• 27 May 2020 09:57 | Pieter Baks

    Zelfstandig adviseurs van RegioBank gaan in oktober over op een nieuw samenwerkingsmodel. Full franchise, inclusief een compleet nieuwe belonings- en kostenstructuur. Ongeveer vierhonderd van de ruim vijfhonderd adviseurs hebben uitgesproken mee te willen gaan. Van de adviseurs die niet mee willen of kunnen, moet fatsoenlijk en in goede harmonie afscheid worden genomen. Maar er is onenigheid over de exit-strategie.

    Vertrekkende RegioBank-adviseurs vrezen voor assurantieportefeuille

    In samenspraak met een werkgroep van zestien RegioBank-adviseurs stelde het Volksbank-label een nieuwe strategie op. Daarin zijn alle zaken opgenomen waar de kantoren voortaan aan moeten voldoen. Adviseurs moeten bijvoorbeeld het complete pakket aan diensten aanbieden. De betaal-, spaar- en beleggingsrekeningen, maar ook nieuwe producten zoals consumptieve kredieten en bedrijfshypotheken.

    Afgerekend op jaardoelen

    Met een puntensysteem gaat RegioBank doelen stellen voor de nieuwe aanwas van particuliere en zakelijke klanten. De adviseur wordt daar jaarlijks op afgerekend. Aan de fysieke kantoren zelf worden ook meer eisen gesteld. Openingstijden, kwaliteit van de locatie en de bereikbaarheid zijn vastgelegd. En kantoren ontkomen alleen nog met een goede reden aan het aanbieden van een kasfunctie.

    Het vervelende is dat dit ook de mensen zijn geweest die de bank groot hebben gemaakt

    Meeste adviseurs willen mee

    Accountmanagers van RegioBank hebben de afgelopen maanden een rondgang gehouden langs alle kantoren om de plannen toe te lichten. Volgens de bank sprak 80 procent van de adviseurs tijdens deze gesprekken de intentie uit om deel te nemen aan de nieuwe full franchise-formule. Veel kantoren hebben al op de wijzigingen geanticipeerd. Voor de overige aanpassingen staat RegioBank een transitieperiode van twee jaar toe.

    De nieuwe eisen zijn voor een substantieel aantal kantoren echter niet haalbaar. Volgens voorzitter van de Verenigde RegioBank Adviseurs (VRA) Cees Meijer zijn dat bijvoorbeeld adviseurs die altijd sterk gehangen hebben aan de provisie op spaargeld. Een vergoeding die straks helemaal verdwijnt. “Dat zijn de kantoren die het hardst getroffen worden”, zegt Meijer. “Het vervelende daarvan is dat dit ook de mensen zijn geweest die de bank groot hebben gemaakt.”

    RegioBank gaat niet in op voorstellen VRA

    De noodzaak van de nieuwe strategie ontkent de VRA niet, maar Meijer vindt wel dat er fatsoenlijk afscheid moet worden genomen van de adviseurs die niet mee kunnen of willen. “Als onze leden erop achteruitgaan, dan willen we het goed regelen. Daar wringt het verhaal. We hebben voorstellen gedaan en daar is de bank niet op ingegaan.”

    Problemen rond terugkoopplicht

    Adviseurs die niet meegaan, krijgen de kans om zelf hun bancaire portefeuille te verkopen. Als dat niet lukt, of als RegioBank niet akkoord gaat met de overnemende partij, dan heeft bank een terugkoopplicht. De overnamesom is vastgelegd op éénmaal de gemiddelde jaarprovisie over de laatste vijf jaar. RegioBank zal vervolgens zelf op zoek gaan naar een nieuwe zelfstandig adviseur die de portefeuille verder oppakt.

    Lees ook

    Grote spanningen tussen RegioBank en franchisenemer om nieuw beloningsmodel

    Verzekeringen van totaalklant zijn niet beschermd

    Waar de betreffende adviseurs tegenaan lopen, is het feit dat veel consumenten in hun bancaire portefeuille totaalklanten zijn. De overnemende adviseur krijgt alle klantgegevens mee en de kans om die klanten ook te benaderen voor verzekeringsproducten. Dat is een groot risico voor de verkoper, omdat de assurantieomzet veel belangrijker is dan de inkomsten uit bancaire activiteiten.

    Een concurrentiebeding van enkele jaren op de verzekeringsproducten zou het probleem grotendeels tackelen, maar RegioBank zou niet van zins zijn daaraan mee te werken. In een verklaring zegt een woordvoerder van de bank dat het geen uitspraken doet over afspraken tussen de bank en de adviseurs. Wel wil de bank een zorgvuldig transitieproces voorstaan, ‘ook voor kantoren die onverhoopt niet meegaan met de nieuwe strategie.’

    Nu alvast de assurantieportefeuille verkopen

    Naar verluidt zouden enkele adviseurs inmiddels overwegen nu alvast hun assurantieportefeuille te verkopen. Als ze dat doen voordat ze hun bancaire bestand afgeven aan RegioBank, kunnen ze nog een concurrentiebeding afspreken met de koper en op die manier de waarde van hun assurantieportefeuille beschermen.

