• 06 May 2021 10:35 | Anonymous

    Ajax is gisteren voor de 35ste keer landskampioen geworden. Dat is voor de ene Adfiz-collega aanleiding tot een licht euforische stemming en af en toe een klein sneertje richting de ‘minder Ajax-gezinde' collega's; voor die laatstgenoemden is het vandaag even incasseren geblazen. Mij maakt het niet zo heel veel uit. Alhoewel ik moet zeggen dat ik de afgelopen jaren soms echt met plezier heb gekeken naar met name de Europese avonturen van de Amsterdammers.  

    Want wat opvalt aan een goed functionerend elftal – naast het spelplezier – is hoe feilloos de spelers elkaar vinden met precies de juiste pass naar de juiste persoon op het juiste moment. Van onderlinge kinnesinne lijkt geen sprake, er wordt goed geanticipeerd op de spelpositie van teamgenoten en het collectief gaat altijd voor. Om er maar een term uit onze branche tegenaan te gooien: er wordt goed samengewerkt binnen de keten en daarmee is de basis op orde.  

    Die basis is niet altijd op orde binnen de financiële sector. Want ook al onderschrijven we allemaal het belang van een goede samenwerking binnen de keten en zetten we daarin ook goede stappen, het kan nog steeds stukken efficiënter. Terwijl ik dit schrijf maken namelijk honderden, zo niet duizenden medewerkers zich weer op om gegevens uit het ene systeem over te kloppen in het andere. Bijvoorbeeld omdat die twee systemen niet met elkaar kunnen communiceren. Omdat er verschil van inzicht is over welke gegevens nu wel en niet mogen worden bewaard volgens de privacywetgeving. Of omdat verschillende, afzonderlijke documenten als één groot pdf-bestand worden verstuurd. En zo zijn er nog veel meer zaken te benoemen die onnodig niet optimaal op elkaar zijn afgestemd.

    Die gebrekkige samenwerking is zonde van de tijd, de stress, de kosten en de irritaties die het oplevert. Zeker als je bedenkt dat dit alles helemaal niet nodig is omdat de koppelingen waardoor systemen wél met elkaar kunnen communiceren er gewoon zijn. Omdat een heleboel gegevens wél mogen worden gedeeld en de Autoriteit Persoonsgegevens over zoiets als bsn-gegevens heeft aangegeven onder welke voorwaarden deze mogen worden opgeslagen. En omdat het een kleine moeite is om je even in de ontvanger te verplaatsten en documenten, zoals ook is afgesproken in de standaarden, als afzonderlijke bestanden te mailen, ook al is dit iets extra werk.  

    Behalve tijdsbesparing en het wegnemen van stress, kosten en irritaties, is er nog een belangrijke reden om te werken aan een efficiëntere keten: het komt de klant ten goede. Het wordt namelijk steeds duidelijker dat consumenten gebaat zijn bij onafhankelijk financieel advies, zowel in hun portemonnee als op het gebied van hun mentale en zelfs fysieke gezondheid. Dat inzicht heeft niet alleen de coronapandemie ons gebracht, maar is ook aangetoond in diverse onderzoeken, waarvan je er vele terugvindt in onze uitgave Advies in Cijfers (de 2021-editie van deze uitgave is overigens in de maak en verschijnt in juni). En niet alleen de wetenschap is daarvan doordrongen, ook de overheid komt inmiddels steeds vaker tot dit besef, wat overigens helaas nog niet altijd wil zeggen dat ze er ook naar handelen... De tijd die nodig is om te voorzien in de adviesbehoefte van de consument, is er alleen als we efficiënt samenwerken in de keten.

    Als Adfiz laten we geen kans onbenut om de leden, maar ook de sector in zijn volle breedte, te wijzen op het belang van betere samenwerking in de keten. Met Aplaza, SIVI en het Verbond werken we hard aan het promoten van eHerkenning en het nastreven van een betere kwaliteit van digitaal aangeleverde documenten. Als we er met z'n allen de schouders onder blijven zetten, weet ik zeker dat we ‘at the end’ net zo'n geoliede machine kunnen worden als Ajax. En dat is – los van voorkeuren – goed voor de klant en goed voor ons.

    Bron: Adfiz 3 mei 2021

  • 30 Apr 2021 11:32 | Anonymous

    Sinds de coronacrisis weet vrijwel iedere Nederlander wat exponentiële groei betekent. De innovation scouts, distruptive growth operators, tribe leads, intrapreneurs en digital evangelists in de verzekeringswereld lachten daarbij in hun vuistje. Deze term was voor hen zo 2019. Wat zeg ik, zo 2015 zelfs.

