Ook zelfstandige met personeel

    Een eerste aanzet van die nieuwe aanvliegroute heeft Koolmees echter al wel gemaakt. En daaruit blijkt dat hij iedereen in de regeling op wil nemen die aangemerkt kan worden als ‘winstgenieter’. Dat betekent dat straks ook zelfstandigen mét personeel binnen de definitie vallen en verplicht verzekerd moeten worden. Techniek Nederland heeft ook een wensenlijstje, zegt woordvoerder Dick Reijman. “Wij vinden dat maatwerk mogelijk moet zijn. Daarbij denken wij aan bijvoorbeeld de mogelijkheid om te kiezen voor een korter of langer eigen risico en variatie in de dekking.”

  • 08 Mar 2022 14:16 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    The insurance industry across the world is on a high note. An average insurance penetration worldwide was around 7.2% in 2019, as per a report, but despite the Covid-19, it looks set to increase in the coming years. This could be the reason why insurtech companies are looking to disrupt the market by developing digital insurance platforms with insurance companies and suppliers.

    Raises €24.7M

    In a recent development, German digital insurance company, Getsafe, has raised $30M (approx €24.7M) in its Series B round of funding led by Swiss Re’s digital platform iptiQ. This brings Getsafe’s total funding to $53M (approx €43.7M), to date. Existing investors, including Earlybird, CommerzVentures, btov Partners, and Capnamic Ventures, also participated in this round.

    Use of the funds

    Explaining how the funds will be utilised, Christian Wiens, founder, and CEO of Getsafe says, “The latest funding will allow us to significantly accelerate our growth, to consolidate our position as market leader among millennials in Germany, and to expand into other European markets.”

    Besides, Getsafe states that it intends to extend its funding with a second tranche to be closed ahead of the receipt of its own insurance license, scheduled for the first half of 2021.

    About Getsafe

    Founded in 2014 by Christian Wiens and Marius Blaesing, Getsafe is a digital insurance company that helps people “cover themselves and their universe simply from their smartphone.”

    Getsafe claims to use technology and machine learning to create an entirely new insurance experience. Through the Getsafe app, customers can take out insurance, view, and change any of their personal or insurance details at any time. The platform has also developed a claims chatbot, Carla, that’s available 24 hours a day to answer questions and report claims; empowering customers to claim or change their coverage in real-time.

    The company offers digital insurance products in all lines of business, including property, health, and life.

    In the future, Getsafe wants to deliver products and services to customers even faster. Therefore, the company applied for a property and casualty insurance license from the Federal Financial Supervisory Authority (BaFin) earlier this year. 

    “We want to inspire and positively surprise people with a digital customer experience. What we have seen so far in terms of innovation in the insurance market is just the tip of the iceberg”, says Wiens.

    Growth and development

    In past one year, Getsafe has entered the British market, increased its number of customers to more than 150,000, and now employs over 120 people. 

    Christian Wiens explains, “In the middle of one of the biggest economic crises in history, we have undergone rapid development and established ourselves as an insurance company for consumers with a preference for digital channels. However, we are still at the beginning of our journey and have plenty to do to make insurance more digital throughout Europe.”

    Earlier in November, Getsafe and iptiQ jointly launched a smartphone-based car insurance product in Germany. Now, users can purchase insurance with the Getsafe app, file a claim, and manage their policy in real-time. The company explains that this technology-driven approach lays the foundation for the future, wherein anonymous smartphone data from millions of people can help analyse and detect dangerous driving behaviour and better prevent accidents at an early stage.

    Getsafe’s strategy to grow with their young customer base is paying off as already 30% of revenues are generated by customers buying additional policies with the company.

    Christian Wiens says in a press release, “Over the last two years, we have shown that our product meets a core need for the young, tech-savvy generation. With our insurance delivered through your smartphone, we are developing a product that fits perfectly with the living and communication habits of this generation.”

    In June 2019, the German startup had raised €15M in its Series A round. The round was led by Earlybird along with participation from CommerzVentures and other existing investors. The company also won the Fintech Germany Award as outstanding German Insurtech, in September this year.

  • 07 Jan 2022 07:46 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Financieel Dagblad  5 januari 2022  Eva Schram en Jan Fred van Wijnen

    Voor Amerikanen zijn de Nederlandse start-ups aantrekkelijke investeringen. Ze zijn lager gewaardeerd dan beginnende tech bedrijven op de oververhitte markt in de VS. Om deze investeerders met jonge bedrijven in contact te brengen zijn verschillende initiatieven ontplooid.

    Dat investeerders uit Amerika massaal naar Nederland trekken is terug te zien in de cijfers. 'Bij ongeveer een op de vijf deals in 2021 was tenminste één Amerikaanse investeerder betrokken.' Illustratie: iStock/FD Studio

    In het kort

    De helft van het durfkapitaal voor Nederlandse techbedrijven kwam vorig jaar uit de VS.

    Het meeste Amerikaanse geld ging naar 'scale-ups' en minder naar vroege start-ups.