    Bron AMweb

  • 18 May 2020 09:51 | Pieter Baks

    Olof Raas van recruitmentbureau 2B Connected vroeg het aan 189 hypotheekprofessionals waaronder 147 adviseurs. Zijn conclusie? Hypotheekadviseurs zijn redelijk tevreden over hun positie en zullen niet zonder meer van baan wisselen. Financieel planners verdienen het meest in de hypothecair adviesbranche.

    Voor 400 euro extra wisselt 38% van hypotheekadviseurs van baan

    Hypotheekadviseurs die nog geen twee jaar in dienst zijn, verdienen gemiddeld 3.636 euro per maand. Collega’s die acht jaar of langer in het vak zitten, ontvangen maandelijks 4.232 euro. Het gemiddelde loon van alle geënquêteerde hypotheekadviseurs komt uit op 3.979 euro. Het maandloon van een financieel planner bedraagt gemiddeld 4.682 euro.

    Bonus belangrijk voor hypotheekadviseur

    Variabele beloning blijkt voor veel adviseurs een factor van belang. 61 procent van de ondervraagde tussenpersonen kreeg afgelopen jaar een bonus uitgekeerd. De gemiddelde extra beloning bedroeg 6.202 euro.

    Marktconform of beter

    Veruit de meeste deelnemers aan het onderzoek zijn tevreden met hun loon. 76 procent denkt marktconform of meer dan marktconform te verdienen. Raas vertelt er niet bij in hoeveel procent van de gevallen de werknemers het ook bij het juiste eind hadden.

    Aantal kantoren blijft krimpen, maar werkgelegenheid groeit in adviesbranche

    Wat moet je bieden?

    Betere primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden zou voor 56 procent van de werknemers een reden zijn om een andere werkgever te zoeken. Het recruitmentbureau wilde ook weten hoeveel meer een nieuwe baas moet bieden om van baan te wisselen. 12 procent is bij een bedrag tot 200 euro al weg. 26 procent wordt aan het twijfelen gebracht met een bod tussen 200 en 400 euro meer, voor nog eens 26 procent moet de loonsverhoging tenminste 400 euro bedragen.

    Ondernemerschap lonkt voor 1 op de 5 adviseurs

    Een andere mogelijkheid blijft natuurlijk om zelf een kantoor te beginnen. 22 procent van de ondervraagde adviseurs speelt met die gedachte. Geld komt als drijfveer voor het ondernemerschap pas op plaats drie. Respectievelijk zelf beslissingen nemen over de bedrijfsvoering en de mogelijkheid om flexibel te werken worden als belangrijker ervaren.

    Het volledige onderzoek staat hier.

    Bron AMweb

  • 07 May 2020 10:03 | Pieter Baks

    Enno Wiertsema (Adfiz): ‘AFM moet nadenken over financiële vergoeding voor nazorg’

    Uit de evaluatie van het provisieverbod blijkt dat er nog geen goed model is om nazorg tijdens de looptijd van een financieel product te garanderen. De AFM gaat een onderzoek doen naar de beheerfase. Volgens Adfiz-directeur Enno Wiertsema moet de toezichthouder daarbij rekening houden met de financiering.

    In zijn maandcolumn zegt de directeur te vrezen dat er zonder oog voor de financiering aangestuurd wordt op oplossingen die alleen neerkomen op nog meer informatie sturen naar de consument. Zonder persoonlijk advies. “Terwijl we weten dat dat bij lange na niet genoeg is om de gewenste aandacht en actie voor de gezondheid van de eigen financiën op gang te brengen. Weten is nog geen doen, heet dat.”

    ‘Onsje meer dan de Wft zorgplicht’

    Bij goede nazorg informeert de klant zijn adviseur over belangrijke ontwikkelingen in zijn leven en de adviseur informeert periodiek over veranderingen in product en wetgeving, vindt Wiertsema. “En samen kijken ze regelmatig welke actie nodig is om de financiële wensen en noden van nu en later op de juiste wijze in balans te houden. Dat is meer dan een paar onsjes meer dan de Wft zorgplicht. En dat kost dus tijd en geld. Maar het levert ook op!”

    Nazorg hoog op de agenda

    Hoe moeilijk het echter is om klanten hier uit zichzelf toe te bewegen, blijkt uit de afname van het aantal nazorgabonnementen. Van ruim 20 procent vijf jaar geleden, tot 6 procent van de klanten nu. Wiertsema vindt het daarom goed dat nazorg hoger op de agenda komt. Hij zou graag zien dat er met een open mind naar de financiering ervan gekeken wordt.

    Lees ook

    Onderzoek: Bestaande klant staat open voor belletje van adviseur

    Fiscale aftrekbaarheid van financieel advies

    “Ik heb eerder gepleit voor fiscale aftrekbaarheid, en ben nog steeds overtuigd dat dat een bijdrage kan leveren. Het onderstreept in ieder geval duidelijk hoe belangrijk financieel onderhoud is. Ik verwacht ook zeker dat gedragswetenschappelijke inzichten kunnen helpen, bijvoorbeeld door van onderhoud de default-keuze te maken”, zegt Wiertsema.