    Al jaren waren deze innovation sherpas bezig de Nederlandse verzekeringsmarkt volledig op zijn kop te zetten met nieuwe customer experiences en immersive concepts die als vanzelf exponentieel zouden groeien. De opwinding binnen deze kringen was een jaar geleden dan ook groot: Lemonade kwam naar Nederland! Nu zouden de lemen verzekeringsreuzen met eigen ogen zien wat productinnovatie echt inhoudt.

    Vrijwel alle zogenaamde innovatieve proposities zijn niet onderscheidend of volstrekt onbegrijpelijk

    Onderscheidend?

    Lemonade beloofde veel. De site en app zagen er ook gelikt uit. Maar waren de producten echt goedkoop? De allergoedkoopste dekkingen zijn inderdaad marginaal goedkoper dan die van bestaande concurrenten. Onderscheidend? De producten leken verdacht veel op de bestaande Nederlandse woonhuis- en aansprakelijkheidsverzekeringen. Een snelle aanvraag? Bij de aanvraagstraat ontbreken de meest basale koppelingen naar bestaande woonhuisdata, en de keuze om woningen niet via postcode/huisnummer te identificeren is onhandig als je in de Kerkstraat in Zwolle woont (probeer maar eens).

    Knollen voor citroenen

    En zo kan ik nog even doorgaan. Natuurlijk is het vervelend voor verzekeraars om een rijke hypefabriek als concurrent in een rendabel marktsegment te moeten verwelkomen, maar onderscheidend en disruptief? Nee, dat is Lemonade bepaald niet. De samenwerking met Independer is een belangrijke indicatie dat de exponentiële groei voor Lemonade voorlopig uitbleef. Lemonade is exemplarisch voor de staat van insurtech waar te veel knollen voor citroenen worden gehypet. Innovatie is van middel tot doel geworden. Van verbeterinstrument tot PR-stunt verworden.

    Lees ook

    Overzicht: Vernieuwen om het vernieuwen. Zit er een lijn in de innovatie?

    Regelmatig onderzoeken Trend-Rx en Improof de houding van consumenten ten opzichte van insurtech-proposities. In dat onderzoek is een concepttest opgenomen waarin respondenten kwalitatief reageren op nieuwe proposities. Het grootste probleem bij deze test? De innovaties zo beschrijven dat mensen überhaupt verschil kunnen waarnemen met bestaande concepten en in ieder geval een basaal idee hebben van de opzet van de beoogde innovatie. Vrijwel alle zogenaamde innovatieve proposities zijn niet onderscheidend of volstrekt onbegrijpelijk.

    Het i-woord

    Langzaam dringt dit ook bij de verzekeraars door. De commerciële baas van een Nederlandse verzekeraar met een vernieuwingsreputatie vertrouwde mij onlangs zuchtend toe: “De woorden innovatie en agile zijn hier verboden. We zorgen ervoor dat we goed geprijsde producten met  moderne voorwaarden eenvoudig toegankelijk maken voor onze klanten.” Ik vond dat verfrissend innovatief klinken. Jammer dat ik het i-woord nou net niet meer mocht gebruiken.

  • 01 Jan 2021 11:17 | Anonymous

    De coronacrisis heeft zzp'ers nog niet massaal bewogen tot het treffen van een voorziening om arbeidsongeschiktheid op te vangen. Voor Maudie Derks, directeur van Acture, reden om opnieuw te pleiten voor het verplicht stellen van een AOV voor zelfstandigen. En wel volgend jaar al.

    'Verplichte AOV voor zzp'ers per 2023 haalbaar'

    Hoewel 51% van de zzp’ers in de coronacrisis serieuze zorgen heeft gehad over een dalend aantal opdrachten en het wegvallen van inkomen, heeft nog altijd maar een derde van de zelfstandigen iets geregeld om een terugval in inkomen op te vangen. Daar moet de overheid iets aan doen, vindt Maudie Derks, directeur van Acture, de partij achter het Tulpenfonds. De cijfers zijn afkomstig van een zelftest die bezoekers van de Tulpenfonds-website doen.

    Spagaat: wel zorgen, niks geregeld

    De oplossing van de zzp’ers die wel iets hebben geregeld, bestaat volgens CBS-gegevens uit een dekking via een verzekering, het UWV of een crowdsurance-oplossing. Een op de drie heeft helemaal geen voorziening en eenzelfde groep denkt terug te kunnen vallen op de waarde van zijn bedrijf, de overwaarde van zijn huis of het spaargeld. “Daar zit een bijzondere spagaat. Uit alle onderzoeken blijkt dat zelfstandigen zich wel degelijk zorgen maken over de ‘wat als’-vraag.” 