    Verschillende initiatieven hopen dit gat voor de vroege start-ups te dichten.

    In het chique restaurant Brasserie Ambassade aan de Amsterdamse Herengracht komen medio december, vlak voor de nieuwe lockdown, achttien Nederlandse start-up oprichters samen. Op het menu staat gekonfijte eendenbout. Naast de tech ondernemers is ook een durfinvesteerder uit de VS aangeschoven, en verschillende partners van vijf Nederlandse investeerders.

    'De Herengracht is natuurlijk een leuke plek voor Amerikanen', zegt Dirk Huibers. Hij is mede-oprichter van Spotr.ai, een tech bedrijf dat begin vorig jaar zijn eerste 'seed kapitaal' van €2,5 mln ophaalde, en volgend jaar opnieuw bij investeerders langs wil. De sfeer schetst hij als 'gemoedelijk en informeel'. Voor de ondernemers is het een mooie kans om contacten te leggen met potentiële investeerders.

    De lunch is een initiatief van DutchTechInc, een nieuw platform voor contacten tussen financiers en tech ondernemers. Het is opgezet door Oliver Binkhorst, een Nederlander in Californië. Hij wil Amerikaans geld, Nederlands geld en start-up oprichters bij elkaar brengen. De 'founder lunches' zijn maar een voorbeeld, zegt hij. Het kan ook rustig zonder fysieke ontmoeting. 'Door de pandemie zie je dat Amerikaanse investeerders veel meer bereid zijn om transacties op afstand te doen. De fysieke aanwezigheid in de VS of Californië die eerst noodzakelijk was, is minder belangrijk geworden.'

    Veel geld naar megarondes

    Dat investeerders uit Amerika massaal naar Nederland trekken is terug te zien in de cijfers. Vorig jaar hebben Nederlandse start-ups een recordbedrag aan dollars opgehaald om hun groeiplannen te financieren. Van de €5,5 mrd aan durfkapitaal kwam vorig jaar de helft uit de Verenigde Staten. Twee jaar geleden was dat nog 10%, volgens databureau Dealroom.co. Of zoals Thomas Mensink, van databureau Golden Egg Check, het stelt: 'Bij ongeveer een op de vijf deals was tenminste één Amerikaanse investeerder betrokken.'

    Een deel van het geld ging naar grote investeringsrondes. In het voorjaar van 2021 haalde het Amsterdamse softwarebedrijf Message Bird €662 mln op. Voor een groot deel kwam dat van Amerikaanse investeerders als Accell, Tiger Global Management en Blackrock. Ook fintech bedrijf Mollie uit Amsterdam, dat afgelopen zomer €665 mln ophaalde, werd vrijwel volledig door Amerikaanse fondsen gefinancierd. De ronde van €600 mln die web supermarkt Picnic in september collecteerde, werd geleid door de Bill & Melinda Gates Foundation Trust.

    Deze Nederlandse megarondes laten zien waar Amerikaanse investeerders vooral in geïnteresseerd zijn: het financieren van late stage-bedrijven (in Nederland ook wel scale-ups genoemd; start-ups die de eerste fase hebben overleefd en het eerste succes hebben behaald).

    Investeren online

    Dit beeld wordt bevestigd door de Nederlandse investeerder Johan van Mil, van het fonds Peak. Amerikaanse collega's benaderen hem vaak, zegt hij. Bij voorkeur stappen ze in als een start-up al een stuk volwassener is, met een maandelijkse omzet van €150.000. Sinds het uitbreken van de coronacrisis spreekt Van Mil geregeld online met Amerikaanse investeerders: 'Ze doen ook volledige deals op grond van videogesprekken.'

    ‘Amerikaanse investeerders doen ook volledige deals op grond van videogesprekken’

    Johan van Mil, Peak

    De Amerikanen concentreren zich op Europese steden waar veel start-ups ontstaan: Londen, Parijs, Berlijn, Amsterdam en Stockholm. Ook in deze 'tech hubs' rukt de dollar op, zo blijkt uit de Dealroom-data: van de ruim $93 mrd die Europese start-ups vorig jaar hebben opgehaald, kwam meer dan een derde ($33,9 mrd) uit de VS. Twee jaar daarvoor was het nog een kwart.

    Voor het zoeken van hele jonge bedrijven maken de Amerikanen ook gebruik van 'venture scouts', zegt Van Mil. Dat zijn lokale ondernemers, die maximaal $500.000 krijgen om namens de durfinvesteerder een belang te nemen in een veelbelovend tech bedrijf dat zijn eerste product nog moet lanceren. Ook Peak gebruikt zulke scouts, maar dan met investeringsbedragen tot €100.000.

    Wederzijds aantrekkelijk

    Voor Amerikanen zijn de Nederlandse start-ups aantrekkelijke investeringen. Ze zijn lager gewaardeerd dan jonge techbedrijven op de oververhitte markt in de VS. Het omgekeerde is ook waar: voor Nederlandse ondernemers zijn Amerikaanse investeerders interessant, omdat ze meer bieden dan hun Nederlandse concurrenten.