    Onderdeel van de productprijs

    Versleuteling van de kosten ligt wat de Adfiz-directeur ook weer op tafel. “En tegelijk, als we vanuit regelgeving en toezicht gaan kijken welk niveau van nazorg minimaal gewenst is, en je wilt het probleem echt oplossen; dan is het onontkoombaar om ook te kijken hoe duurzaam en robuust financiering van het onderhoud geregeld kan worden door er een nader overeen te komen onderdeel van de productprijs van te maken.”

    Eerste publicatie door Bart van de Laak op 6 mei 2020

    Bron Amweb

  • 01 Apr 2020 08:16 | Pieter Baks

    Euro's via Pixabay 2018

    Het kabinet zal naar aanleiding van de evaluatie geen voorstellen tot wijziging van de assurantiebelasting doen. Aldus staatssecretaris Vijlbrief bij de aanbieding van de Evaluatie Assurantiebelasting aan de Tweede Kamer.

    Het kabinet ziet evenmin aanleiding om gezien de uitkomsten de vrijstellingen van assurantiebelasting voor bepaalde schadeverzekeringen (onder andere transport) aan te passen.

    Meerdere respondenten zouden graag zien dat de papieren aangifte wordt vervangen door een digitale aangifte. Dit zou de kwaliteit van de aangifte kunnen verbeteren. Het kabinet is op dit moment niet voornemens de wijze van aangifte te wijzigen, aldus Vijlbrief.

    Daarnaast geldt voor eventuele toekomstige veranderingen van het tarief dat er volgens meerdere respondenten meer tijd moet zitten tussen het moment van bekendmaking en moment van invoering. Hierdoor hebben verzekeraars meer tijd om hun systemen aan te passen aan de nieuwe tarieven. Een aanbeveling die hiermee samenhangt is dat een tariefsverandering per 1 januari ingaat en niet later in het jaar. Dit maakt het voor verzekeraars makkelijker om de wijzigingen te communiceren. Het kabinet zal deze notie betrekken bij eventuele toekomstige besluitvorming over tariefsaanpassingen.

    Doorberekend aan klant

    Het assurantiebelastingtarief is in het recente verleden tweemaal verhoogd. Zo is het tarief per 1 maart 2011 verhoogd van 7,5 naar 9,7 procent en per 1 januari 2013 verder verhoogd van 9,7 naar 21 procent.

    De evaluatie door Dialogic heeft onder andere gekeken naar de doelmatigheid van de tariefsverhogingen. Hierbij is gekeken naar de doelmatigheid vanuit maatschappelijk perspectief. Ten aanzien hiervan concludeert Dialogic het volgende: ‘‘De tariefsverhogingen hebben gezorgd voor de gewenste toename van de belastingopbrengsten tegen zo min mogelijke kosten en ongewenste neveneffecten’’. Zo blijkt uit de evaluatie dat er weinig gedragseffecten zichtbaar waren. Dit uitte zich volgens Dialogic in het feit dat de verzekeraars de hogere kosten als gevolg van de assurantiebelasting volledig aan hun klanten hebben doorberekend en dat desondanks verzekerden hun gedrag op de lange termijn beperkt hebben aangepast aan de hogere prijzen voor verzekeringen. Dialogic: ‘‘Wij zien geen veranderingen in het aantal polissen, de gemiddelde premie-inleg en de soorten verzekeringen die afgesloten worden. De reden hiervoor is dat verzekerden bij veel polissen geen mogelijkheden hebben om hun premiekosten substantieel te verlagen."

    Bron: VVPonline

  • 13 Mar 2020 12:23 | Pieter Baks

    Willem van Duin (Achmea): ‘Niemand kan tippen aan onze digitalisering‘

    De CEO en CFO zitten naast elkaar en stralen grote opgewektheid uit. De cijfers van Achmea zijn dan ook goed. Willem van Duin (foto) is vooral blij dat de ingezette koers vruchten afwerpt. De digitalisering levert veel op, geen andere verzekeraar kan daaraan tippen, zegt hij. Verder: het intermediair blijft belangrijk en nee, aan weggaan denkt hij nog niet.

    Er worden geen handen geschud (Corona!), maar ze zijn hoe dan ook erg opgewekt. CFO Michel Lamie en CEO Willem van Duin spinnen nog net niet van tevredenheid, maar ze zijn dolblij met de resultaten over 2019.

    Waar zijn jullie nu het meest trots op?
    Van Duin neemt het woord en zal dat tijdens het gesprek steeds doen: “We zijn het meest tevreden over het gehele resultaat. En dat alle bedrijfsonderdelen goed bijgedragen hebben. Ik ben minstens zo tevreden over de waardering van klanten over onze dienstverlening. De NPS stijgt. En we zijn tevreden dat we een paar jaar geleden een ambitie hebben geformuleerd die over de hele breedte waargemaakt wordt. We hebben geleverd op onze ambities en dat ook in onze rol als coöperatieve verzekeraar. We leveren een bijdrage aan de samenleving.”

