• 05 Jan 2022 10:46 | Anonymous

    Examenzaal via Pixabay

    Wat zijn uw ervaringen met het PE-examen, dat sinds 1 april meer dieptevragen kent? Een adviseur meldt niet hoger te komen dan een 5, ondanks meerdere herexamens. Hij roept de opleiders op om de voorbereidende training zo snel mogelijk af te stemmen op de nieuwe realiteit. U kunt uw ervaringen kwijt in het reactievak onder dit bericht.

    De adviseur: “Ik ken collega’s die met hetzelfde zitten, de een is al meer dan vier keer op geweest, een ander reeds zes keer. Oefenvragen, daar slagen wij ruim voor. Maar het eigenlijke examen is complexer. Ook is er geen vervolgtraining voor degenen die niet binnen drie keer slagen. Het kan toch niet zo zijn dat we hierdoor moeten stoppen met ons vak. Het zou zonde zijn als adviseurs hierdoor zouden afhaken met alle gevolgen van dien.”

    Lindenhaeghe schreef onlangs: “De laatste tijd valt ons op dat er iets is veranderd in de manier van vragenstellen door het CDFD. Waar voorheen veel vragen in casusvorm voorkwamen, gerelateerd aan algemene en brede onderwerpen, zien we steeds vaker detailvragen voorbijkomen. Vrij specialistische vragen die je echt alleen maar kunt weten als je de stof bestudeerd hebt.

    “Onze conclusie is dat examenkandidaten zich anders moeten gaan voorbereiden om te kunnen slagen. Naast een training om de onderwerpen goed te behandelen en ook de vraagmethodiek te bespreken, wordt echt meer (zelf)studie verwacht. Doe je dat niet, dan daalt je slagingskans behoorlijk. Simpelweg omdat je de antwoorden niet weet. Het CDFD wil op deze manier voorkomen dat cursisten na een korte training slagen, zonder dat ze zich inhoudelijk echt in de materie verdiept hebben.”

    De zomertip van de Lindenhaeghe-trainers: “Wil je het PE-examen halen, duik dan echt even de boeken in. Doorloop de E-learning, oefen met Slim leren, oefenexamens en zet de puntjes op de i met een examentraining. Zie zo’n training echt als extra boost, iets dat nog nét even wat extra’s geeft. Maar laat je poging niet alleen van een korte training afhangen. Daarmee red je het niet meer.”

    De adviseur zou in ieder geval graag zien dat de oefenvragen meer aansluiten bij de huidige PE-examens.

    De jongste CDFD-cijfers laten zien dat nog veel adviseurs opmoeten voor hun PE-examen(s) 2019-2022. Dat kan nog tot 1 april volgend jaar. Stakeholders wijzen op het belang om tijdig examen te doen, omdat het steeds drukker zal worden naarmate het einde van deze PE-periode nadert. Terwijl de vragen sinds 1 april jongstleden dus meer de diepte ingaan en met een korte examentraining niet meer lijkt te kunnen worden volstaan.

  • 03 Jan 2022 09:36 | Anonymous

    Tot zes jaar geleden had Nederland nog een verzekeringslabel dat zich volledig op vrouwen richtte. Een autoverzekering met een unieke aanpak die bijna meteen na de introductie bovenaan de testlijstjes prijkte. Toch trok eigenaar Aegon in 2017 de stekker uit het project. Medeoprichter Peter de Boer vertelt over de rise and fall van wat eens de beste autoverzekering van Nederland was: Onna-Onna.

    De rise and fall van een vrouwenverzekeraar: Onna-Onna

    Als vijf marketingmannen op een vrijdagmiddagborrel in 2007 klagen dat er zo weinig beklijft van de ideeën die ze bedenken voor verzekeraars, roept iemand bluffend dat ze het zelf ongetwijfeld beter kunnen. Een boude uitspraak. De economie draait na de dotcom-crisis inmiddels weer op volle toeren, maar de Nederlandse autoverzekeringsmarkt schrijft jaar na jaar rode cijfers.

    “Stoere borrelpraat”, zegt De Boer over die middag met Jan Heuvel, Lex Orie, Reggie de Feniks en Maurik van den Heuvel. Met autoverzekeringen was geen droog brood te verdienen. Het rendement op elke geïnvesteerde premie-euro was voor de verzekeraars hoog genoeg om de paar procent verlies op de schadelast voor lief te nemen. Een beginnende speler die zich niet tegelijkertijd als belegger manifesteerde had niks op de autoverzekeringsmarkt te zoeken.

    Het genderperspectief

    “Tot we een rapport onder ogen kregen waarin het genderperspectief werd onderzocht op allerlei soorten diensten”, vertelt De Boer. Op tal van services was dat meetbaar, maar de onderzoekers konden niets vinden voor de financiële dienstverlening. “Wij vonden dat juist superinteressant. Want wat wij wel wisten is dat in 60 procent van de gevallen vrouwen de eindbeslissing maken over het afsluiten van een financieel product. Vrouwen hebben de belangrijkste stem in het kapittel.”

    In numerieke zin maken vrouwen net zoveel schade als mannen. Alleen het testosteron ontbreekt

    Voor De Boer en zijn collega’s was één en één drie. Als ze het beter wilden doen, dan moesten ze een autoverzekering speciaal voor vrouwen ontwikkelen. Onder leiding van de onlangs overleden Heuvel onderzochten ze de financiële haalbaarheid. Daaruit stelden ze ten eerste vast dat vrouwen een ander schadepatroon hebben dan mannen. “In numerieke zin maken vrouwen net zoveel schade als mannen”, zegt De Boer. “Alleen het testosteron ontbreekt. De knal is minder hard en de schadelast lager.”

    Op de overhead was volgens De Boer ook prima winst te behalen. In de hele keten van herverzekeraar, verzekeraar, serviceprovider, had een verzekeraar voor hen weinig toegevoegde waarde. “Dus we konden 20 procent besparen op schadelast en het schrappen van de verzekeraar zou ons nog eens 20 procent extra financiële ruimte geven.”

    Lees ook

    Peter de Boer en Jan Heuvel: 'Verzekeringen moeten onweerstaanbare producten worden'

    Meer doen dan je belooft

    Het echte eureka-moment voor de marketeers kwam toen ze uit een enquête naar voren haalden dat vrouwen geen enkele relatie voelen met verzekeraars. Nul. “Dus ook niet met het merk”, zegt De Boer. “Wat wij moesten doen was dus supereenvoudig: gewoon goed naar de doelgroep luisteren. Er wordt vaak gezegd dat prijs het belangrijkste is, maar dat is niet waar. Het draait allemaal om communicatie en meer doen dan je belooft.”

    Er werd een concept bedacht en in Zwitserland een luisterend oor gevonden. “Swiss Re was superenthousiast”, vertelt De Boer, die in die dagen veel in Zürich was. “Ze zouden meedoen en een formidabel bedrag investeren om het meteen van de grond te krijgen.” De herverzekeraar zou de risicodrager zijn, serviceprovider Melching stond in de startblokken voor de operationele kant, terwijl de vijf oprichters zich op branding, marketing en sales zouden storten.