    Voor Rick Lamers en Yannick Perrenet, van data start-up Orchest, was dit één reden om hun 'seed-ronde' van $3,5 mln dit najaar op te halen bij Amerikaanse investeerders. 'Uiteindelijk is de financiering ook gewoon een marktplaats. Je gaat daarheen waar het meest wordt geboden voor je product', zegt Lamers. De specifieke kennis over zijn marktsector speelt ook een rol: 'Nederlandse venture capital firma's weten gewoon niet zoveel van ons domein, developer tools.'

    ‘Uiteindelijk is de financiering ook gewoon een marktplaats. Je gaat daarheen waar het meest wordt geboden voor je product’

    Rick Lamers, Orchest

    Lamers en Yerrenet zijn ook aangesloten bij het onlineplatform van Binkhorst, die de fundraising lunches in Nederland organiseert. Dit digitale gedeelte is vooral educatief, zegt Binkhorst: 'Jonge, onbekende start-ups uit Nederland worden in contact gebracht met buitenlandse investeerders en ze leren van Nederlandse ondernemers die hier ervaring mee hebben.'

    Angels investors

    Binkhorst is niet de enige die jonge start-ups wil helpen aan Amerikaans geld. Zo is er ook een netwerk van 'angel investors': Operator Exchange, opgezet door een groep Nederlanders die in Silicon Valley hebben gewerkt. De angels zijn vaak voormalige ondernemers die kleine investeringen doen.

    Ook de Nederlandse investeerder Unknown Group lanceert komend voorjaar een fonds, speciaal voor Nederlandse investeerders of Amerikanen 'met een oranje hart'. Ceo Hendrik Halbe van Unknown wil met dit fonds 'een brug slaan' naar investeerders die pas mee doen bij de eerste serieuze investeringsronde, de zogeheten serie A. 'Wij richten ons op Nederlandse start-ups die voor hun opschaling een duwtje in de rug nodig hebben', zegt Halbe. Zijn nieuwe fonds begint betrekkelijk klein, maar hij hoopt door te groeien naar een omvang van €60 mln tot €100 mln. Halbe's voorbeeld is het Israëlische UpWest, dat in 2012 ook klein begon en nu een flinke aanjager is van de Israëlische techwereld.

    En dan is er nog het Nederlandse consulaat in San Francisco, dat al jaren het mentorprogramma 'Holland in the Valley' biedt. Daarin geven succesvolle Nederlanders uit Silicon Valley advies aan ondernemers in hun moederland.

    In Amerikaanse handen

    De toename van Amerikaans kapitaal in Nederlandse start-ups betekent een flinke impuls voor de snelgroeiende tech bedrijven. Maar het betekent ook dat steeds meer aandelen van Nederlandse bedrijven in Amerikaanse handen vallen, en met de aandelen ook steeds meer zeggenschap. Is dat een probleem?

    Niet echt, vindt angel investor Rene Bonvanie. Hij werkte de afgelopen 25 jaar in Silicon Valley bij IT-bedrijf Oracle en Palo Alto Networks, een cybersecurityfirma. Als angel is hij betrokken bij het nieuwe fonds van Unknown, en hij is mentor bij het programma Holland in the Valley van het Nederlandse consulaat. Ten eerste is de verwachting dat de ondernemers die nu profiteren van het Amerikaanse kapitaal op den duur zelf zo succesvol worden dat ze als angel investor weer investeren in het Nederlandse ecosysteem.

    Niet alleen financiering

    Maar bovenal is 'het belangrijkste dat we het juiste kapitaal bij de juiste mensen krijgen', zegt Bonvanie. 'Het gaat niet alleen om financiering. Een ondernemer wil ook in zee gaan met iemand die de juiste contacten op de Amerikaanse markt heeft, die analisten in dienst heeft voor hulp bij marktonderzoek, en die expertise heeft in de sector waarin het bedrijf opereert. Het zou leuk zijn als dat altijd bij Nederlandse investeerders zou kunnen. Maar vaak dat is niet zo.'

  • 05 Jan 2022 10:46 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Examenzaal via Pixabay

    Wat zijn uw ervaringen met het PE-examen, dat sinds 1 april meer dieptevragen kent? Een adviseur meldt niet hoger te komen dan een 5, ondanks meerdere herexamens. Hij roept de opleiders op om de voorbereidende training zo snel mogelijk af te stemmen op de nieuwe realiteit. U kunt uw ervaringen kwijt in het reactievak onder dit bericht.

    De adviseur: “Ik ken collega’s die met hetzelfde zitten, de een is al meer dan vier keer op geweest, een ander reeds zes keer. Oefenvragen, daar slagen wij ruim voor. Maar het eigenlijke examen is complexer. Ook is er geen vervolgtraining voor degenen die niet binnen drie keer slagen. Het kan toch niet zo zijn dat we hierdoor moeten stoppen met ons vak. Het zou zonde zijn als adviseurs hierdoor zouden afhaken met alle gevolgen van dien.”