    Giftige cocktail

    Volgens Derks is er sprake van schijnzekerheid bij zzp’ers. “Het verwondert mij zeer dat er zo’n groot percentage is dat de waarde van zijn bedrijf of zijn huis opgeeft. Als zelfstandige bén je je bedrijf. Dus wanneer je arbeidsongeschikt raakt, blijft er van die waarde van het bedrijf weinig over.” En de overwaarde van de woning opsouperen bij arbeidsongeschiktheid lijkt Derks ook geen fijne optie. “Het is veelzeggend én tegelijk pijnlijk om vast te stellen dat zzp’ers deze redenen aanvoeren om het daadwerkelijk regelen van een dekking voor zich uit te schuiven. Een perfect
    voorbeeld van status quo bias: je houdt de dingen graag zoals ze zijn. Vervolgens combineer je dit met de ‘optimistic bias’: dat overkomt mij toch niet. Zo ontstaat een giftige cocktail die
    het welzijn van de groeiende groep zelfstandigen in Nederland bedreigt.”

    Uitvoering door private markt

    Derks pleit voor het verplicht stellen van een arbeidsongeschiktheidsdekking voor zzp’ers. “Wacht niet op de
    volgende uitvoeringstoets van het Pensioenakkoord door UWV waar opnieuw uit zal blijken dat deze niet in staat is de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen nu uit te voeren. Stel de private markt op korte termijn verantwoordelijk voor het aanbieden van een goede dekking, inclusief acceptatieplicht.”

    Derks wijst naar de collectieve dekking die platform Temper voor zelfstandigen in de horeca biedt. Een acceptatieplicht leidt volgens haar bovendien niet tot hoge schades. “Dat bewijst bijvoorbeeld de Tulpenfonds crowdsurance-oplossing waarin iedereen wordt geaccepteerd, onafhankelijk van leeftijd of beroep, voor een gemiddelde maandelijkse bijdrage per zelfstandige van € 30. Dus hoezo onbetaalbaar?”

    Van valkuil naar vangnet

    Wat Acture betreft is verplichtstelling per 1 januari volgend jaar mogelijk. “Ik ben ervan overtuigd dat heel zelfstandig Nederland ergens een oplossing kan vinden, individueel of collectief. De verplichtstelling zou de zzp’ers in Nederland verlossen van een groot risico. Als we stoppen met wegkijken van het probleem maken we van een valkuil een vangnet.”

  • 06 Jun 2020 09:31 | Pieter Baks

    De gemiddelde doorlooptijd van hypotheekaanvragen is sinds het begin van de coronacrisis drie maanden geleden bijna verviervoudigd, meldt Independer

    Doorlooptijd hypotheekaanvragen bijna verviervoudigd

    Voordat het virus ons land bereikte, lag de doorlooptijd voor hypotheekaanvragen gemiddeld op twee werkdagen. Nu moet de gemiddelde hypotheekaanvrager zeven werkdagen wachten, “met uitschieters naar 13 of zelfs 14”, aldus Independer. “Aanvragers worden vaak verrast door de vertraging, die hun veel onrust oplevert. Zo hebben zij vaak zorg over het halen van deadlines voor de ontbindende voorwaarden.”

    Drukker en strenger

    De langere doorlooptijd voor hypotheekaanvragen is enerzijds te verklaren door de sterk toegenomen drukte. “Hypotheekvertrekkers hebben in korte tijd veel meer werk gekregen omdat het aantal hypotheekaanvragen de laatste maanden explosief is gestegen.” Maar daarnaast is de controle bij geldgevers ook strenger geworden. “Steeds vaker stellen zij ‘follow-upvragen’. Het gaat uiteindelijk om flinke sommen geld die de consument leent. Daarom is het logisch dat geldverstrekkers aanvragen tot in detail controleren. Hiermee willen ze voorkomen dat de klant zijn financiële verplichtingen niet kan dragen. Het gevolg hiervan is dat meer tijd nodig is voor het beoordelen van zowel de hypotheekaanvraag als de aanvraag voor een renteaanbod.”

    Geldgevers stellen steeds vaker 'follow-upvragen'

    Tijdig dossier opbouwen

    Volgens de online vergelijker is het momenteel belangrijker dan ooit dat hypotheekaanvragers op tijd beginnen met het correct en volledig opbouwen van hun dossiers. “Uiteraard is de adviseur tijdens de hypotheekaanvraag verantwoordelijk voor het volledig maken van het dossier. Maar tegelijk kun je er als aanvrager bovenop zitten als het gaat om correctheid en volledigheid van de informatie die je aanlevert. Denk bijvoorbeeld aan informatie over roodstaan, het hebben van een lease-auto, de creditcard of een studieschuld. Verzamel alles en begin daar zo vroeg mogelijk mee, want al deze zaken hebben invloed op je hypotheeklening.”

    Wachttijd tot 13 werkdagen

    Volgens de wachttijd-pagina van Independer duurt de beoordeling van het dossier het langst bij Reaal en Conneqt-label Robuust (13 dagen). Ook bij NN (12 dagen), Aegon en Merius (11 dagen) moet de aanvrager langer dan tien werkdagen wachten. Woonfonds, Rabobank, Munt en Attenz hebben met drie dagen de kortste doorlooptijd. De gegevens van Independer dateren overigens van 25 mei. Het aanvragen van een renteaanbod gaat sneller. Daar zijn de grootste wachttijden vijf dagen (Obvion) en zes dagen (Aegon).