    En wat zijn de pijnpunten? Ik zag dat zorg veel minder opgeleverd heeft. In 2018 nog 128 miljoen winst, in 2019 maar 62 miljoen…
    “Lastig blijft dat we in een volatiele wereld leven. Je kunt veel maatregelen treffen, maar zorgkostenontwikkeling, lage rente en klimaat vormen uitdagingen. De wereld is onzeker, maar dat is ook de kern van ons business model. We verzekeren risico’s. Verminderen onzekerheid. Over dat resultaat van onze zorgactiviteiten hoef je niet te struikelen. In dit stelsel komen zorgaanbieders soms later met hun rekeningen omdat behandelingen langer duren. De financiële afwikkeling komt dan ook met vertraging. Wij maken prognoses. En dat wordt steeds makkelijker naarmate we dat langer doen. Maar er blijft altijd een stuk dat later komt. Zo hebben we het in Nederland nu eenmaal georganiseerd. Het baart ons geen zorgen. Je moet er rekening mee houden.”
    CFO Lamie vult aan: “Dit jaar gaat het ook al weer beter. We hebben ook een premie gezet die op kostprijs zit.”

    Schade was altijd een lastig onderdeel bij jullie. Premies waren te laag en de schade te groot. Nu gaat het wel goed…
    “Achmea is altijd volop actief geweest in de schademarkt. En met veel genoegen. We zijn ook marktleider. In de jaren voor 2019 was de schadelast hoog en de combined ratio zat boven de 100. We verloren dus op schade. We hebben maatregelen getroffen om dat op orde te brengen en dat is gelukt. Het zijn vaak klimaatschades en daar kun je maar tot op zekere hoogte rekening mee houden. Het kan soms mee- en soms tegenvallen. Maar daarom ben je ook schadeverzekeraar. Je moet alleen wel je tarieven op orde hebben. Maar nog belangrijker is dat als er iets gebeurt je er bent voor je klanten. Wij zijn online beschikbaar en 24/7 bereikbaar. Schades kunnen digitaal afgehandeld worden. Die digitalisering heeft Achmea wel op een prachtige positie gebracht.”

    Achmea is altijd volop actief geweest in de schademarkt. En met veel genoegen. We zijn ook marktleider

    Lig je daarmee voor op de concurrentie?
    “Als het aankomt op digitale dienstverlening 24/7 via alle distributiekanalen is er in deze markt geen gelijke. We blijven ook verder investeren in digitalisering en innovatie.”

    Wat is dat dan concreet?
    “Als er in de glastuinbouw stormschade is dan vliegen we met drones over de kassen en kunnen we online alles regelen. Heel snel kunnen we dan handelen en keuzes maken.”

    Staan we pas aan het begin van die ontwikkeling?
    “Er is al veel gebeurd, maar ik denk dat er nog ongelofelijk veel mogelijk is. Uiteindelijk staat of valt alles met de mate waarin wij klanten kunnen verleiden tot gedragsverandering om schade te voorkomen. Preventie is zo belangrijk. En dat restrisico willen we dan graag overnemen. Met ons vastgoedbedrijf en bouwondernemingen proberen we huizen brandveiliger en minder inbraakgevoelig te maken. Tegen een abonnement. En we organiseren een appgroep. Dat leidt tot minder schade. En is beter voor de samenleving.”

    Interview met RvB-lid Lidwien Suur

    Interview met RvB-lid Lidwien Suur

    Lees het verhaal

    En wat merkt het intermediair hiervan?
    “Ik denk dat het professionele intermediair ook erg gebaat is bij nieuwe technologie. Ook zij willen hun klanten zo goed mogelijk bedienen. Voor ons is het intermediaire kanaal belangrijk met een groot deel van ons volume dat via hen loopt. En we hebben er alle belang bij om de klanten die we via het intermediair bedienen ook mee te laten profiteren van de digitale mogelijkheden die er zijn en nog komen.”

    Blijft het intermediair belangrijk voor jullie?
    “Ik denk dat alle distributiekanalen belangrijk zijn. De klant kiest. Ik denk dat in de klantinteractie het intermediair nog altijd een belangrijke rol zal spelen. Er zullen altijd klantgroepen zijn die het advies van het intermediair willen hebben. Ik zie daar ook een verdergaande professionalisering.”

    Blijven klanten ook voor schade aankloppen bij het intermediair?
    “Ja, ook voor schade.”

    Er zullen altijd klantgroepen zijn die het advies van het intermediair willen hebben

    In het verleden was er veel strijd tussen het intermediair en verzekeraars. Op het oog lijkt dat nu een stuk minder…
    “Die traditionele tegenstelling is verdwenen omdat distributiekanalen meer en meer met elkaar verweven raken. Die waterscheiding is er niet meer. Vroeger ging het over de vraag: van wie is de klant? Maar nu weten we: die klant is van niemand. Het is aan ons als dienstverlener om die klant – langs alle lijnen die hij kiest – met ons in contact te laten komen. We zijn daar als Achmea ook echt goed gepositioneerd.”

    Er was een kostenreductie van 275 miljoen euro in 2019. Waar komt dat dan vandaan?
    “Ook dat is investeren in je procesvoering. Digitalisering. Technologie leidt tot minder mensen.”