    Lindenhaeghe schreef onlangs: “De laatste tijd valt ons op dat er iets is veranderd in de manier van vragenstellen door het CDFD. Waar voorheen veel vragen in casusvorm voorkwamen, gerelateerd aan algemene en brede onderwerpen, zien we steeds vaker detailvragen voorbijkomen. Vrij specialistische vragen die je echt alleen maar kunt weten als je de stof bestudeerd hebt.

    “Onze conclusie is dat examenkandidaten zich anders moeten gaan voorbereiden om te kunnen slagen. Naast een training om de onderwerpen goed te behandelen en ook de vraagmethodiek te bespreken, wordt echt meer (zelf)studie verwacht. Doe je dat niet, dan daalt je slagingskans behoorlijk. Simpelweg omdat je de antwoorden niet weet. Het CDFD wil op deze manier voorkomen dat cursisten na een korte training slagen, zonder dat ze zich inhoudelijk echt in de materie verdiept hebben.”

    De zomertip van de Lindenhaeghe-trainers: “Wil je het PE-examen halen, duik dan echt even de boeken in. Doorloop de E-learning, oefen met Slim leren, oefenexamens en zet de puntjes op de i met een examentraining. Zie zo’n training echt als extra boost, iets dat nog nét even wat extra’s geeft. Maar laat je poging niet alleen van een korte training afhangen. Daarmee red je het niet meer.”

    De adviseur zou in ieder geval graag zien dat de oefenvragen meer aansluiten bij de huidige PE-examens.

    De jongste CDFD-cijfers laten zien dat nog veel adviseurs opmoeten voor hun PE-examen(s) 2019-2022. Dat kan nog tot 1 april volgend jaar. Stakeholders wijzen op het belang om tijdig examen te doen, omdat het steeds drukker zal worden naarmate het einde van deze PE-periode nadert. Terwijl de vragen sinds 1 april jongstleden dus meer de diepte ingaan en met een korte examentraining niet meer lijkt te kunnen worden volstaan.

  • 03 Jan 2022 09:36 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Tot zes jaar geleden had Nederland nog een verzekeringslabel dat zich volledig op vrouwen richtte. Een autoverzekering met een unieke aanpak die bijna meteen na de introductie bovenaan de testlijstjes prijkte. Toch trok eigenaar Aegon in 2017 de stekker uit het project. Medeoprichter Peter de Boer vertelt over de rise and fall van wat eens de beste autoverzekering van Nederland was: Onna-Onna.

    De rise and fall van een vrouwenverzekeraar: Onna-Onna

    Als vijf marketingmannen op een vrijdagmiddagborrel in 2007 klagen dat er zo weinig beklijft van de ideeën die ze bedenken voor verzekeraars, roept iemand bluffend dat ze het zelf ongetwijfeld beter kunnen. Een boude uitspraak. De economie draait na de dotcom-crisis inmiddels weer op volle toeren, maar de Nederlandse autoverzekeringsmarkt schrijft jaar na jaar rode cijfers.

    “Stoere borrelpraat”, zegt De Boer over die middag met Jan Heuvel, Lex Orie, Reggie de Feniks en Maurik van den Heuvel. Met autoverzekeringen was geen droog brood te verdienen. Het rendement op elke geïnvesteerde premie-euro was voor de verzekeraars hoog genoeg om de paar procent verlies op de schadelast voor lief te nemen. Een beginnende speler die zich niet tegelijkertijd als belegger manifesteerde had niks op de autoverzekeringsmarkt te zoeken.

    Het genderperspectief

    “Tot we een rapport onder ogen kregen waarin het genderperspectief werd onderzocht op allerlei soorten diensten”, vertelt De Boer. Op tal van services was dat meetbaar, maar de onderzoekers konden niets vinden voor de financiële dienstverlening. “Wij vonden dat juist superinteressant. Want wat wij wel wisten is dat in 60 procent van de gevallen vrouwen de eindbeslissing maken over het afsluiten van een financieel product. Vrouwen hebben de belangrijkste stem in het kapittel.”

    In numerieke zin maken vrouwen net zoveel schade als mannen. Alleen het testosteron ontbreekt

    Voor De Boer en zijn collega’s was één en één drie. Als ze het beter wilden doen, dan moesten ze een autoverzekering speciaal voor vrouwen ontwikkelen. Onder leiding van de onlangs overleden Heuvel onderzochten ze de financiële haalbaarheid. Daaruit stelden ze ten eerste vast dat vrouwen een ander schadepatroon hebben dan mannen. “In numerieke zin maken vrouwen net zoveel schade als mannen”, zegt De Boer. “Alleen het testosteron ontbreekt. De knal is minder hard en de schadelast lager.”

