PRESENTATIE EN EXPLICATIE SITE



                                           

  • 08 Jul 2021 12:04 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Wat betekent het dat Nederlands grootste verzekeraar een hoofdrolspeler in de intermediaire markt opslokt? Keert de tijd van de captives weer terug? We vroegen het Jurjen Oosterbaan en Fred de Jong, twee prominente duiders van het intermediair. De consensus: met de overname van Heinenoord door Nationale-Nederlanden is de overnamemarkt een nieuwe fase ingegaan.

    Noch Oosterbaan, noch De Jong is echt verrast door de stap van NN. De huidige concentratie in het intermediair dwingt aanbieders in beweging te komen. “Grote volmachtbedrijven nemen een heel sterke positie in. Dan kan ik me voorstellen dat je als verzekeraar denkt: ik wil grip houden op dat kanaal en dan is aandelenbelang wel het meest pragmatische middel”, zegt De Jong.

    Wat gaat Aegon doen?

    Oosterbaan verwacht dat andere grote verzekeraars niet achter zullen blijven. “ASR heeft VKG binnenboord gehaald. NN gaat nu verder met Heinenoord. Ik ben met name nieuwsgierig wat Aegon gaat doen. Het is altijd een partij die geweest voor vermogen, pensioen, leven en wat minder op schade. Maar het kan natuurlijk best dat zij ook op zoek gaan om zich wat te verstevigen op schade.”

    De hernieuwde interesse van Aegon in schade is een ontwikkeling die Aegons schadedirecteur Frank van Wessel onlangs in gesprek met AM al bevestigde.

    Onafhankelijk advies wordt gepredikt, maar de ontwikkeling lijkt de andere kant op te wijzen

    Wel of niet onafhankelijk?

    NN Group-ceo David Knibbe zei in het persbericht heilig te geloven in het onafhankelijk intermediair. Oosterbaan neemt dat met een korrel zout: “Je moet niet roomser zijn dan de paus. Dit is natuurlijk bedoeld om grip te krijgen op de distributie. Wat het wel aangeeft is dat men gelooft in de lokale aanwezigheid van adviseurs die een persoonlijke relatie hebben met de klant.”

    De Jong ziet dat anders en duidt dat net als Knibbe en Oosterbaan in klerikale termen. “Onafhankelijk advies wordt gepredikt, maar de ontwikkeling lijkt de andere kant op te wijzen. Ze geloven misschien wel in het intermediair, maar niet in het onafhankelijke. Anders doe je zo’n overname niet”, zegt De Jong. Hij vraagt zich ook af wat de overname betekent voor de klanten.

    ‘Aftakeling van intermediaire kanaal’

    “Wat is straks nog het verschil tussen het rechtstreeks sluiten bij een verzekeraar, of bij een intermediair die ook onderdeel is van een verzekeraar?” De Jong verwacht dat door het vervagende onderscheid vooral bij particulier schade straks het advies steeds meer gaat verdwijnen. “Ik denk dat het op termijn een aftakeling is van het intermediaire kanaal. In die zin vind ik het geen heel gunstige ontwikkeling.”

    Oosterbaan is minder negatief. “Ik zie liever NN als eigenaar van zo’n partij, dan een private equity-maatschappij. Private equity is altijd voor de korte termijn, is niet stabiel en heeft een andere attitude tot de klant. Van alle mogelijkheden die er zijn denk ik dat we hier best positief over mogen zijn.” De DFO-directeur zou liever zien dat als er grote partijen ontstaan, dat die ook echt helemaal zelfstandig zijn. Maar als dat niet meer kan, dan is een gereputeerde partij van binnen de bedrijfstak wat hem betreft second best.

    De focus op ebitda is moeilijk in evenwicht te brengen met het behartigen van de belangen van de klant. Dat kost namelijk geld

    Van den Berg geeft een signaal

    In een reactie op de overname zei Heinenoord-directeur Arie van den Berg dat hij blij is dat de nieuwe eigenaar geen private equity-partij is. Voor Oosterbaan is dat een bevestiging van wat hij al vaker heeft gezegd. “Die focus op ebitda is moeilijk in evenwicht te brengen met het behartigen van de belangen van de klant. Dat kost namelijk geld. Arie geeft nu wel een heel duidelijk signaal: dit is niet ideaal.” Oosterbaan vindt dat de AFM de uitspraak als aanleiding zou moeten gebruiken om extra alert te zijn.