    Om het proces eenvoudig te houden, introduceerde NHG vorige week al een uniforme corona-vragenlijst.

    Florius gaat volledig digitaal

    Florius (wachttijd dossierafhandeling vier werkdagen) heeft vanaf donderdag een sneller online proces: alle documenten kunnen nu digitaal worden ondertekend. “Na de bindende overeenkomst, kunnen consumenten ook het renteaanbod, de SEPA-machtiging en het klantbeeldformulier online invullen en ondertekenen. Hiermee kan de totale hypotheekaanvraag veilig online worden geregeld.” Ondertekenen kan via de inlogmethode van de eigen bank van de klant. Daarvoor moet wel een mijnFlorius-account worden aangemaakt.

    Eerste publicatie door Rob van de Laar op 4 jun 2020

    Bron AMweb

  • 02 Jun 2020 11:26 | Pieter Baks

    De Commissie van Beroep oordeelde vorige week dat financieel adviseurs niet verplicht zijn om klanten op de hoogte te stellen van algemene premiedalingen. Een grote opluchting voor veel intermediairs, maar volgens DFO-directeur Jurjen Oosterbaan niet een om heel blij mee te zijn. Hij vindt de argumentatie bovendien wankel, van een definitief oordeel is wat hem betreft nog geen sprake. “Het lijkt er op dat ze naar een bepaalde oplossing toe wilden redeneren.”

    Jurjen Oosterbaan (DFO): ‘Uitspraak in ORV-zaak is een pyrrusoverwinning’

    De geschillencommissie heeft in drie voorgaande zaken de consument gelijk gegeven. Daar zet de Commissie van Beroep nu een streep door. Hoe opmerkelijk is dat?
    “Vooropgesteld denk ik dat een consument die een vaste adviesrelatie heeft met een intermediair, kan en mag verwachten dat zijn adviseur op enig moment zal wijzen op aantrekkelijker alternatieven in de markt. Voorwaarde is wel dat er een duurzame adviesrelatie is. In deze zaak was dat anders, hypotheekadviseurs hebben die relatie meestal niet. Maar mijn uitgangspunt is dat ik vind dat een adviseur spontaan moet attenderen.

    Wat de Commissie van Beroep nu doet, spoort ook niet meer met de hoe de toezichthouder hier naar kijkt

    Wat hier echter gebeurt, en daar haak ik af, is dat de Commissie van Beroep het oordeel koppelt aan een publiekrechtelijke bepaling. Die is uitsluitend van kracht tussen de toezichthouder en de onder toezicht gestelde en gaat alleen om het product zoals dat gesloten is. Maar het publiekrecht en het privaatrecht lopen niet synchroon naast elkaar. In het privaatrecht heb je een verdergaande verplichting. Dan ga je beoordelen of er redelijk en bekwaam is gehandeld. Hier wordt de zaak wel heel eenzijdig publiekrechtelijk uitgelegd. Het lijkt erop dat ze zo naar een bepaalde oplossing toe wilden redeneren.”

    Wat zou volgens jou een logischer uitspraak zijn geweest?
    “Logisch zou zijn geweest dat als er een duurzame relatie is, er op enig moment een signaal uitgaat naar de klant: ‘De markt is veranderd, het kan zinvol zijn om te onderzoeken of er een premievoordeel te behalen is.’ Dat je een klant attendeert. Het begint echter te knellen wat de adviseur is. Als jij eenzijdig een product wil adviseren en daarna geen relatie meer wil: dat mag. Maar wees daar helder over. Dit probleem ontstaat omdat niet meer helder is wat de relatie inhoudt.”

    Reactie Adfiz op de ORV-uitspraak

    Adfiz heeft op de eigen website met tevredenheid gereageerd op de uitspraak van de Commissie van Beroep. De branchevereniging stelt: “De duidelijkheid die met deze uitspraak ontstaat is zeer welkom. Wij zijn met name tevreden dat Kifid bevestigt dat de wettelijke zorgplicht uit de Wft zich beperkt tot informatie over wetswijzigingen en wijzigingen in het product en het hierover bij afsluiten gegeven advies.

    Tegelijk is in dit hele traject, en de media-aandacht die daarbij kwam kijken, helder geworden welke percepties en hoge verwachtingen klanten hebben over de dienstverlening van adviseurs. Die waardering is natuurlijk positief, maar om toekomstige teleurstellingen te voorkomen blijft het zeer belangrijk om met de klant goede afspraken te maken over de dienstverlening, expliciet te communiceren over belangrijke wijzigingen en de zorgplicht/nazorg serieus te nemen.”