    Op de overhead was volgens De Boer ook prima winst te behalen. In de hele keten van herverzekeraar, verzekeraar, serviceprovider, had een verzekeraar voor hen weinig toegevoegde waarde. “Dus we konden 20 procent besparen op schadelast en het schrappen van de verzekeraar zou ons nog eens 20 procent extra financiële ruimte geven.”

    Lees ook

    Peter de Boer en Jan Heuvel: 'Verzekeringen moeten onweerstaanbare producten worden'

    Meer doen dan je belooft

    Het echte eureka-moment voor de marketeers kwam toen ze uit een enquête naar voren haalden dat vrouwen geen enkele relatie voelen met verzekeraars. Nul. “Dus ook niet met het merk”, zegt De Boer. “Wat wij moesten doen was dus supereenvoudig: gewoon goed naar de doelgroep luisteren. Er wordt vaak gezegd dat prijs het belangrijkste is, maar dat is niet waar. Het draait allemaal om communicatie en meer doen dan je belooft.”

    Er werd een concept bedacht en in Zwitserland een luisterend oor gevonden. “Swiss Re was superenthousiast”, vertelt De Boer, die in die dagen veel in Zürich was. “Ze zouden meedoen en een formidabel bedrag investeren om het meteen van de grond te krijgen.” De herverzekeraar zou de risicodrager zijn, serviceprovider Melching stond in de startblokken voor de operationele kant, terwijl de vijf oprichters zich op branding, marketing en sales zouden storten.

    Geen experimenten

    In een Zwitserse club werd tot in de late uren gedronken op het succes. De maandag erop zou alleen nog een telefonische meeting volgen om de deal te beklinken. “Die call duurde een minuut”, herinnert De Boer zich. “Ze gingen het niet doen.” Op de dag dat de Nederlandse ploeg elkaar jubelend op de schouders sloeg in de Zürichse Pelikanbar, viel in New York de bank Lehman Brothers om. De start van de financiële crisis. In het kielzog verloor ook Swiss Re ruim een derde van zijn marktwaarde. Voor een experimentje met een Nederlandse nicheverzekering was geen ruimte meer.

    Die call duurde een minuut. Ze gingen het niet doen

    “Daar zaten we met z’n vijven. Verbijsterd en in stilte naar de microfoon op tafel te staren. Vier van ons hadden net hun baan opgezegd. Er was geen geld, alleen een concept.” De shock duurde zo’n tien minuten. Daarna besloten ze dat ze door zouden gaan. Orie was de jongste, had nog geen kinderen en geen hypotheek. Hij moest de kar gaan trekken. De rest ging bijverdienen om de vrouwenverzekering van de grond te krijgen.

    De Boer: “Ik heb mijn auto verkocht. Een deel van mijn interieur. Mijn pensioengeld erin gestoken. Het was voor het eerst in mijn leven dat ik voelde dat ik de rand van de klif passeerde. Ik kan je melden dat je daar niet heel goed van slaapt.”

    Pruttelen met drie klanten per week

    In de maanden daarna lukt het Orie en de rest van de oprichters om de zaak toch van de grond te krijgen. Swiss Re wilde nog wel capaciteit leveren voor een pool waarin ook Nationale-Nederlanden, Aegon, ASR en Zevenwouden deelnamen. “Verre van ideaal, maar we hadden wel risicodragers”, zegt De Boer. Onna-Onna was in business. Hij vertelt hoe ze hakkelend, stotend en pruttelend met drie klanten per week op gang kwamen. “En dat waren dan je moeder en je schoonzus. Het was echt een drama in het begin.”

    Maar plotseling ging het lopen. De Boer weet nog hoe het begon. Het was warm in Leiden en hij zat thuis met een biertje op de bank het RTL Nieuws te kijken. De presentatrice kondigde een item aan over vrouwenmarketing. Heineken had net Jillz gelanceerd, hotelketen NH had een nieuw concept en er was sinds kort zelfs een autoverzekering voor vrouwen. “Ik denk krijg nou wat. Dat zijn wij. Ik heb onmiddellijk de jongens gebeld: ‘we worden genoemd!’ Binnen vijf minuten lag door alle traffic de site eruit.”

    De beste autoverzekering

    De volgende winst was mogelijk nog groter, toen een paar maanden later de nieuwe Consumentengids op de mat viel. “En Lex die zit daar een beetje in te bladeren en zegt opeens, ‘joh, wij staan op nummer één’. Dat kwam voor ons echt als een complete verrassing. Wij waren met een stolp over ons hoofd alleen maar bezig om de business te laten groeien. We waren helemaal niet bezig met lijstjes.” De Consumentenbond zou Onna-Onna zelfs twee jaar achter elkaar aanwijzen als beste autoverzekering van Nederland.