    Ik zag dat jullie in 2019 75 procent minder brieven hebben uitgestuurd…
    Lamie: “De grootste bijdrage is vanuit digitalisering. Dat zit in het hele bedrijf. Het aantal IT-systemen wordt steeds minder. En je merkt dat het veel effect heeft op de kostenontwikkeling. Je ziet ook meer synergie tussen de onderdelen van dit bedrijf”.

    CFO Michel Lamie

    ASR doet het goed, jullie doen het goed. Aegon wat minder. Wat is er daar aan de hand?
    “Ik denk dat wij niet met gezag iets kunnen zeggen over hoe een ander het doet. Ik denk dat onze eigen prestaties goed zijn. Wij hebben een sterke focus gehad op onze operationele performance. En dat betekent ook dat je stopt met operaties die niet bijdragen. Als je dat consequent doet dan krijg je dit als resultaat.”

    En wat doet Corona?
    “Ik moet nog zien wat de uiteindelijke impact is op de verzekeraars. Er is zo veel diversiteit in dekkingen dat je er ook niets algemeens over kunt zeggen. Het heeft wel invloed, maar het is nog koffiedik kijken.”

    Ik hoor steeds van mensen hoog in de organisatie dat de uitdaging bij Achmea is om de onderdelen nauwer te laten samenwerken. Waarom? FBTO is toch echt andere koek dan Interpolis of Zilveren Kruis?
    “Ik denk dat elk bedrijfsonderdeel zelf optimaal moet functioneren en dat zie je ook gebeuren en daar ben ik content mee. Maar je kunt je ook de vraag stellen of bedrijfsonderdelen die samenwerken niet een nog grotere impact in de markt hebben.”

    Op welke manier?
    “Er is vroeger veel gepraat over woon-zorg-combinaties. Je ziet dat ons vastgoedbedrijf nu vastgoed ontwikkelt met een zorgcomponent. Kijk naar Makroon in Amsterdam. Dat is de unieke samenstelling van de onderdelen van Achmea, die je vervolgens laat samenwerken. We maken daar nieuwe proposities voor. Dat soort innovaties komen in het bedrijf tot stand. Dat is prachtig.”
    Lamie: “Centraal Beheer wordt nu in de markt gezet als een breder merk met ook levendekkingen en bankproducten. En dat werkt wel.”

    Centraal Beheer werkt nu ook samen met het intermediair. Vroeger was dat vloeken in de kerk…
    Van Duin: “Dat was vroeger ondenkbaar”.

    Ik hoor zo weinig meer over Inshared. Dat was zo’n innovatief paradepaardje. Levert het wat je verwacht had?
    “Zeker. Zeker. Inshared presteert goed. De huidige portefeuille draagt bij aan het resultaat. Dat is op zich een prestatie. Want de start van een nieuwe verzekeraar vraagt tijd en geld. Maar veel belangrijker is dat er een succesvolle volledig online verzekeraar staat. En daar zijn er niet zo veel van in de Nederlandse markt. Wat daar ontwikkeld is hebben we ook in Griekenland gelanceerd. De startup in Canada draait ook op technologie van Inshared. In de komende jaren gaat het concept ook naar andere landen.”

    Hoe lang ben je nu al de baas van Achmea?
    “Sinds 2009.”

    Wordt het niet tijd om te stoppen? Alles gezien. Alles gedaan.
    “Ik tel de jaren niet. Ik denk wel dat er meer tijd achter me ligt in deze rol bij Achmea dan voor me. Maar meer kan ik er ook niet over zeggen. Nee, ik heb geen eindtijd vastgesteld en ik ga het ook zeker niet met jou delen. Dit bedrijf presteert heel goed en het is nooit één persoon die voor alles verantwoordelijk is.”

    Tot slot, waar wil je groeien in 2020?
    “We willen groeien in particulier schade, MKB, ZZP, hypotheken, pensioenservices en in het buitenland. Dat is vrij concreet.”

    Eerste publicatie door Theo van Vugt amweb.nl op 12 mrt 2020

  • 26 Feb 2020 17:35 | Pieter Baks

    Er is een voorstel voor de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor zzp'ers. Het idee: een inkomensafhankelijke premie van maximaal 200 euro per maand. "Dit is zzp'ertjes pesten."

    Etienne Buijs bevestigt namens de Stichting van de Arbeid dat er een 'uitwerkingsrichting' van de plannen bij de achterbannen ligt. Dat doet hij naar aanleiding van berichtgeving door het Financieele Dagblad, dat schrijft dat er een akkoord is. Maar dat is te stelling, benadrukt Buijs: "Er is nog geen akkoord."

    Dat zegt ook Peter van den Bunder van de Kunstenbond tegen RTL Z. Hij benadrukt dat het echt gaat om een voorstel. "We zijn nu aan het peilen hoe dit valt bij onze achterban. Zij vinden betaalbaarheid heel belangrijk. En dit voorstel is voor onze achterban volstrekt onbetaalbaar."

    De Stichting van de Arbeid is een landelijk overlegorgaan waarin twee partijen zitten: de centrale organisaties van werkgevers en die van werknemers. Zij hebben van minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) opdracht gekregen een voorstel te doen voor een wettelijke verzekeringsplicht tegen arbeidsongeschiktheid voor zzp'ers. In dit geval praten ook zzp-organisaties mee.