    Op welke gronden zou de commissie moeten beoordelen of een relatie duurzaam is of was?
    “Dat is het waard om te onderzoeken, hoe die relatie geweest is. Kijk, als een klant op geen enkele wijze meer contact heeft gezocht, dan mag die ook niet verwachten dat zijn belangen volledig behartigd worden. Anderzijds heb je als adviseur al die mensen in je portefeuille, je hebt de emailadressen. Dan vind ik attenderen toch wel tot de taak behoren van de adviseur. Ook als de relatie wat minder is.

    Met de Wft was de aandacht vooral gericht op het transactiemoment. Daar zijn de doelen behaald. Nu zie je dat de AFM bij de minister wetgeving bepleit voor het onderhoud op financiële producten. Wat de Commissie van Beroep nu doet, spoort dus ook niet meer met de hoe de toezichthouder hier naar kijkt.”

    Kifid laat al doorschemeren dat alle zaken volgens deze lijn worden afgewikkeld. Is dit een finaal oordeel?
    “Dat lijkt me niet. Ik denk dat op een gegeven moment toch een Consumentenbond of rechtsbijstandsverzekering naar de rechter gaat. Dan krijg je mogelijk toch een andere uitspraak. Een op basis van de adviesrelatie. Als dit wel de definitieve uitspraak is, dan is die niet in het voordeel van het aanzien van de branche.

    Adfiz moet zich afvragen of ze wel zo tevreden moeten zijn met deze uitspraak. Wil je dat de consument de adviseur zo gaat zien? Het is fijn dat adviseurs de dans ontspringen, maar de adviseur wordt nu gepositioneerd op een manier die je niet moet willen. Dan moet je consequent zijn en het gaan herstellen.”

    Lees ook

    Adviseur hoefde niet te wijzen op algemene premiedaling orv

    Wat bedoel je met herstellen?
    “Deze klanten hadden duidelijk een ander verwachtingspatroon van hun adviseur. Dan is het goed als bijvoorbeeld de OvFD zegt: ‘wij vinden deze uitspraak niet goed voor het profiel van de adviseur. We gaan er bij onze leden op aandringen dat klanten betere verwachtingen krijgen over hun dienstverlening.’

    Wat er nu gebeurt geeft een verkeerd beeld bij de consument. We moeten de meerwaarde van de adviseur laten zien. Dat is een ander dier dan de verkoper bij een aanbieder. Als onafhankelijk adviseur heb je alleen meerwaarde als je naar de consument duidelijk kan maken dat je iets anders doet dan een verkoper. Nu heb je naar de samenleving een heel lastig verhaal te vertellen en ondergraaf je je eigen bestaansrecht. Deze uitspraak is een pyrrusoverwinning.”

    Eerste publicatie door Bart van de Laak op 2 jun 2020

    Laatste update 10:50

    Bron AMweb

  • 29 May 2020 12:20 | Pieter Baks

    Een aparte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen is strijdig met het Europees recht. Dat is de conclusie van een juridische analyse die in opdracht van de Werkvereniging is uitgevoerd.

    Werkvereniging: AOV zelfstandigen is in strijd met Europees recht

    “In het Pensioenakkoord hebben werkgevers- en werknemersorganisaties afgesproken dat er een aparte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen moet komen”, zegt Roos Wouters van de Werkvereniging. De Werkvereniging is de grootste belangenorganisatie van zelfstandigen en andere modern werkenden.

    Kabinet heeft probleem

    “Wij hebben laten toetsen of dat in het licht van Europese wetgeving überhaupt wel mogelijk is. De conclusie was dat een arbeidsongeschiktheidsverzekering die uitsluitend geldt voor zelfstandigen, op verschillende punten strijdig is met het Europees recht. Het kabinet heeft dus een groot probleem als dit voorstel wordt overgenomen.”

    Voorstel is niet houdbaar

    “Het voorstel is niet houdbaar als het wordt getoetst aan de Europese Dienstenrichtlijn en het EU-Werkingsverdrag”, vervolgt Wouters. “Wij hebben laten kijken naar deze Europese wetgeving en naar diverse arresten. De conclusie is dat een verplichte AOV enkel en alleen voor zelfstandigen een ongerechtvaardigde belemmering voor de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten vormt. Bovendien wordt met dit voorstel inbreuk gemaakt op de grondrechtelijke vrijheid van ondernemerschap, zoals is vastgelegd in het EU-Handvest.”

    Lees ook

    Lees ook

    Het pensioenakkoord: de stand van zaken

    Belangenorganisatie niet betrokken

    “Het kabinet doet er verstandig aan dit voorstel van tafel te halen, wil men niet verzeild raken in jarenlange juridische procedures”, concludeert Wouters. “Het bizarre is ook dat wij als belangenorganisatie van zelfstandigen er helemaal niet bij betrokken zijn geweest. Dit is in een achterkamertje besloten door de sociale partners, die blijkbaar in de zzp’er een gemeenschappelijke vijand hebben gevonden.”