    Branding is geen pot verf hè? Alles wat je van plan bent en uitdraagt moet je tot in de haarvaten van je processen opnemen

    Die uitverkiezing kreeg Onna-Onna niet voor niets. De branding was heiligverklaard in de startup. “Branding is geen pot verf hè? Alles wat je van plan bent en uitdraagt moet je tot in de haarvaten van je processen opnemen.” De Boer en co waren vooral van plan om attent te zijn. Aan dat begrip werd alles afgemeten. Is het attent om iemand een polis te sturen met zeventig pagina’s juridische tekst? De vraag stellen is hem beantwoorden. De voorwaarden werden ingedikt tot elf pagina’s leesbare tekst. “Dan zie je hoe dingen werken, want toen stonden we ineens landelijk in de aandacht met een prijs voor onze heldere communicatie.”

    En zo weet De Boer nog een paar voorbeelden te noemen. Is het attent dat je tien dagen moet wachten op je schadevergoeding? Is het attent dat er alleen mannentijdschriften liggen in de wachtruimten van de gecontracteerde schadeherstellers? Is het attent dat je altijd eerst een keuzemenu krijgt als je belt? “Nee. Natuurlijk is dat niet attent. Je moet gewoon iemand aan de lijn krijgen.” Dat laatste inzicht deed Onna-Onna besluiten om het callcenter en de schadeafhandeling in eigen hand te nemen.

    Zelf in het rommelhok

    Ze betrekken een kantoorpand in IJburg. De Boer en Orie zetten er demonstratief hun bureau neer in het rommelhok. De bellende servicemedewerkers krijgen ruimte en vrij uitzicht. “Practice what you preach”, zegt De Boer. “Zij zijn de belangrijkste schakel tussen het merk en de klant. Zij moeten het naar hun zin hebben.” Personeel werft Onna-Onna vooral in hospitalitywereld. Verzekeringstechniek is aan te leren, servicegerichtheid is dat volgens De Boer niet.

    De nieuwe schadebehandelaren krijgen maandelijks een coulancebudget. Als iets volgens de letter niet verzekerd is, maar de medewerkers krijgen er toch een vervelend gevoel bij om het af te wijzen, dan hebben ze de vrijheid om toch (een deel) te betalen. Met het geld konden ze bijvoorbeeld ook een bloemetje laten bezorgen. “Je wil dat een klant het gevoel heeft dat ze fair behandeld is”, zegt De Boer.

    Blog Peter de Boer

    Sinkhole van financiële merken

    Hij noemt de periode in Amsterdam een feestje. De Boer en zijn partners weten in relatief korte tijd ruim 24.000 klanten aan zich te binden. In de rush amper beseffend hoe bijzonder hun casus is. “Maar dan loop je tegen het punt aan waar alle startups tegenaan lopen. Je moet blijven groeien.” De oprichters hadden een routekaart opgesteld voor verdere uitbreiding. Zo waren er plannen om meer te gaan doen met zorg en vrouwen. En De Feniks wilde zijn ervaring inzetten om ook internationaal stappen te zetten. Maar voor groei is geld nodig.

    Binnen bij Aegon

    Op dat moment is Aegon in stilte bezig met de oprichting van onlinebank Knab. De Boer treedt bij Aegon op als consultant voor haar innovatieprocessen. In gesprek met de directeur Innovatie bij de verzekeraar vertelt De Boer terloops over de ontwikkelingen bij Onna-Onna. Dat ze op zoek zijn naar een strategisch partner, iemand die kan helpen met ICT, internationalisering en juridische zaken. Zou het niet wat voor Aegon zijn om in te stappen?

    “Nou de rode loper werd uitgerold. Tromgeroffel en trompetgeschal”, vertelt De Boer. “We waren welkom. Iedereen was euforisch en het leek het begin van een mooie samenwerking.” Onna-Onna was het paradepaardje bij Aegon, vertelt De Boer. Op internationale meetings werden ze altijd van stal gehaald. “Stonden wij erbij met onze Onna-Onna-tassen en -paraplu’s. Iedereen vond het fantastisch.” Er werd intern al gesproken over India, Griekenland en Spanje als volgende markten. “We dachten echt: ‘dit gaat rollen’. We gaan de mondiale verzekeringswereld het goede voorbeeld geven.”

    Onna-Onna paraplu Londen

    Weeffouten gemaakt

    Pas in de loop van het proces komt De Boer erachter dat fouten zijn gemaakt in het partnerschap met Aegon. De belangrijkste fout was het afstand doen van zeggenschap. “We hadden vijftig procent van de aandelen verkocht. Dat hadden we nooit moeten doen”, vervolgt De Boer. Een nieuwe directeur bij Aegon zag weinig in Onna-Onna. De innovatieafdeling werd gedecimeerd, interne contacten verdwenen en het initiële enthousiasme verdampte, evenals de plannen om er samen iets groots van te maken. Onna-Onna werd volgens De Boer bewust aan haar lot overgelaten en invloed om het tij te keren hadden ze niet.

    Samen met de andere oprichters leverde hij ook de overige vijftig procent van de aandelen in. Contractueel mag De Boer niets negatiefs over Aegon zeggen, maar vanaf dat moment weet hij ook niets positiefs meer te melden. Aegon heeft Onna-Onna nog twee jaar zelf gerund, voor het in 2017 definitief ophield te bestaan. “Maar toen was het merk eigenlijk al kapot.”