    Geen experimenten

    In een Zwitserse club werd tot in de late uren gedronken op het succes. De maandag erop zou alleen nog een telefonische meeting volgen om de deal te beklinken. “Die call duurde een minuut”, herinnert De Boer zich. “Ze gingen het niet doen.” Op de dag dat de Nederlandse ploeg elkaar jubelend op de schouders sloeg in de Zürichse Pelikanbar, viel in New York de bank Lehman Brothers om. De start van de financiële crisis. In het kielzog verloor ook Swiss Re ruim een derde van zijn marktwaarde. Voor een experimentje met een Nederlandse nicheverzekering was geen ruimte meer.

    Die call duurde een minuut. Ze gingen het niet doen

    “Daar zaten we met z’n vijven. Verbijsterd en in stilte naar de microfoon op tafel te staren. Vier van ons hadden net hun baan opgezegd. Er was geen geld, alleen een concept.” De shock duurde zo’n tien minuten. Daarna besloten ze dat ze door zouden gaan. Orie was de jongste, had nog geen kinderen en geen hypotheek. Hij moest de kar gaan trekken. De rest ging bijverdienen om de vrouwenverzekering van de grond te krijgen.

    De Boer: “Ik heb mijn auto verkocht. Een deel van mijn interieur. Mijn pensioengeld erin gestoken. Het was voor het eerst in mijn leven dat ik voelde dat ik de rand van de klif passeerde. Ik kan je melden dat je daar niet heel goed van slaapt.”

    Pruttelen met drie klanten per week

    In de maanden daarna lukt het Orie en de rest van de oprichters om de zaak toch van de grond te krijgen. Swiss Re wilde nog wel capaciteit leveren voor een pool waarin ook Nationale-Nederlanden, Aegon, ASR en Zevenwouden deelnamen. “Verre van ideaal, maar we hadden wel risicodragers”, zegt De Boer. Onna-Onna was in business. Hij vertelt hoe ze hakkelend, stotend en pruttelend met drie klanten per week op gang kwamen. “En dat waren dan je moeder en je schoonzus. Het was echt een drama in het begin.”

    Maar plotseling ging het lopen. De Boer weet nog hoe het begon. Het was warm in Leiden en hij zat thuis met een biertje op de bank het RTL Nieuws te kijken. De presentatrice kondigde een item aan over vrouwenmarketing. Heineken had net Jillz gelanceerd, hotelketen NH had een nieuw concept en er was sinds kort zelfs een autoverzekering voor vrouwen. “Ik denk krijg nou wat. Dat zijn wij. Ik heb onmiddellijk de jongens gebeld: ‘we worden genoemd!’ Binnen vijf minuten lag door alle traffic de site eruit.”

    De beste autoverzekering

    De volgende winst was mogelijk nog groter, toen een paar maanden later de nieuwe Consumentengids op de mat viel. “En Lex die zit daar een beetje in te bladeren en zegt opeens, ‘joh, wij staan op nummer één’. Dat kwam voor ons echt als een complete verrassing. Wij waren met een stolp over ons hoofd alleen maar bezig om de business te laten groeien. We waren helemaal niet bezig met lijstjes.” De Consumentenbond zou Onna-Onna zelfs twee jaar achter elkaar aanwijzen als beste autoverzekering van Nederland.

    Branding is geen pot verf hè? Alles wat je van plan bent en uitdraagt moet je tot in de haarvaten van je processen opnemen

    Die uitverkiezing kreeg Onna-Onna niet voor niets. De branding was heiligverklaard in de startup. “Branding is geen pot verf hè? Alles wat je van plan bent en uitdraagt moet je tot in de haarvaten van je processen opnemen.” De Boer en co waren vooral van plan om attent te zijn. Aan dat begrip werd alles afgemeten. Is het attent om iemand een polis te sturen met zeventig pagina’s juridische tekst? De vraag stellen is hem beantwoorden. De voorwaarden werden ingedikt tot elf pagina’s leesbare tekst. “Dan zie je hoe dingen werken, want toen stonden we ineens landelijk in de aandacht met een prijs voor onze heldere communicatie.”

    En zo weet De Boer nog een paar voorbeelden te noemen. Is het attent dat je tien dagen moet wachten op je schadevergoeding? Is het attent dat er alleen mannentijdschriften liggen in de wachtruimten van de gecontracteerde schadeherstellers? Is het attent dat je altijd eerst een keuzemenu krijgt als je belt? “Nee. Natuurlijk is dat niet attent. Je moet gewoon iemand aan de lijn krijgen.” Dat laatste inzicht deed Onna-Onna besluiten om het callcenter en de schadeafhandeling in eigen hand te nemen.

    Zelf in het rommelhok

    Ze betrekken een kantoorpand in IJburg. De Boer en Orie zetten er demonstratief hun bureau neer in het rommelhok. De bellende servicemedewerkers krijgen ruimte en vrij uitzicht. “Practice what you preach”, zegt De Boer. “Zij zijn de belangrijkste schakel tussen het merk en de klant. Zij moeten het naar hun zin hebben.” Personeel werft Onna-Onna vooral in hospitalitywereld. Verzekeringstechniek is aan te leren, servicegerichtheid is dat volgens De Boer niet.

    De nieuwe schadebehandelaren krijgen maandelijks een coulancebudget. Als iets volgens de letter niet verzekerd is, maar de medewerkers krijgen er toch een vervelend gevoel bij om het af te wijzen, dan hebben ze de vrijheid om toch (een deel) te betalen. Met het geld konden ze bijvoorbeeld ook een bloemetje laten bezorgen. “Je wil dat een klant het gevoel heeft dat ze fair behandeld is”, zegt De Boer.

    Blog Peter de Boer

    Sinkhole van financiële merken

    Hij noemt de periode in Amsterdam een feestje. De Boer en zijn partners weten in relatief korte tijd ruim 24.000 klanten aan zich te binden. In de rush amper beseffend hoe bijzonder hun casus is. “Maar dan loop je tegen het punt aan waar alle startups tegenaan lopen. Je moet blijven groeien.” De oprichters hadden een routekaart opgesteld voor verdere uitbreiding. Zo waren er plannen om meer te gaan doen met zorg en vrouwen. En De Feniks wilde zijn ervaring inzetten om ook internationaal stappen te zetten. Maar voor groei is geld nodig.

    Binnen bij Aegon

    Op dat moment is Aegon in stilte bezig met de oprichting van onlinebank Knab. De Boer treedt bij Aegon op als consultant voor haar innovatieprocessen. In gesprek met de directeur Innovatie bij de verzekeraar vertelt De Boer terloops over de ontwikkelingen bij Onna-Onna. Dat ze op zoek zijn naar een strategisch partner, iemand die kan helpen met ICT, internationalisering en juridische zaken. Zou het niet wat voor Aegon zijn om in te stappen?