    Zzp’ers willen AOV helemaal niet

    Uit een eerdere enquête van de Werkvereniging blijkt dat 78% van de zzp’ers zo’n arbeidsongeschiktheidsverzekering ook helemaal niet wil. Wouters: “Tegen werkgevers- en werknemersorganisaties zou ik willen zeggen: regel geen dingen over de hoofden van zzp’ers heen, maar ga met ons als belangenorganisatie de sociale dialoog aan. Dat is immers altijd de kracht van het poldermodel geweest.”

    Eerste publicatie door Annet van den Berg op 29 mei 2020

    Bron Amweb

  • 29 May 2020 11:44 | Pieter Baks

    De nazorgplicht gaat niet zo ver dat een financieel adviseur een consument moet informeren over de premiedalingen van overlijdensrisicoverzekeringen. Dat concludeert de Commissie van Beroep van Kifid.

    ‘Adviseur hoeft niet te wijzen op algemene premiedaling ORV’

    Een adviseur is wettelijk verplicht om een consument gedurende de looptijd van een verzekering wel te informeren over wijzigingen in het product zelf. Dat betekent echter niet dat een adviseur de consument moet informeren over algemene marktontwikkelingen zoals premiedalingen van overlijdensrisicoverzekeringen.

    Klant klaagt over gemiste premiebesparing

    In de betreffende klachtzaak gaat het over een overlijdensrisicoverzekering (ORV) die de consument in april 2011 heeft afgesloten door tussenkomst van De Hypotheker Emmeloord dat onderdeel is van De Hypothekers Associatie. De verzekerde uitkering is € 75.000 tegen een maandelijkse premie van € 26,54.  Eind 2018 beklaagde de consument zich bij zijn financieel adviseur en stelde hem aansprakelijk voor de gemiste premiebesparing, omdat de adviseur hem niet tijdig heeft geïnformeerd over de (sterke) premieverlagingen van ORV’s.

    Geschillencommissie oordeelde eerder in voordeel consument

    De financieel adviseur meent dat hij wettelijk noch contractueel verplicht is om zijn klant te wijzen op algemene premiewijzigingen bij een nieuwe ORV, nu de premie van de betreffende ORV niet verandert. De Commissie van Beroep oordeelt dat gedurende de looptijd van een verzekering de adviseur zijn klant moet informeren over eventuele wijzigingen in het product, zoals dat via de adviseur is afgesloten. De geschillencommissie oordeelde eerder in het voordeel van de consument.

    Nazorgplicht gaat niet over algemene marktontwikkelingen

    De wettelijke nazorgplicht gaat volgens de Commissie van Beroep niet zo ver gaat dat een adviseur de consument moet informeren over algemene marktontwikkelingen zoals premiedalingen van ORV’s, aldus de Commissie van Beroep. Een consument en een financieel adviseur kunnen over een dergelijke nazorgplicht overigens wel afspraken maken, maar dat is hier niet gebeurd. Kortom, er is geen sprake van schending van de nazorgplicht door de financieel adviseur. Er is geen reden om eventuele financiële schade te verhalen op de financieel adviseur.

    Er loopt op dit moment nog een beroepsprocedure over de zorgplicht van een financieel adviseur bij een ORV. Daarover spreekt de commissie zich binnenkort uit. Naar verwachting is de uitspraak in die zaak vergelijkbaar.

    Eerste publicatie door Annet van den Berg op 29 mei 2020

    Bron Amweb

  • 27 May 2020 09:57 | Pieter Baks

    Zelfstandig adviseurs van RegioBank gaan in oktober over op een nieuw samenwerkingsmodel. Full franchise, inclusief een compleet nieuwe belonings- en kostenstructuur. Ongeveer vierhonderd van de ruim vijfhonderd adviseurs hebben uitgesproken mee te willen gaan. Van de adviseurs die niet mee willen of kunnen, moet fatsoenlijk en in goede harmonie afscheid worden genomen. Maar er is onenigheid over de exit-strategie.

    Vertrekkende RegioBank-adviseurs vrezen voor assurantieportefeuille

    In samenspraak met een werkgroep van zestien RegioBank-adviseurs stelde het Volksbank-label een nieuwe strategie op. Daarin zijn alle zaken opgenomen waar de kantoren voortaan aan moeten voldoen. Adviseurs moeten bijvoorbeeld het complete pakket aan diensten aanbieden. De betaal-, spaar- en beleggingsrekeningen, maar ook nieuwe producten zoals consumptieve kredieten en bedrijfshypotheken.