    Reactie Aegon

    Volgens een woordvoerder van Aegon heeft het bedrijf nooit een vooropgezet plan gehad om Onna-Onna uit de markt te halen. “Wel waren stevige interventies nodig om het rendement binnen de norm te brengen. Er is trouwens nog altijd een Onna-Onna-portefeuille met klanten, dus het is ook niet opgehouden te bestaan.”

    De Handtasjesdekking

    Een van de opmerkelijkste elementen in de Onna-Onna autoverzekering was de standaard handtasjesdekking. Doorsnee-autoverzekeringen vergoeden bij inbraak alleen auto-accessoires en geen andere spullen. Op inboedelverzekeringen is er meestal wel dekking, maar die gaan zelden zover als de maximale 750 euro die Onna-Onna bereid was te betalen voor een gestolen handtas. Dat soort extraatjes bezorgde de vrouwenverzekeraar de hoogste scores bij de Consumentenbond, maar het kost natuurlijk ook gewoon geld. “Dat is waar”, zegt De Boer. “Maar nu kom je op het psychologische vlak. Vrouwen en handtassen, dat is een eenheid. Dat ding is echt heilig. Die laten ze heus niet zomaar achter in de auto.” Volgens De Boer is er in zeven jaar tijd zelden een claim op de handtasjesdekking binnengekomen.

    “Weet je, wij hadden in de tijd vóór Aegon gewoon een heel goede combined ratio. Het was gezond geld. Maar we hebben daar nooit iets mee hoeven doen. Mensen zitten namelijk helemaal niet te wachten op het goedkoopste product. Wat mensen willen is fatsoenlijke dienstverlening. Dat je een relatie met ze aangaat en dat je goed communiceert. En een relatie is wat een merk beoogt te vertegenwoordigen en dat is fundamenteel anders dan een serie zakelijke transacties.”

  • 04 Dec 2021 14:04 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Als Google inboedel- en opstalverzekeringen zou gaan verkopen, zou 26% van de consumenten in het Verenigd Koninkrijk er een polis willen sluiten. Dat concludeert databureau GlobalData uit een recent onderzoek.

    Ruim kwart Britten zou woonverzekering bij Google sluiten

    Techbedrijven en andere branchevreemde spelers bedreigen de traditionele verzekeraars omdat zij meer bedreven zijn in digitalisering en merkbinding, aldus GlobalData. Google is van hen de belangrijkste partij, maar ook energieleveranciers (23%) en Amazon (20%) maken een grote kans bij de verzekeringsconsument. “Vooral Amazon zal verzekeraars zorgen baren, omdat die partij al al jaren op het punt lijkt te staan om de verzekeringssector te betreden. Facebook zal daarentegen waarschijnlijk niet zo’n succes worden vanwege de negatieve publiciteit van de afgelopen jaren.” Ook WhatsApp wordt niet als serieus kanaal gezien voor het sluiten van verzekeringen.

    Google en Amazon hebben een voorsprong omdat zij ‘slimme’ oplossingen bieden in de huiselijke sfeer, zoals Google Home en Amazon Echo. Maar volgens GlobalData zullen deze partijen in de praktijk  vooral als partners voor verzekeraars optreden en technologie aanbieden om producten te helpen verkopen.

  • 22 Oct 2021 13:28 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)


  • 05 Aug 2021 07:38 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)
    Horde via Pixabay

    Meer adviseurs vinden de horde van het PE-examen lastiger geworden om te nemen, blijkt uit de vele reacties op het bericht ‘Wat vindt u van het nieuwe PE-examen?’ in de VVP-nieuwsbrief van woensdag.

    Henny Staat (Staat Advies Financiele Diensten): “Ik herken de problematiek. Na een behoorlijke studie, slaagde ik onlangs met slechts een 6. Dat viel me behoorlijk tegen. Een collega, die dezelfde studie volgde zakte met een 5.”

    Juna van Esch (Geld en Gezin Altena): “Voorgaande jaren altijd met een 8 of 9 geslaagd, nu al twee maal een 5 gehaald. Thuis echt wel de syllabus goed bestudeerd en de training gedaan, maar er worden echt onzinnige details gevraagd, die totaal niet relevant zijn voor de adviespraktijk.”

    Paul Schoo (Platter-Schoo): “Ik had ook een half puntje te weinig. Andere jaren scoorde ik niet lager dan een 8. Naast de encyclopedische feitenkennis van onbenullige details zijn ook meer instinkertjes. Begrijpend lezen, roepen ze dan. Maar de antwoorden zijn zo geformuleerd dat je subtiel ontspoort.”

    Peter Menten (WftLimburg) bevestigt: “Als cursisten geen voorbereiding thuis gedaan hebben, is het veel moeilijker om middels een korte training een PE-examen te behalen. Steeds meer blijkt dat thuisvoorbereiding het halve werk is.”