    “Nou de rode loper werd uitgerold. Tromgeroffel en trompetgeschal”, vertelt De Boer. “We waren welkom. Iedereen was euforisch en het leek het begin van een mooie samenwerking.” Onna-Onna was het paradepaardje bij Aegon, vertelt De Boer. Op internationale meetings werden ze altijd van stal gehaald. “Stonden wij erbij met onze Onna-Onna-tassen en -paraplu’s. Iedereen vond het fantastisch.” Er werd intern al gesproken over India, Griekenland en Spanje als volgende markten. “We dachten echt: ‘dit gaat rollen’. We gaan de mondiale verzekeringswereld het goede voorbeeld geven.”

    Onna-Onna paraplu Londen

    Weeffouten gemaakt

    Pas in de loop van het proces komt De Boer erachter dat fouten zijn gemaakt in het partnerschap met Aegon. De belangrijkste fout was het afstand doen van zeggenschap. “We hadden vijftig procent van de aandelen verkocht. Dat hadden we nooit moeten doen”, vervolgt De Boer. Een nieuwe directeur bij Aegon zag weinig in Onna-Onna. De innovatieafdeling werd gedecimeerd, interne contacten verdwenen en het initiële enthousiasme verdampte, evenals de plannen om er samen iets groots van te maken. Onna-Onna werd volgens De Boer bewust aan haar lot overgelaten en invloed om het tij te keren hadden ze niet.

    Samen met de andere oprichters leverde hij ook de overige vijftig procent van de aandelen in. Contractueel mag De Boer niets negatiefs over Aegon zeggen, maar vanaf dat moment weet hij ook niets positiefs meer te melden. Aegon heeft Onna-Onna nog twee jaar zelf gerund, voor het in 2017 definitief ophield te bestaan. “Maar toen was het merk eigenlijk al kapot.”

    Reactie Aegon

    Volgens een woordvoerder van Aegon heeft het bedrijf nooit een vooropgezet plan gehad om Onna-Onna uit de markt te halen. “Wel waren stevige interventies nodig om het rendement binnen de norm te brengen. Er is trouwens nog altijd een Onna-Onna-portefeuille met klanten, dus het is ook niet opgehouden te bestaan.”

    De Handtasjesdekking

    Een van de opmerkelijkste elementen in de Onna-Onna autoverzekering was de standaard handtasjesdekking. Doorsnee-autoverzekeringen vergoeden bij inbraak alleen auto-accessoires en geen andere spullen. Op inboedelverzekeringen is er meestal wel dekking, maar die gaan zelden zover als de maximale 750 euro die Onna-Onna bereid was te betalen voor een gestolen handtas. Dat soort extraatjes bezorgde de vrouwenverzekeraar de hoogste scores bij de Consumentenbond, maar het kost natuurlijk ook gewoon geld. “Dat is waar”, zegt De Boer. “Maar nu kom je op het psychologische vlak. Vrouwen en handtassen, dat is een eenheid. Dat ding is echt heilig. Die laten ze heus niet zomaar achter in de auto.” Volgens De Boer is er in zeven jaar tijd zelden een claim op de handtasjesdekking binnengekomen.

    “Weet je, wij hadden in de tijd vóór Aegon gewoon een heel goede combined ratio. Het was gezond geld. Maar we hebben daar nooit iets mee hoeven doen. Mensen zitten namelijk helemaal niet te wachten op het goedkoopste product. Wat mensen willen is fatsoenlijke dienstverlening. Dat je een relatie met ze aangaat en dat je goed communiceert. En een relatie is wat een merk beoogt te vertegenwoordigen en dat is fundamenteel anders dan een serie zakelijke transacties.”

  • 04 Dec 2021 14:04 | Anonymous

    Als Google inboedel- en opstalverzekeringen zou gaan verkopen, zou 26% van de consumenten in het Verenigd Koninkrijk er een polis willen sluiten. Dat concludeert databureau GlobalData uit een recent onderzoek.

    Ruim kwart Britten zou woonverzekering bij Google sluiten

    Techbedrijven en andere branchevreemde spelers bedreigen de traditionele verzekeraars omdat zij meer bedreven zijn in digitalisering en merkbinding, aldus GlobalData. Google is van hen de belangrijkste partij, maar ook energieleveranciers (23%) en Amazon (20%) maken een grote kans bij de verzekeringsconsument. “Vooral Amazon zal verzekeraars zorgen baren, omdat die partij al al jaren op het punt lijkt te staan om de verzekeringssector te betreden. Facebook zal daarentegen waarschijnlijk niet zo’n succes worden vanwege de negatieve publiciteit van de afgelopen jaren.” Ook WhatsApp wordt niet als serieus kanaal gezien voor het sluiten van verzekeringen.

    Google en Amazon hebben een voorsprong omdat zij ‘slimme’ oplossingen bieden in de huiselijke sfeer, zoals Google Home en Amazon Echo. Maar volgens GlobalData zullen deze partijen in de praktijk  vooral als partners voor verzekeraars optreden en technologie aanbieden om producten te helpen verkopen.

  • 22 Oct 2021 13:28 | Anonymous


  • 05 Aug 2021 07:38 | Anonymous
    Horde via Pixabay

    Meer adviseurs vinden de horde van het PE-examen lastiger geworden om te nemen, blijkt uit de vele reacties op het bericht ‘Wat vindt u van het nieuwe PE-examen?’ in de VVP-nieuwsbrief van woensdag.

    Henny Staat (Staat Advies Financiele Diensten): “Ik herken de problematiek. Na een behoorlijke studie, slaagde ik onlangs met slechts een 6. Dat viel me behoorlijk tegen. Een collega, die dezelfde studie volgde zakte met een 5.”

    Juna van Esch (Geld en Gezin Altena): “Voorgaande jaren altijd met een 8 of 9 geslaagd, nu al twee maal een 5 gehaald. Thuis echt wel de syllabus goed bestudeerd en de training gedaan, maar er worden echt onzinnige details gevraagd, die totaal niet relevant zijn voor de adviespraktijk.”

    Paul Schoo (Platter-Schoo): “Ik had ook een half puntje te weinig. Andere jaren scoorde ik niet lager dan een 8. Naast de encyclopedische feitenkennis van onbenullige details zijn ook meer instinkertjes. Begrijpend lezen, roepen ze dan. Maar de antwoorden zijn zo geformuleerd dat je subtiel ontspoort.”

    Peter Menten (WftLimburg) bevestigt: “Als cursisten geen voorbereiding thuis gedaan hebben, is het veel moeilijker om middels een korte training een PE-examen te behalen. Steeds meer blijkt dat thuisvoorbereiding het halve werk is.”

    Ander soort vragen graag

    Menten verder: “Daarnaast wordt het hoog tijd om eens na te denken over het soort vragen. Handmatig een annuïteitenberekening in een PE-hypotheekexamen is echt niet meer van deze tijd. En dat geldt ook voor bijvoorbeeld het handmatig berekenen van een vermogensrendementsheffing.”