    Afgerekend op jaardoelen

    Met een puntensysteem gaat RegioBank doelen stellen voor de nieuwe aanwas van particuliere en zakelijke klanten. De adviseur wordt daar jaarlijks op afgerekend. Aan de fysieke kantoren zelf worden ook meer eisen gesteld. Openingstijden, kwaliteit van de locatie en de bereikbaarheid zijn vastgelegd. En kantoren ontkomen alleen nog met een goede reden aan het aanbieden van een kasfunctie.

    Het vervelende is dat dit ook de mensen zijn geweest die de bank groot hebben gemaakt

    Meeste adviseurs willen mee

    Accountmanagers van RegioBank hebben de afgelopen maanden een rondgang gehouden langs alle kantoren om de plannen toe te lichten. Volgens de bank sprak 80 procent van de adviseurs tijdens deze gesprekken de intentie uit om deel te nemen aan de nieuwe full franchise-formule. Veel kantoren hebben al op de wijzigingen geanticipeerd. Voor de overige aanpassingen staat RegioBank een transitieperiode van twee jaar toe.

    De nieuwe eisen zijn voor een substantieel aantal kantoren echter niet haalbaar. Volgens voorzitter van de Verenigde RegioBank Adviseurs (VRA) Cees Meijer zijn dat bijvoorbeeld adviseurs die altijd sterk gehangen hebben aan de provisie op spaargeld. Een vergoeding die straks helemaal verdwijnt. “Dat zijn de kantoren die het hardst getroffen worden”, zegt Meijer. “Het vervelende daarvan is dat dit ook de mensen zijn geweest die de bank groot hebben gemaakt.”

    RegioBank gaat niet in op voorstellen VRA

    De noodzaak van de nieuwe strategie ontkent de VRA niet, maar Meijer vindt wel dat er fatsoenlijk afscheid moet worden genomen van de adviseurs die niet mee kunnen of willen. “Als onze leden erop achteruitgaan, dan willen we het goed regelen. Daar wringt het verhaal. We hebben voorstellen gedaan en daar is de bank niet op ingegaan.”

    Problemen rond terugkoopplicht

    Adviseurs die niet meegaan, krijgen de kans om zelf hun bancaire portefeuille te verkopen. Als dat niet lukt, of als RegioBank niet akkoord gaat met de overnemende partij, dan heeft bank een terugkoopplicht. De overnamesom is vastgelegd op éénmaal de gemiddelde jaarprovisie over de laatste vijf jaar. RegioBank zal vervolgens zelf op zoek gaan naar een nieuwe zelfstandig adviseur die de portefeuille verder oppakt.

    Lees ook

    Grote spanningen tussen RegioBank en franchisenemer om nieuw beloningsmodel

    Verzekeringen van totaalklant zijn niet beschermd

    Waar de betreffende adviseurs tegenaan lopen, is het feit dat veel consumenten in hun bancaire portefeuille totaalklanten zijn. De overnemende adviseur krijgt alle klantgegevens mee en de kans om die klanten ook te benaderen voor verzekeringsproducten. Dat is een groot risico voor de verkoper, omdat de assurantieomzet veel belangrijker is dan de inkomsten uit bancaire activiteiten.

    Een concurrentiebeding van enkele jaren op de verzekeringsproducten zou het probleem grotendeels tackelen, maar RegioBank zou niet van zins zijn daaraan mee te werken. In een verklaring zegt een woordvoerder van de bank dat het geen uitspraken doet over afspraken tussen de bank en de adviseurs. Wel wil de bank een zorgvuldig transitieproces voorstaan, ‘ook voor kantoren die onverhoopt niet meegaan met de nieuwe strategie.’

    Nu alvast de assurantieportefeuille verkopen

    Naar verluidt zouden enkele adviseurs inmiddels overwegen nu alvast hun assurantieportefeuille te verkopen. Als ze dat doen voordat ze hun bancaire bestand afgeven aan RegioBank, kunnen ze nog een concurrentiebeding afspreken met de koper en op die manier de waarde van hun assurantieportefeuille beschermen.

    Bron AMweb

  • 18 May 2020 09:51 | Pieter Baks

    Olof Raas van recruitmentbureau 2B Connected vroeg het aan 189 hypotheekprofessionals waaronder 147 adviseurs. Zijn conclusie? Hypotheekadviseurs zijn redelijk tevreden over hun positie en zullen niet zonder meer van baan wisselen. Financieel planners verdienen het meest in de hypothecair adviesbranche.

    Voor 400 euro extra wisselt 38% van hypotheekadviseurs van baan

    Hypotheekadviseurs die nog geen twee jaar in dienst zijn, verdienen gemiddeld 3.636 euro per maand. Collega’s die acht jaar of langer in het vak zitten, ontvangen maandelijks 4.232 euro. Het gemiddelde loon van alle geënquêteerde hypotheekadviseurs komt uit op 3.979 euro. Het maandloon van een financieel planner bedraagt gemiddeld 4.682 euro.