    Maximaal 200 euro per maand

    In het voorstel staat onder andere dat de premie van de verzekering afhangt van je inkomen en maximaal 200 euro bruto per maand bedraagt. Voor werknemers in loondienst is dat veel duurder. Volgens verzekeraar De Goudse betalen werkgevers gemiddeld 250 euro per maand voor de aov van hun werknemer.

    Een kunstenaar verdient niet zoveel, vertelt Van den Bunder. "Met een jaarinkomen van 17.000 euro en twee jaar wachttijd, kom je uit op een maandelijkse premie van ongeveer 100 euro. Dat is veel te veel, blijkt uit de eerste reacties."

    Maximaal 1650 euro uitkering

    De maximale uitkering van de zzp-aov is ook een stuk lager dan die van werknemers, namelijk 1650 euro bruto per maand. Dit moet de verzekering 'betaalbaar' houden. Werknemers kunnen maximaal 3500 euro per maand krijgen.

    Zzp'ers mogen zich ook aanvullend verzekeren. Dat kan dan bij een verzekeraar.

    Zzp'ers weinig enthousiast over aov-plicht: 'Niks met pensioen te maken'

     

    Lees ook Zzp'ers weinig enthousiast over aov-plicht: 'Niks met pensioen te maken'

    Vrijstelling voor alternatieve aov

    De aov wordt straks door het UWV uitgevoerd en alle zzp'ers zijn verplicht zich te verzekeren tot hun AOW-leeftijd. Als ze zich liever particulier verzekeren, kunnen ze een vrijstelling krijgen. De verzekering moet dan minstens gelijkwaardig zijn aan de verplichte aov.

    Verder mag de zelfstandig ondernemer kiezen of hij na een half jaar, een jaar of twee jaar geld krijgt van de verzekering. Hoe meer tijd ze uit eigen zak overbruggen, hoe lager hun maandelijkse premie. Ter vergelijking: zieke werknemers krijgen twee jaar doorbetaald van hun werkgever voordat hun aov uitkeert.

    'Zzp'ertje pesten'

    Roos Wouters van de Werkvereniging is niet blij met het voorstel. Dit is een belangenplatform voor modern werkenden, waaronder zzp' ers. Namens 22 zzp-organisaties gaf ze input aan de Stichting van de Arbeid.

    "Er is totaal niet geluisterd naar onze inbreng", zegt Wouters. "Wij willen een verzekering voor alle werkenden, niet alleen voor zelfstandig ondernemers. Dit is gewoon zzp'ertje pesten."

    De premie is te hoog en de uitkering te laag, vinden zzp-organisaties. Maarten Post van ZZP Nederland zei al eerder tegen RTL Z dat een betaalbare premie eerder in de buurt van 50 tot 100 euro per maand komt, dan bedragen van 100 tot 200 euro per maand.

    Bron RTL Z

  • 26 Feb 2020 08:50 | Pieter Baks

    Tablet via Pixabay

    Nationale-Nederlanden haalt mobiele elektronica per 1 april helemaal uit de inboedelverzekering. NN in haar informatie voor financieel adviseurs: "Schade door vallen en stoten viel al niet meer onder deze dekking (met uitzondering van de Buitenshuisdekking Wereldwijd) sinds februari 2018. De Mobiele Elektronicaverzekering biedt uw klant nu wel weer een dekking bij schade aan mobiele elektronica voor vallen en stoten naast diefstal en waterschade. Uw klant sluit hiervoor zelf (in overleg met u) een losse Mobiele Elektronicaverzekering naast de bestaande Inboedelverzekering. Het is dus belangrijk om dit bij uw klanten met een Inboedelverzekering onder de aandacht te brengen."

    In een nadere toelichting stelt NN dat de verandering "mede is voortgekomen vanuit de wensen van de adviseurs. Zij hebben behoefte aan een meer modulaire opbouw van (onder andere) onze inboedelverzekering. En daarnaast wil NN haar inboedelverzekering betaalbaar houden.

    "Wat NN (en ook andere verzekeraars) ziet is dat: consumenten steeds meer mobiele elektronica bezitten, de elektronica steeds geavanceerder en dus duurder is, er steeds meer soorten mobiele elektronica beschikbaar is, de apparaten ook steeds meer wearable en geschikt en/of bestemd zijn om overal mee naar toe te nemen, consumenten op steeds jongere leeftijd beschikking hebben over mobiele elektronica."

    Financieel adviseur Maarten Koster toont zich in de Social Media niet blij met de verandering. In een eerste tweet schreef hij: "Nationale-Nederlanden biedt vanaf 1 april op de inboedelverzekering ook in huis geen dekking meer voor mobiele elektronica. Dus ook niet meer voor brandschade bijvoorbeeld. Lijkt mij tamelijk onhoudbaar in het kader van 'wat mag je van een inboedelverzekering verwachten'." In een tweet daarna stelt Koster "de oplossing van ASR chiquer te vinden. Daar kun je je mobiele elektronica allrisk verzekeren en dàn is die ook buitenshuis gedekt, maar doe je dat niet, dan blijven de ouderwetse EUGV-risico's in elk geval gedekt".