    Meer adviseurs hekelen het soort vragen. Kees van Rietschoten (Raadgevers Kuijkhoven ): “Ik vind dat er zoveel stof aantoegevoegd wordt die je in de praktijk nooit of nauwelijks gebruikt en die ook nog eens weinig met het verzekeren te maken hebben. En als je het nodig hebt kun je het eenvoudig opzoeken. Het lijkt er op alsof we elke drie jaar volledige examens moeten afleggen.”

    Bernard Siebelink (Siebelink Assurantien): “Ik heb ook onlangs examen gedaan voor PE Zakelijk Schade. Meerdere oefenexamens gedaan, maar het echte examen is zoveel moelijker. Ook vragen met betrekking tot beveiliging van een bedrijf gaat veel te ver. Het gaat er toch om dat een adviseur algemeen ontwikkeld is goed onderlegd is. En geen specialist op ieder gebied. Ik vind de examenstof veel te diep op de stof ingaan.”

    Alex van der Sluijs (Wonen en Hypotheek): “Ik moet nog op en ben erg benieuwd. Maar de studiestof die ik nu aan het bestuderen ben en het Permanent Actueel..... het is allemaal te veel en heel veel is totaal overbodig. Veel zaken los je in de praktijk op door je er in te verdiepen als je het nodig hebt. Globale kennis van de rest zou voldoende moeten zijn.”

    Volgens sommige adviseurs missen de PE-examens sowieso voeling met de praktijk.

    Wat zijn uw ervaringen met het nieuwe PE-examen?

    Wat zijn uw ervaringen met het PE-examen, dat sinds 1 april meer dieptevragen kent? Een adviseur meldt niet hoger te komen dan een 5, ondanks meerdere herexamens. Hij roept de opleiders op om de voorbereidende training zo snel mogelijk af te stemmen op de nieuwe realiteit. U kunt uw ervaringen kwijt in het reactievak onder dit bericht.

    De adviseur: “Ik ken collega’s die met hetzelfde zitten, de een is al meer dan vier keer op geweest, een ander reeds zes keer. Oefenvragen, daar slagen wij ruim voor. Maar het eigenlijke examen is complexer. Ook is er geen vervolgtraining voor degenen die niet binnen drie keer slagen. Het kan toch niet zo zijn dat we hierdoor moeten stoppen met ons vak. Het zou zonde zijn als adviseurs hierdoor zouden afhaken met alle gevolgen van dien.”

    Lindenhaeghe schreef onlangs: “De laatste tijd valt ons op dat er iets is veranderd in de manier van vragenstellen door het CDFD. Waar voorheen veel vragen in casusvorm voorkwamen, gerelateerd aan algemene en brede onderwerpen, zien we steeds vaker detailvragen voorbijkomen. Vrij specialistische vragen die je echt alleen maar kunt weten als je de stof bestudeerd hebt.

    “Onze conclusie is dat examenkandidaten zich anders moeten gaan voorbereiden om te kunnen slagen. Naast een training om de onderwerpen goed te behandelen en ook de vraagmethodiek te bespreken, wordt echt meer (zelf)studie verwacht. Doe je dat niet, dan daalt je slagingskans behoorlijk. Simpelweg omdat je de antwoorden niet weet. Het CDFD wil op deze manier voorkomen dat cursisten na een korte training slagen, zonder dat ze zich inhoudelijk echt in de materie verdiept hebben.”

    De zomertip van de Lindenhaeghe-trainers: “Wil je het PE-examen halen, duik dan echt even de boeken in. Doorloop de E-learning, oefen met Slim leren, oefenexamens en zet de puntjes op de i met een examentraining. Zie zo’n training echt als extra boost, iets dat nog nét even wat extra’s geeft. Maar laat je poging niet alleen van een korte training afhangen. Daarmee red je het niet meer.”

    De adviseur zou in ieder geval graag zien dat de oefenvragen meer aansluiten bij de huidige PE-examens.

    De jongste CDFD-cijfers laten zien dat nog veel adviseurs opmoeten voor hun PE-examen(s) 2019-2022. Dat kan nog tot 1 april volgend jaar. Stakeholders wijzen op het belang om tijdig examen te doen, omdat het steeds drukker zal worden naarmate het einde van deze PE-periode nadert. Terwijl de vragen sinds 1 april jongstleden dus meer de diepte ingaan en met een korte examentraining niet meer lijkt te kunnen worden volstaan.

  • 21 Jul 2021 13:29 | Anonymous

    De Consumentenbond heeft vanmorgen een nieuwsbericht gepubliceerd waarin ze de schadelasten en de premie-inkomsten van autoverzekeraars heeft vergeleken. De belangrijkste conclusie die de Consumentenbond trekt, is dat de verzekeringspremies onnodig blijven stijgen. Het Verbond deelt deze conclusie niet.

    Kloof tussen premie en schade?

    De Consumentenbond heeft in het onderzoek cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) over het eerste kwartaal van 2021 gebruikt en spreekt onder meer van 'een kloof tussen premie-inkomsten en schadecijfers die steeds groter wordt'.
    Volgens de Consumentenbond bedraagt de (gemiddelde) premiestijging voor het eerste kwartaal van dit jaar (ten opzichte van 2020) negen procent, terwijl de schadelasten (ook weer gemiddeld en ten opzichte van 2020) zeventien procent lager zijn. De bond benoemt ook 'het grote verschil tussen premie-inkomsten en schadelast in euro’s', oplopend tot 1,8 miljard in 2020. Dat is echter geen winst zoals de Consumentenbond lijkt te suggereren, maar wordt voor een belangrijk deel gebruikt voor kosten van de verzekeraar.

    Kalenderjaar

    Het is bovendien te kort door de bocht om de cijfers over één kwartaal tegenover elkaar te zetten. Verzekeraars moeten vooraf rekening houden met risico’s die zich over een heel kalenderjaar kunnen voordoen. En natuurlijk kan de schadelast in het eerste kwartaal meevallen, maar we hoeven maar naar de watersnood in Limburg te kijken om te zien dat het tweede kwartaal een heel ander schadebeeld zal laten zien. 

    Rode cijfers

    Ook maakt de Consumentenbond een vergelijking tussen de premies en schadelasten vanaf 2017 tot en met 2020. In die berekeningen is de Consumentenbond echter vergeten om mee te wegen dat de premies van de autoverzekeringen in ons land jarenlang veel te laag zijn geweest, De Nederlandsche Bank concludeerde dit in 2016 al, de bond schreef daarover op de eigen website. Verzekeraars hebben tot vorig jaar rode cijfers geschreven, omdat de premies - vanwege de moordende concurrentie in de markt van autoverzekeringen - veel te laag waren.

    Verliezen aanpakken

    We doen voor een goed begrip even een klein stapje terug in de tijd. In maart 2016 heeft DNB de Nederlandse autoverzekeraars dringend opgeroepen om de verliezen op autoverzekeringen aan te pakken. De Consumentenbond schreef toen letterlijk dat consumenten rekening moesten houden met hogere verzekeringspremies.
    De bond gaf als verklaring dat 'verzekeraars tot 2014 de verliezen op de WA-dekking nog konden compenseren met de winstopbrengsten op de cascoverzekeringen. In 2014 is dat de meeste verzekeraars niet meer gelukt. Wanneer verzekeraars meer schade uit moeten keren dan ze aan premie binnenkrijgen, kunnen verzekeraars in de problemen komen. Toezichthouder DNB is daarom van mening dat verzekeraars in moeten grijpen om uit de risicozone te komen.'