    Bonus belangrijk voor hypotheekadviseur

    Variabele beloning blijkt voor veel adviseurs een factor van belang. 61 procent van de ondervraagde tussenpersonen kreeg afgelopen jaar een bonus uitgekeerd. De gemiddelde extra beloning bedroeg 6.202 euro.

    Marktconform of beter

    Veruit de meeste deelnemers aan het onderzoek zijn tevreden met hun loon. 76 procent denkt marktconform of meer dan marktconform te verdienen. Raas vertelt er niet bij in hoeveel procent van de gevallen de werknemers het ook bij het juiste eind hadden.

    Aantal kantoren blijft krimpen, maar werkgelegenheid groeit in adviesbranche

    Wat moet je bieden?

    Betere primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden zou voor 56 procent van de werknemers een reden zijn om een andere werkgever te zoeken. Het recruitmentbureau wilde ook weten hoeveel meer een nieuwe baas moet bieden om van baan te wisselen. 12 procent is bij een bedrag tot 200 euro al weg. 26 procent wordt aan het twijfelen gebracht met een bod tussen 200 en 400 euro meer, voor nog eens 26 procent moet de loonsverhoging tenminste 400 euro bedragen.

    Ondernemerschap lonkt voor 1 op de 5 adviseurs

    Een andere mogelijkheid blijft natuurlijk om zelf een kantoor te beginnen. 22 procent van de ondervraagde adviseurs speelt met die gedachte. Geld komt als drijfveer voor het ondernemerschap pas op plaats drie. Respectievelijk zelf beslissingen nemen over de bedrijfsvoering en de mogelijkheid om flexibel te werken worden als belangrijker ervaren.

    Het volledige onderzoek staat hier.

    Bron AMweb

  • 07 May 2020 10:03 | Pieter Baks

    Enno Wiertsema (Adfiz): ‘AFM moet nadenken over financiële vergoeding voor nazorg’

    Uit de evaluatie van het provisieverbod blijkt dat er nog geen goed model is om nazorg tijdens de looptijd van een financieel product te garanderen. De AFM gaat een onderzoek doen naar de beheerfase. Volgens Adfiz-directeur Enno Wiertsema moet de toezichthouder daarbij rekening houden met de financiering.

    In zijn maandcolumn zegt de directeur te vrezen dat er zonder oog voor de financiering aangestuurd wordt op oplossingen die alleen neerkomen op nog meer informatie sturen naar de consument. Zonder persoonlijk advies. “Terwijl we weten dat dat bij lange na niet genoeg is om de gewenste aandacht en actie voor de gezondheid van de eigen financiën op gang te brengen. Weten is nog geen doen, heet dat.”

    ‘Onsje meer dan de Wft zorgplicht’

    Bij goede nazorg informeert de klant zijn adviseur over belangrijke ontwikkelingen in zijn leven en de adviseur informeert periodiek over veranderingen in product en wetgeving, vindt Wiertsema. “En samen kijken ze regelmatig welke actie nodig is om de financiële wensen en noden van nu en later op de juiste wijze in balans te houden. Dat is meer dan een paar onsjes meer dan de Wft zorgplicht. En dat kost dus tijd en geld. Maar het levert ook op!”

    Nazorg hoog op de agenda

    Hoe moeilijk het echter is om klanten hier uit zichzelf toe te bewegen, blijkt uit de afname van het aantal nazorgabonnementen. Van ruim 20 procent vijf jaar geleden, tot 6 procent van de klanten nu. Wiertsema vindt het daarom goed dat nazorg hoger op de agenda komt. Hij zou graag zien dat er met een open mind naar de financiering ervan gekeken wordt.

    Lees ook

    Onderzoek: Bestaande klant staat open voor belletje van adviseur

    Fiscale aftrekbaarheid van financieel advies

    “Ik heb eerder gepleit voor fiscale aftrekbaarheid, en ben nog steeds overtuigd dat dat een bijdrage kan leveren. Het onderstreept in ieder geval duidelijk hoe belangrijk financieel onderhoud is. Ik verwacht ook zeker dat gedragswetenschappelijke inzichten kunnen helpen, bijvoorbeeld door van onderhoud de default-keuze te maken”, zegt Wiertsema.

    Onderdeel van de productprijs

    Versleuteling van de kosten ligt wat de Adfiz-directeur ook weer op tafel. “En tegelijk, als we vanuit regelgeving en toezicht gaan kijken welk niveau van nazorg minimaal gewenst is, en je wilt het probleem echt oplossen; dan is het onontkoombaar om ook te kijken hoe duurzaam en robuust financiering van het onderhoud geregeld kan worden door er een nader overeen te komen onderdeel van de productprijs van te maken.”

    Eerste publicatie door Bart van de Laak op 6 mei 2020

    Bron Amweb

Powered by Wild Apricot. Try our all-in-one platform for easy membership management