    Overigens is ook schade door huisdieren vanaf 1 april niet meer gedekt op de inboedel- en opstalverzekering bij NN. De schadevergoeding voor brillen en contactlenzen in de inboedelverzekering wordt maximaal 500 euro (voorheen geen maximum).

    Bton VVPonlie

  • 24 Feb 2020 09:40 | Pieter Baks

    Drie grote insurtechs slokten vorig jaar de helft van het geld op dat investeerders in Europese verzekeringsstart-ups staken. Dat blijkt uit een analyse die Harold Mahadew, bij het Verbond van Verzekeraars verantwoordelijk voor het insurtechbeleid, maakte van de Quarterly InsurTech Briefing van Willis Towers Watson. Volgens hem moeten verzekeraars actief op zoek naar AI-proposities voor adviseurs.

    Verbond adviseert: Trek je sneakers aan en verbind je met insurtechs

    De nieuwe wereldwijde investeringen in insurtech bedroegen in 2019 een kleine zes miljard euro. “Blijf bij de start van dit nieuwe decennium niet hangen in de ‘oude’ wereld, maar zoek vooral de samenwerking op met nieuwe spelers”, schrijft beleidsadviseur Harold Mahadew van het Verbond in een toelichting op de cijfers van Willis Towers Watson.

    Europa blijft achter

    Volgens Mahadew blijven de investeringen in Europa achter. Geldschieters staken in 2019 zo’n 800 miljoen euro in Europese insurtechs. Dat kapitaal ging naar 55 deals, maar de grootste punten uit de taart gingen slechts naar drie insurtechs. WeFox (221 miljoen euro), Friday (128 miljoen euro) en Ottonava (60 miljoen euro) kregen samen meer dan de helft van alle insurtechinvesteringen.

    Brussel en Den Haag trekken miljarden uit voor AI

    Om de achterstand met andere markten in te halen moet Europa meer geld vrijmaken voor investeringen in insurtechs, meent Mahadew. De Europese Commissie publiceerde onlangs een visie op de digitale toekomst. Hierin staat dat Brussel 20 miljard euro per jaar wil steken in onderzoek naar artificial intelligence (AI). De Nederlandse regering maakte afgelopen najaar bekend een miljard extra te investeren in AI.

    Investeringen veranderen het distributielandschap

    Binnen Europa is Duitsland koploper als het gaat om insurtechinvesteringen. Verzekeringsstart-ups bij onze oosterburen harkten vorig jaar 460 miljoen euro binnen. Franse insurtechs waren goed voor 165 miljoen euro, Britse haalden 150 miljoen euro op.

    Overzichtsartikel

    Overzichtsartikel

    Vernieuwen om het vernieuwen. Zit er een lijn in de innovatie?

    Deze investeringen leiden tot veranderingen in het distributielandschap, benadrukt Mahadew. Hij pleit er daarom voor dat verzekeraars actief op zoek gaan naar nieuwe spelers die AI-proposities hebben voor adviseurs.

    ‘Innoveren is noodzakelijk, zelfs als de klant tevreden is’

    “Trek je hippe netwerkschoenen – lees: sneakers – aan en verbind je met deze nieuwe spelers. De kracht van insurtech en bigtech is de ontregeling van bestaande businessmodellen die niet toekomstbestendig zijn. Innoveren is noodzakelijk, zelfs als de huidige klant tevreden is, de cijfers goed zijn en geen concurrentie is. Juist adviseurs, en vooral adviseurs, kunnen baat hebben bij AI in het eigen bedrijfsmodel. Werk je nu samen met een softwarehuis dat geen AI aanbiedt? Dan wordt het tijd om daar kritische vragen over te stellen”, aldus Mahadew.

    Bron: amweb 

  • 19 Feb 2020 11:27 | Pieter Baks
    Jos Baetten 2018 ok

    ASR ziet groeikansen voor zowel zichzelf als de financieel adviseur door verbreding van de dienstverlening. Voorwaarde is wel, meent bestuursvoorzitter Jos Baeten bij gelegenheid van de presentatie van de jaarcijfers 2019, dat de nieuwe dienstverlening past bij hun rol.

    Baeten: “De klassieke rol van het verzekeringsbedrijf is volgens ons geen houdbaar business model. We zullen dagdagelijks relevant moeten zijn voor de klant. Dat geldt ook voor de adviseur. Wij zien dat de positie van de financieel adviseur nog heel sterk is, zeker als je het vergelijkt met andere landen. Bij een grote groep blijft ook een stevige behoefte aan advies. Tegelijkertijd geldt dat één keer per jaar contact met de klant te weinig is.

    “Wij zullen steeds meer additionele dienstverlening creëren. ASR Vitality, een gezondheidsprogramma vorig jaar november door ons gelanceerd om mensen een instrument te geven dat motiveert bij het werken aan gezondheid en duurzame inzetbaarheid, is slechts een eerste stap. We kijken naar iets soortgelijks bij andere bedrijfsonderdelen zoals pensioen. Bij schadeverzekeringen zoeken we het onder meer in duurzaam herstel.