    Combined Ratio

    In ons Financieel Jaarverslag 2020 dat vorige maand is verschenen, is deze ontwikkeling tot 2020 goed weergegeven in de zogenoemde Combined Ratio. Kort samengevat geeft deze Combined Ratio de verhouding tussen kosten en opbrengsten weer.
    Uit de figuur blijkt dat deze Combined Ratio in 2020, voor het eerst sinds jaren, onder de 100 is uitgekomen. Dat betekent dat pas in 2020 de schadelast en de kosten lager zijn dan de ontvangen premies. Daaruit blijkt dus ook dat er geenszins sprake kan zijn van een jarenlang oplopend positief resultaat waar de Consumentenbond op doelt, maar eerder van het inlopen op tekorten.

    Premieteruggave

    Zijn wij het met de Consumentenbond dan helemaal oneens? Nee, op één punt kunnen we elkaar goed vinden. De Consumentenbond benadrukte in een brief dat 'onnodige inkomsten wat de bond betreft aan verzekerden moeten worden geretourneerd'. Verzekeraars vragen niet meer premie dan nodig voor een gezonde bedrijfsvoering. Wij zijn er van overtuigd dat iedere verzekeraar, in een markt met ongeveer veertig concurrenten, een zo scherp mogelijke premie aanbiedt aan zijn klanten.

  • 16 Jul 2021 09:08 | Anonymous

    Exact 88.532 adviseurs waren er op 30 juni met een of meer beroepskwalificaties. Zij zijn adviesbevoegd tot en met 31 maart 2022 (eind tweede PE-periode). Dat zijn er 884 meer dan eind maart toen CDFD de vorige kwartaalcijfers bekendmaakte.

    Schade particulier telt het grootste aantal diplomahouders met 54.540, gevolgd door Vermogen (34.179) en Schade zakelijk (33.878). Pensioen telt het minste aantal diplomahouders met 4.811 adviseurs.

    In de maanden april, mei en juni werd 5.123 keer een PE-examen afgelegd. Het grootste aantal kandidaten ging op voor Schade zakelijk, namelijk 1.652, gevolgd door Inkomen (1.128), Hypothecair krediet (956), Schade particulier (488), Consumptief krediet (347) Vermogen (224), Pensioen (178) en Zorg (150).

    76,7 procent slaagde gemiddeld

    Gemiddeld werd 76,7 procent van de examens met goed gevolg afgelegd, een daling ten opzichte van eind maart toen het percentage op ruim 81 lag. Het hoogste percentage geslaagden was er bij Zorg (92,7 procent), het laagste bij Consumptief krediet (65,4). Het percentage geslaagden bij Schade zakelijk kwam uit op 78,0, bij Inkomen op 85,6 Hypothecair krediet 69,0, Schade particulier 67,0, Vermogen 71,9 en Pensioen 88,8.

    5.939 initiële examens

    In totaal werden in het tweede kwartaal van 2021 5.939 initiële examens afgelegd. De meesten gingen op voor Basis: 2036 keer. Schade particulier telde met 979 afgelegde examens daarna de hoogste opkomst, gevolgd door Hypothecair krediet (787), Vermogen (712), Schade Zakelijk (462), Inkomen (238) en Zorg (279). Pensioen telt het kleinste aantal: 149.

    Hypothecair krediet taai

    Het hoogste percentage is voor Basis: 67,2 procent. Hypothecair krediet blijkt taai me het laagste percentage geslaagden, namelijk 36,5 procent. Gemiddeld kwam het percentage geslaagden uit op 53,9 procent in de afgelopen drie maanden. Ook hier is weer sprake van een daling ten opzichte van het kwartaal ervoor toen het percentage op 58,3 lag.

  • 13 Jul 2021 09:31 | Anonymous

    De winst van een verzekeraar is o.a. afhankelijk van claims. Een vorm van belangenverstrengeling van de eerste orde. Een claim blijft hét moment van de waarheid voor verzekeraars. Een slechte afhandeling kan namelijk leiden tot klantverloop, verlies van reputatie en verlies van winst. Dat kan veel beter en veel winstgevender.

    Kosten en winst uit de premiesfeer

    De hoogste tijd voor verzekeraars om winst uit de premiesfeer te halen en met blockchain over te stappen op p2p risicodeling met variabele premies waarbij claims eensgezind door verzekerde, adviseur en expert buiten de verzekeraar om geregeld worden. Waarbij verzekerden zelf de voorwaarden van risicodeling bepalen en daarmee dus indirect de hoogte van de premie.

    *Voor verzekerden betere voorwaarden en lagere premies
    *Voor verzekeraars lagere kosten en hogere winst

    Door aan verzekerden een vaste vergoeding voor het platform of een vaste vergoeding per verzekering in rekening te brengen wordt belangenverstrengeling, klantverloop en verlies van reputatie voorkomen. De winst kan vooraf berekend worden in plaats van achteraf. Voor verzekerden betere voorwaarden en lager premies. Voor verzekeraars lagere kosten en hogere winst.


  • 12 Jul 2021 20:42 | Anonymous

    Door Leen de Bruyne.

    Een Start-up bouwen is geweldig leuk! Je hebt eindelijk ontslag genomen en bent nu ondernemer. De wereld ligt open, je kan alles zelf bepalen. De sky lijkt de limit.. Toch faalt het overgrote deel van de startups. Of ze sterven een stille dood of ze blijven jarenlang pruttelen, zonder echt door te breken.

    Uit eigen ervaring (mijn startup van 10 jaar geleden doet inmiddels 7 miljoen omzet, maar dat ging zeker niet vanzelf en had achteraf veel beter gekund) en vanuit mijn ervaring als start-up mentor/coach waarin ik vele gesprekken voerde met start-up ondernemers zie ik terugkerende patronen en redenen die ervoor zorgen dat het groeipotentieel onvoldoende wordt benut. Dit is overigens helemaal niet verwonderlijk. Een bedrijf opzetten en snel laten groeien is gewoon heel erg moeilijk. Je hebt er veel vaardigheden voor nodig, veel kennis, een behoorlijke zak geld, een groot netwerk, de juiste compagnons en een flinke dosis geluk.

    In dit blog bespreek ik 11 veelvoorkomende redenen waarom Start-ups falen. Ik ben ervan overtuigd dat als je deze 11 dingen WEL goed doet je kansen op succes vele malen groter worden.