    Ander soort vragen graag

    Menten verder: “Daarnaast wordt het hoog tijd om eens na te denken over het soort vragen. Handmatig een annuïteitenberekening in een PE-hypotheekexamen is echt niet meer van deze tijd. En dat geldt ook voor bijvoorbeeld het handmatig berekenen van een vermogensrendementsheffing.”

    Meer adviseurs hekelen het soort vragen. Kees van Rietschoten (Raadgevers Kuijkhoven ): “Ik vind dat er zoveel stof aantoegevoegd wordt die je in de praktijk nooit of nauwelijks gebruikt en die ook nog eens weinig met het verzekeren te maken hebben. En als je het nodig hebt kun je het eenvoudig opzoeken. Het lijkt er op alsof we elke drie jaar volledige examens moeten afleggen.”

    Bernard Siebelink (Siebelink Assurantien): “Ik heb ook onlangs examen gedaan voor PE Zakelijk Schade. Meerdere oefenexamens gedaan, maar het echte examen is zoveel moelijker. Ook vragen met betrekking tot beveiliging van een bedrijf gaat veel te ver. Het gaat er toch om dat een adviseur algemeen ontwikkeld is goed onderlegd is. En geen specialist op ieder gebied. Ik vind de examenstof veel te diep op de stof ingaan.”

    Alex van der Sluijs (Wonen en Hypotheek): “Ik moet nog op en ben erg benieuwd. Maar de studiestof die ik nu aan het bestuderen ben en het Permanent Actueel..... het is allemaal te veel en heel veel is totaal overbodig. Veel zaken los je in de praktijk op door je er in te verdiepen als je het nodig hebt. Globale kennis van de rest zou voldoende moeten zijn.”

    Volgens sommige adviseurs missen de PE-examens sowieso voeling met de praktijk.

    Wat zijn uw ervaringen met het nieuwe PE-examen?

    Wat zijn uw ervaringen met het PE-examen, dat sinds 1 april meer dieptevragen kent? Een adviseur meldt niet hoger te komen dan een 5, ondanks meerdere herexamens. Hij roept de opleiders op om de voorbereidende training zo snel mogelijk af te stemmen op de nieuwe realiteit. U kunt uw ervaringen kwijt in het reactievak onder dit bericht.

    De adviseur: “Ik ken collega’s die met hetzelfde zitten, de een is al meer dan vier keer op geweest, een ander reeds zes keer. Oefenvragen, daar slagen wij ruim voor. Maar het eigenlijke examen is complexer. Ook is er geen vervolgtraining voor degenen die niet binnen drie keer slagen. Het kan toch niet zo zijn dat we hierdoor moeten stoppen met ons vak. Het zou zonde zijn als adviseurs hierdoor zouden afhaken met alle gevolgen van dien.”

    Lindenhaeghe schreef onlangs: “De laatste tijd valt ons op dat er iets is veranderd in de manier van vragenstellen door het CDFD. Waar voorheen veel vragen in casusvorm voorkwamen, gerelateerd aan algemene en brede onderwerpen, zien we steeds vaker detailvragen voorbijkomen. Vrij specialistische vragen die je echt alleen maar kunt weten als je de stof bestudeerd hebt.

    “Onze conclusie is dat examenkandidaten zich anders moeten gaan voorbereiden om te kunnen slagen. Naast een training om de onderwerpen goed te behandelen en ook de vraagmethodiek te bespreken, wordt echt meer (zelf)studie verwacht. Doe je dat niet, dan daalt je slagingskans behoorlijk. Simpelweg omdat je de antwoorden niet weet. Het CDFD wil op deze manier voorkomen dat cursisten na een korte training slagen, zonder dat ze zich inhoudelijk echt in de materie verdiept hebben.”

    De zomertip van de Lindenhaeghe-trainers: “Wil je het PE-examen halen, duik dan echt even de boeken in. Doorloop de E-learning, oefen met Slim leren, oefenexamens en zet de puntjes op de i met een examentraining. Zie zo’n training echt als extra boost, iets dat nog nét even wat extra’s geeft. Maar laat je poging niet alleen van een korte training afhangen. Daarmee red je het niet meer.”

    De adviseur zou in ieder geval graag zien dat de oefenvragen meer aansluiten bij de huidige PE-examens.

    De jongste CDFD-cijfers laten zien dat nog veel adviseurs opmoeten voor hun PE-examen(s) 2019-2022. Dat kan nog tot 1 april volgend jaar. Stakeholders wijzen op het belang om tijdig examen te doen, omdat het steeds drukker zal worden naarmate het einde van deze PE-periode nadert. Terwijl de vragen sinds 1 april jongstleden dus meer de diepte ingaan en met een korte examentraining niet meer lijkt te kunnen worden volstaan.

<< First  < Prev   1   2   3   4   5   ...   Next >  Last >> 


Burg. Kolfschotenstraat 4    Tel. +31653374097
5616 DD Eindhoven            platform@riskshare.nl