    “Uiteraard is het zaak dat de uitbreidingen van de dienstverlening passen bij de natuurlijke rol van verzekeraars en adviseurs. We zoeken ook nadrukkelijk samen met de adviseurs naar passende uitbreidingen. Maar adviseurs kunnen natuurlijk prima instappen op bijvoorbeeld het ondersteunen van werkgevers en werknemers bij duurzame inzetbaarheid. Van adviseurs krijgen we ook terug dat Vitality extra toegevoegde waarde biedt in hun contact met de klant.”

    AOV

    AOV was een van de groeiers bij ASR in het voorbije jaar. Hoe kijkt het concern aan tegen een verplichte AOV voor zelfstandigen of misschien wel, zoals de commissie-Borstlap onlangs opperde, voor alle werkenden? Baeten: “Het is te vroeg om te speculeren over de effecten van zo’n AOV, ook omdat de vormgeving nog helemaal niet vaststaat. Dekt zo’n AOV misschien 70 procent van het risico en moeten mensen de rest aanvullend verzekeren? Er kunnen voor AOV-verzekeraars ook weer nieuwe kansen ontstaan. Maar daar wil ik niet over speculeren.

    “In algemene zin wil ik wel kwijt dat het best wel slecht gesteld is met het borgen van het collectieve geheugen in politiek Den Haag. In het verleden zijn er tal van collectieve regelingen opgetuigd die uiteindelijk weer zijn afgeschaft omdat ze volstrekt onbeheersbaar bleken. Verder snap ik dat Borstlap de discussie wil losmaken, maar ik vind dat de commissie de diversiteit van de arbeidsmarkt in ons land tekort doet. Er zijn heel veel verschillende soorten werkenden. De ondernemende zelfstandige is er daar een van en deze zit niet te wachten op een verplichte AOV. Dat we iets regelen voor de kwetsbare groep van mensen die tegen wil en dank ZZP’er zijn, dat kan ik me wel voorstellen. Maar door alle werkenden over één kam te scheren, gooi je het kind met het badwater weg.”

    Samen

    De afgelopen tijd hebben zich meerdere nieuwe buitenlandse spelers gemeld op de Nederlandse markt. Voor deze spelers is ruimte, omdat de Nederlandse concerns terughoudender zijn geworden bij de acceptatie van bepaalde zakelijke risico’s. Baeten zegt dat ASR open blijft staan voor risico’s zolang de verhouding tussen prijs en risico klopt. Verzekeraars en adviseurs moeten volgens Baeten samen naar die juiste verhouding blijven zoeken (ook bij de volmachten, waar ASR overigens gewoon mee doorgaat). Want, constateert Baeten, “het is van alle tijden dat nieuwe buitenlandse verzekeraars de Nederlandse markt betreden. Maar tijdens mijn lange carrière in het verzekeringsbedrijf heb ik gezien dat de meeste partijen vroeger of later ook weer vertrekken.”

    Bron VVPonline

  • 18 Feb 2020 12:22 | Pieter Baks

    Overleg klant document via Pixabay

    De afname van het aantal ORV’s (en arbeidsongeschiktheids- en uitvaartverzekeringen) is zorgelijk, meent De Hypotheekshop. De adviesketen juicht het dan ook toe dat de AFM heeft aangekondigd in 2020 de zorgplicht tijdens looptijd van een financieel product te gaan onderzoeken. Volgens De Hypotheekshop verklaart onzekerheid bij adviseurs over de reikwijdte van de zorgplicht mede waarom er steeds minder ORV's worden gesloten (waardoor de ORV voor verzekeraars minder interessant wordt en sommige maatschappijen zelfs al met ORV zijn gestopt).

    De Hypotheekshop: "Het klachteninstituut Kifid heeft de laatste jaren enkele uitspraken gedaan over zorgplicht bij de ORV. Die hebben in de branche veel vragen opgeroepen over hoe ver de zorgplicht reikt. Heeft een adviseur de plicht om consumenten te informeren over de komst van mogelijk goedkopere alternatieven op de markt die destijds niet en nu wel beschikbaar zijn? Moeten verzekeraars premieverlagingen ook beschikbaar stellen aan hun bestaande klanten? Dienen zij hun verzekeringnemers erop te wijzen dat die bij een concurrentverzekeraar misschien voordeliger uit kunnen zijn? Het is voorstelbaar dat deze onzekerheid over de aansprakelijkheid en de financiële gevolgen adviseurs terughoudend maakt over het bemiddelen in ORV’s. In sommige gevallen wordt consumenten zelfs geadviseerd om zelf een verzekering te sluiten. Wellicht dat deze onzekerheid ook verzekeraars bezighoudt.

    "Een tweede factor die mogelijk zorgt voor een afname van nieuwe ORV’s is de betaling voor deze nazorg. Consumenten betalen sinds de inwerkingtreding van het provisieverbod hun adviseur bij het afsluiten van een hypotheek. In de factuur zijn geen kosten opgenomen voor toekomstige dienstverlening. Het betalen voor nazorg middels een abonnement heeft nooit een grote vlucht genomen, waardoor het risico dreigt van onbetaalde werkzaamheden. Een recente uitspraak van het Kifid over de betaling van de kosten voor wettelijke zorgplicht, lijkt dit risico te onderstrepen. Ook dit punt werkt niet bevorderlijk.

    Bron VVPonline