    1. Een goed product verkoopt zich (niet) vanzelf

    Een nieuw bedrijf begint vaak met een product. Mensen zien een gat in de markt of hebben een idee en gaan hiermee aan de slag. De gedachte is: dit product is zo goed, ik hoef het eigenlijk alleen maar te maken en dan komen de klanten als vliegen naar de stroop. In de praktijk is dit zelden waar. Het feit dat een product uniek, biologisch of duurzaam is, betekent nog niet dat klanten er automatisch om staan te springen. Daarnaast heb je ook mensen nodig om je product te gaan maken en verkopen. Dat betekent dat je een organisatie moet gaan optuigen rondom je product. Je moet de markt gaan bewerken. Een launching customer vinden. Referenties opbouwen. Een brand creëren. Jezelf positioneren in de markt. De juiste toon aan slaan in je verkoopuitingen. De juiste prijs vragen. Garanties kunnen bieden. Vul verder maar in.

    2. Marketing is makkelijk

    Veel mensen denken dat marketing heel makkelijk is. Terwijl het een van de breedste disciplines is die ik kan bedenken. Veel startende ondernemers laten hun broer de website maken, een neef de brochure en zetten zelf wel een advertentie in het plaatselijke sufferdje. Verder rommelen ze wat met Google Adwords en hoppa, de marketing is geregeld. Een gemiste kans.

    Steeds meer ondernemers pakken dit inmiddels serieuzer aan en stoppen meer geld en energie in het marketingstuk. Als het even kan, huur dan een marketingbureau in. Besteed aandacht aan zowel het bouwen van een merk (branding) als ook aan harde verkoopactivatie en leadgeneratie. Beide heb je nodig om snel te kunnen groeien. Voor het branding stuk geldt in het begin vaak less is more. Het hoeft niet allesomvattend en groots te zijn, als het er maar gewoon goed uitziet en mensen begrijpen waarom ze je moeten bellen. Wat betreft de verkoopactivatie en het genereren van leads: wacht daar niet te lang mee. Veel start-up ondernemers willen eerst het product nog beter hebben en wachten daarom met op de grote trom te slaan. Soms zit daar een stuk faalangst onder. Is het wel goed genoeg wat we gemaakt hebben? Sla gewoon op die trom en gebruik de feedback die je krijgt om je product razendsnel te verbeteren. Denk verder na over je brutomarge. Hoeveel procent kan je daarvan teruginvesteren in marketing? Zie het als een automaat waar je op een gegeven moment een euro ingooit, om er een tientje omzet uit te krijgen.

    3. Teveel verschillende producten tegelijk aanbieden

    Een ander groot probleem is een gebrek aan focus. Sommige ondernemers zijn heel enthousiast en bieden te snel, teveel verschillende producten aan. Al deze producten hebben aandacht nodig van R&D, er is voorraad en opslag nodig, marketingpower, etc. Mijn advies: probeer eerst echt door te breken met één product en bouw er daarna een pijplijntje achteraan met nieuwe producten en diensten. Elk halfjaar iets nieuws, soms iets groots, soms iets kleins. Zo hou je je bedrijf overzichtelijk en werkbaar en blijf je tegelijkertijd de markt verrassen.

    4. De verwachtingen van stakeholders niet managen

    Resultaat minus verwachting moet positief zijn is de gouden regel. Liever dus niet teveel beloven aan investeerders, banken en klanten als je niet zeker weet dat je het waar kunt maken. Tegelijkertijd kan je ook niet te weinig beloven, want dan gaat niemand met je in zee. Dit is het koorddansen dat iedere start-up ondernemer kent. Wat ik veel zie gebeuren is dat er teveel beloofd wordt. ‘Dit is het laatste kwartaal dat we verlies maken’, ‘de webshop staat volgende maand echt live’, ‘we gaan de marge met 3 punten verbeteren’, ‘we verwachten dat we na deze financieringsronde niet meer hoeven aan te kloppen bij de aandeelhouders’.

    Als je de verwachtingen niet goed managed leidt dit tot teleurstelling en minder vertrouwen in het Foundersteam. Dit kan weer leiden tot ruzie en gedoe en dat kan weer leiden tot het begin van het einde van de start-up.

    5. De Founders weten niet van elkaar waar ze naartoe willen zowel zakelijk als privé

    De meeste founders teams bestaan uit 2, 3 of 4 personen. Soms studievrienden van school, soms ex-collega’s, vrienden, familieleden of anderszins. Een vriend van mij is notaris. Hij zegt dat van alle compagnons die bij hem komen om een BV of v.o.f. op te richten ca. 80-90% binnen 5 jaar weer langskomt om de samenwerking te ontbinden. Als je er goed over nadenkt is dit eigenlijk heel logisch. Founders brengen soms wel 60 uur per week met elkaar door, ze werken keihard voor weinig geld, lopen soms enorme persoonlijke risico’s en ervaren vaak veel stress. Zie dat maar eens gezellig te houden. Daarnaast (als het bedrijf na een aantal jaar wat stabieler wordt) zie je dat founders vaak verschillende dingen willen. De een wil meer tijd voor zijn gezin en minder werken, de ander wil dividend en minder investeren, een derde wil uitbreiden naar buitenland, een vierde wil cashen en de zaak verkopen.

    Hoe ga je hier het beste mee om? Een paar gouden tips: 1. Ga voordat je gaat samenwerken een paar dagen met elkaar op stedentrip en zorg dat je elkaar heel goed leert kennen. Maak een lijst met 10 vragen die je aan elkaar wil stellen voordat je met elkaar in zee gaat. 2. Denk na of je elkaar werkelijk aanvult en of je goede afspraken met elkaar kunt maken over inzet, beloning en toekomstperspectief 3. Neem een coach of vertrouwenspersoon in de hand met wie je iedere drie maanden gaat zitten om te zorgen dat je op één lijn blijft zitten met elkaar en eventuele frustraties of onbegrip kunt uitspreken. Zo kan je een hoop ellende voorkomen.

    6. Het aandelenloket te lang open laten staan

    Een van de dilemma’s bij de start van een bedrijf is dat je moeilijk aan goede mensen komt. Waarom zou iemand immers zijn goedbetaalde baan, leaseauto en pensioen opgeven om bij jou in de garagebox te komen werken? Om toch toppers te kunnen binnenhalen of te behouden wordt nogal eens met aandelen gesmeten. Een paar procent hier, een paar procent daar. Als je dit personeelsbreed doet, door middel van een participatieprogramma, kan dat best een goed idee zijn, maar kijk uit met individuele willekeur. Dit kan leiden tot het gevoel van ongelijke beloning en tot ontevredenheid. Ook kan het zijn dat de persoon die je nu 5% hebt gegeven in een latere fase van het bedrijf niet meer in die leidende rol past, waarin je hem nu wil hebben. Je moet hem/haar dan weer uitkopen of iets anders verzinnen. In mijn ervaring is het het beste om gewoon te zeggen: jongens, het loket is dicht. Ik wil je graag hebben, houden, binden en goed belonen. Ik wil werken met bonussen of andere vormen van beloning, maar met aandelen doen we niets. Zo hou je de zeggenschap overzichtelijk en hoef je ook niet met Jan en alleman te overleggen als je weer eens een financieringsronde doet of je bedrijf wil verkopen of fuseren bijvoorbeeld. Een vriend van mij zegt in dit kader: Leen, hoe minder zielen, hoe meer vreugd:-)

    7. Founders die te snel ‘aan hun bedrijf gaan werken’

    Tegenwoordig hoor je iedereen zeggen dat je niet ín, maar áán je bedrijf moet werken. Dat klinkt geweldig en ik ben het er ook deels mee eens. Zeker als je bedrijf wat groter is, doe je er goed aan je MT niet teveel voor de voeten te lopen en je te richten op de business van morgen in plaats van die van vandaag. Echter voor Start-ups gaat dit vaak niet op. Enig realisme is hier op zijn plaats. Een paar jaar geleden begeleidde ik een groepje van 6 startup ondernemers met gemiddeld 4  ton omzet. 3 daarvan hadden een verkoper in dienst, omdat de ondernemer vond dat hij met andere dingen bezig moest zijn. Deze verkopers verkochten allemaal veel minder, dan zelf verdienden. Ik heb ze toen aanbevolen die verkopers te ontslaan of in ieder geval zelf minimaal een kwartier per dag met sales bezig te zijn. De resultaten van deze eenvoudige ingreep waren enorm. De geschiedenis van succesvolle bedrijven leert ook, dat bijna alle succesvolle ondernemers, goede verkopers waren. Mijn tip: lees boeken en blijf leren, maar ga ook gewoon vooral lekker verkopen als Founder. Beuk eerst door die eerste paar miljoen euro omzet heen, neem onderweg een paar hele goede mensen aan en ga daarna doen wat je wilt. Maar blijf niet steken tussen servet en tafellaken. Don’t get stuck in the middle!

    8. Je gezondheid verwaarlozen

    Een start-up runnen is topsport. Mensen denken soms dat je met een soja-latte en je baard een beetje rondhangt in hippe café’s met je MacBook en ondertussen alleen maar leuke dingen aan doen bent. De werkelijkheid is anders. Er is vaak stress, je hebt slapeloze nachten, het geld is op, je grootste klant stapt op, je hebt wrijving met je compagnon, je partner thuis wil meer tijd en aandacht. Dit kan zomaar leiden tot een ongezonde levensstijl. Weinig slapen, geen tijd voor sport, geen tijd voor vrienden. Een vette hap tussendoor. Een pizza bestellen en nog even doorwerken. Ik heb dit zelf een jaar of 6 volgehouden voor ik volledig op was. Daarna jarenlang moeten herstellen om weer op een goed niveau te komen. Zorg dus goed voor jezelf, neem een coach of stel een vriend(in) aan die jou in de gaten houdt. Als start-up ondernemer ben je heel belangrijk voor het bedrijf. Je bent zelf een van de belangrijkste assets dus behandel jezelf ook zo. Gun jezelf dat reisje, zet je telefoon gewoon uit in het weekend, beweeg genoeg en eet gezond. En slaap lang en diep. Een goed bed kopen is de beste investering die je privé zo’n beetje kan doen.

    9. Geen gevoel hebben voor momentum

    Een van de meest ongrijpbare dingen die het succes van een start-up kunnen maken of breken is het gevoel van timing dat een ondernemer wel of niet heeft. Dat haarscherpe onderbuikgevoel waarmee de ondernemer feilloos aanvoelt wanneer het juiste momentum er is voor een productlaunch of marketingcampagne. Dat gevoel waarmee je besluiten neemt die een excelsheet niet voor je kan nemen. Het is bijna niet te benoemen, maar vrijwel iedereen weet wat ik bedoel. Het is vaak datgene wat een ondernemer ook authentiek en geloofwaardig maakt. De een heeft het, de ander niet. Als ik als investeerder ergens in zou moeten investeren, zou ik uiteraard naar het product, de markt en de cijfers kijken, maar nog meer naar dit aspect: heeft deze persoon een excellent balgevoel of niet? Dit kan een wereld van verschil maken. Het zorgt ervoor dat de ene ondernemer net wel die grote klus binnenhaalt en die andere net niet. Het maakt dat de ene ondernemer wel die topper overtuigt om voor hem/haar te komen werken en de ander niet. Het vervelende is dat je het ook niet kunt leren. Als je het zelf niet hebt, zorg dan dat je zo iemand aan boord krijgt.

    10. Je bedrijf operationeel niet mee opschalen

    Ieder voordeel heb z’n nadeel, weten we. Het nadeel van ondernemers die heel goed kunnen verkopen en kunnen schalen, is dat ze nogal eens vergeten om de rest van de organisatie tijdig mee te schalen. Als je bij aanvang succes hebt met je start-up is dat geweldig, maar de hele organisatie moet wel meegroeien. IT systemen en infrastructuur moet meegroeien. De managentstructuur moet meegroeien. Enzovoort. Het is altijd een dilemma: eerst opschalen en dan hopen dat je meer verkoopt, of andersom. Het is een van de moeilijkste dingen om goed te managen als start-up ondernemer. Een coach zoeken die de groeifasen die jij nog gaat meemaken al een keer heeft meegemaakt kan enorm helpen. Samen kan je de groei visualiseren en zo goed mogelijk proberen te ontwerpen. Zo kan je jezelf veel tijd, geld en moeite besparen en rustig doorgroeien naar het volgende niveau.

    11. Als ondernemer niet meegroeien met je bedrijf

    Toen ik 25 was stuurde ik mensen aan met 20 jaar werkervaring. Hoe doe je dat? Toen ik 28 was had ik 40 mensen in dienst met allerlei wensen en verwachtingen. Hoe doe je dat? Toen ik 30 was verkocht ik een deel van mijn bedrijf aan Private Equity. Hoe doe je dat? Een van de allerbelangrijkste zaken is dat je zelf meegroeit met je zakelijke succes, als dat eenmaal komt. Om zelf mee te groeien, raad ik je aan om veel te lezen. Biografieën van ondernemers vind ik altijd geweldig. Beter dan managementboeken, gekker dan fictie. Ook raad ik je aan om naast je zakelijk kant, ook je zachte kant te ontwikkelen. Volg een coachingscursus, leer jezelf kennen. Leer je eigen gedrag en je eigen emoties kennen en begrijpen. Doorbreek patronen die je niet verder helpen en installeer patronen die dat juist wel doen. Maar wat je zeker moet doen: ga bij een ondernemersclub met gelijkgezinden. Leer van de ervaringen van andere ondernemers. Dompel je daarin onder. Zelf ben ik nu 7 jaar lid van Entrepreneurs Organization en dat heeft me ongelofelijk veel gebracht.

    Ik hoop van je harte dat je het gaat maken met jouw start-up! Als je een keer vrijblijvend langs wil komen voor een kop koffie om eens wat te sparren, stuur dan een mail naar leen@degroeiregisseur.nl. Je bent welkom

  • 12 Jul 2021 15:06 | Anonymous

    Een claim blijft hét moment van de waarheid voor verzekeringsmaatschappijen. Een slechte afhandeling kan namelijk leiden tot klantverloop en verlies van reputatie en winst. Het is niet verrassend dat verzekeringsmaatschappijen de optimalisatie van het claimproces hoog op hun agenda hebben gezet voor de komende jaren. Een artikel van Wim van Wilderode, business development manager bij Comarch.

    Het is niet verrassend dat verzekeringsmaatschappijen de optimalisatie van het claimproces hoog op hun agenda hebben gezet voor de komende jaren.

    Hoewel de hele waardeketen van claims aandacht verdient, zijn er een paar gemakkelijk bereikbare mogelijkheden en domeinen die de komende jaren een strategische focus verdienen.

    Chatbots laaghangend fruit

    Chatbots hebben hun nut al bewezen in het claimproces. Chatbots lijken vooral interessant in de FNOL-fase waar ze de klant op een intuïtieve manier door de registratiestappen kunnen leiden. Het belangrijkste voordeel van chatbots is dat ze alle noodzakelijke gegevens verzamelen. Op die manier elimineren chatbots een enorme manuele werklast in vergelijking met het traditionele proces waarbij verzekeraars eventuele ontbrekende waarden manueel moeten invullen.

    Omdat chatbots relatief eenvoudig kunnen worden geïmplementeerd en snel op de markt worden gebracht, zijn ze het ultieme laaghangende fruit in het traject naar een soepele claimafhandeling.

    Menselijke factor

    Een van de grootste uitdagingen van verzekeraars bij het implementeren van chatbots is het verlies van de menselijke touch, wat kan leiden tot frustratie bij klanten. De meest voor de hand liggende oplossing is om de klant in realtime de mogelijkheid te bieden om menselijke hulp in te roepen – bij voorkeur de gekende en vertrouwde verzekeringsadviseur/makelaar. Daarom is het absoluut noodzakelijk om de chatbot te integreren in zowel klantgerichte apps en portalen als in portalen voor makelaars.

    Verbetering claimpreventie en hulp bij claims

    Van smartphones tot smart homes, van privéauto’s tot industriële machines – alles is met elkaar verbonden. Verzekeraars kunnen van deze evolutie profiteren, aangezien deze apparaten een waarschuwing kunnen sturen om een claim te helpen voorkomen, bijvoorbeeld door tijdig de remmen van een auto te vervangen of  het onderhoud van de gasketel te verzorgen.

    De meest efficiënte manier is om de belangrijkste actoren op één omnichannelplatform te verbinden

    Wanneer zich toch een schadegeval voordoet, kan een waarschuwing worden geactiveerd, zoals een onmiddellijke oproep van bijstand na autopech of een ambulance na valdetectie bij een bejaarde patiënt. Verzekeringsmaatschappijen bevinden zich in een natuurlijke positie om de rol van facilitator te spelen voor risicopreventie en hulp bij claims. Hierdoor zullen verzekeraars een steeds belangrijkere positie opeisen in bepaalde ecosystemen, zoals mobiliteit, gezondheid en wonen.

    Benut realtime informatie en data

    Apparaten die voorzien zijn van sensoren en verbonden zijn met het internet zijn bovendien een bron van realtime informatie en een goudmijn aan data. Typische problemen voor verzekeraars zijn de datakwaliteit en gegevens die versnipperd zijn over verouderde systemen. Met deze nieuwe aanpak krijgen verzekeraars de kans om betere inzichten te verwerven in claims. Zo kunnen ze dankzij realtime gegevens de domeinen identificeren waar preventie nodig is met bijvoorbeeld data over frequentie en locatie om gevaarlijke kruispunten vast te stellen.

    Het probleem met het verzamelen van enorme datasets is dat ze moeilijk handmatig te beheren zijn. Maar daar kan artificiële intelligentie bij helpen.

    In het domein van verzekeringsclaims hebben machine learning en artificiële intelligentie hun waarde bewezen bij het opsporen van fraude. De voordelen van op AI gebaseerde fraudedetectiesystemen zijn onder meer minder valse meldingen, waardoor claimbehandelaars aanzienlijk minder tijd nodig hebben en nauwkeuriger te werk kunnen gaan. Uiteindelijk leidt dit tot lagere operationele kosten, minder fouten en een hogere productiviteit bij claimbehandelaars.

    Omnichannel: doeltreffende claimafhandeling

    Bij data en informatie is delen essentieel. Alleen door ervoor te zorgen dat de juiste mensen op het juiste moment worden geïnformeerd, kan de claim op een efficiënte manier worden afgehandeld.

    Stelt u zich eens voor dat een klant een schadeclaim indient, maar dat zijn vertrouwde makelaar niet op de hoogte wordt gebracht? Of erger nog, dat de makelaar geen toegang heeft tot de nodige gegevens om de klant te helpen. Een klant zou dan de wegenhulp moeten bellen, de schadeclaim bij de verzekeraar moeten indienen en daarna zijn vertrouwde makelaar weer helemaal opnieuw moeten informeren.

    Meer achtergrondartikelen van Comarch?

    Bekijk ze hier ...

    Omnichannel claimprocessen garanderen dat alle info op het juiste moment bij de juiste personen terechtkomt. De meest efficiënte manier is om de belangrijkste actoren op één omnichannelplatform te verbinden – zo hoeft u niet bij elke kleine wijziging alle processen te herontwerpen. Zo zijn de klant, de tussenpersoon (makelaar/agent), de claimbehandelaar/-expert, de wegenhulp en de verzekeringsmaatschappij al met elkaar verbonden en hebben ze toegang tot alle nodige gegevens om de claim te verwerken.

    Op die manier krijgen de belangrijkste actoren de mogelijkheid om de claim te verwerken en zullen de klanten de menselijke benadering bij de behandeling van hun claim op prijs stellen.

    Goede basis

    Omnichannelplatformen, chatbots en op AI gebaseerde oplossingen kunnen gemakkelijk in het IT-landschap van de verzekeraar worden ingepast. Door een aantal bestaande functionaliteiten te vervangen of te overlappen, kunnen deze oplossingen snel resultaat leveren. Op de lange termijn loont het echter de moeite om de basis goed te krijgen door één (modulaire) tool te implementeren die het beheer van de volledige claimswaardeketen dekt, van registratie tot verificatie, berekening, besluitvorming en schikking.

    Conclusie

    Bij het opstellen van de roadmap voor de transformatie van claims zijn er een aantal, voor de hand liggende, gemakkelijk bereikbare mogelijkheden. Artificiële intelligentie, machine learning en chatbots zetten de deur open voor automatisering, efficiëntie en kostenbesparing.

    Het juiste evenwicht tussen automatisering en de menselijke factor is cruciaal, anders lopen verzekeraars het risico hun klanten, werknemers en distributienetwerk van zich te vervreemden. Het verbinden van de belangrijkste actoren van de claimswaardeketen op één omnichannelplatform blijft de gemakkelijkste manier om de menselijke factor te beschermen en tegelijk een efficiënte claimafhandeling te garanderen.

    Dit artikel is gesponsord door Comarch for Insurance.

Powered by Wild Apricot. Try our all-in-one platform for easy membership management