    Kentering in de overnamemarkt

    Voor durfinvesteerders is adviseren en verzekeren geen roeping. Het is logisch dat ze er op een bepaald moment uit zullen stappen. Qmulus, de voormalig Heinenoord-aandeelhouder zou volgens Oosterbaan wel eens de eerste in een serie kunnen zijn. “Dit kan het begin zijn van de terugkeer naar de normale spelers op het veld. Als de aanbieders instappen, dan zal private equity ook een keer stoppen. Dan zullen de koopprijzen ook weer wat afkoelen en de gekte weer wat normaliseren.”

    Brom amweb

  • 05 Jul 2021 20:03 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    De Hypothekers Associatie is niet aansprakelijk voor schade die franchisenemers hebben geleden doordat centraal beschikbaar gestelde software door storingen in de afgelopen jaren herhaaldelijk niet te gebruiken was. Dat oordeelt de rechtbank in Rotterdam in een zaak die was aangespannen door de franchisenemersvereniging.

    In de franchiseovereenkomst van De Hypotheker staat dat franchisenemers bij het advies gebruikmaken van programma’s van De Hypotheker. Voor het gebruik van het pakket wordt een maandelijkse vergoeding gerekend. In 2012 is afgesproken dat de kosten voor de franchisenemers werden verlaagd vanwege de toenmalige crisis op de huizenmarkt. Daar stond een minder uitgebreide dienstverlening aan de franchisenemers tegenover. Onder meer sloot De Hypotheker aansprakelijkheid voor het niet beschikbaar zijn van het pakket uit. In 2015 wordt een nieuwe dienstverleningsovereenkomst van kracht, waarin onder meer die bepaling is opgenomen.

    Nieuwe ICT-omgeving

    In 2017 doet zich twee keer een ICT-storing voor. Dat leidt tot een discussie binnen de Franchiseraad, waarin de centrale organisatie en zes van de franchisenemers zitting hebben: moet De Hypotheker een schadevergoeding betalen? Bovendien willen de franchisenemers hardere afspraken maken over het ICT-systeem omdat de afhankelijkheid daarvan steeds groter wordt. In het voorjaar van 2018 is een nieuwe ICT-omgeving geïmplementeerd: de eigen software voor advisering en klantrelatiebeheer en het documentmanagementsysteem zijn vervangen door software van externe leveranciers, hoewel bij een gebruikerstest diverse bezwaren tegen het nieuwe softwarepakket naar boven zijn gekomen. Ondanks een ‘no go’ van de Franchiseraad is toch tot implementatie besloten.

    Later dat jaar treden “aanzienlijke verstoringen” op, maar in 2020 lijkt de performance op orde. Dan is de franchisenemersvereniging VHF echter al naar de rechter gestapt. De eis: De Hypotheker moet zorgen voor voldoende beschikbaarheid van het centrale softwaresysteem. De Hypotheker is de verplichting aangegaan om voor een deugdelijke ICT-structuur te zorgen, is het argument, omdat de franchisenemers met de door de keten aangeboden software moeten werken. De storingen met het nieuwe ICT-systeem hebben tot schade geleid.

    De Hypotheker brengt daartegen in dat ze slechts een inspanningsverplichting heeft en geen resultaatsverplichting. Bovendien is de organisatie op grond van de nieuwe diensverleningsovereenkomst niet gehouden om schade te vergoeden.

    Franchiseraad ging akkoord

    De rechtbank maakt korte metten met de bezwaren van de franchisenemersvereniging: in 2015 is de Franchiseraad akkoord gegaan met de nieuwe dienstverleningsovereenkomst, inclusief de nieuwe schadevergoedingsregeling. Dat de overeenkomst feitelijk een andere inhoud heeft, heeft de VHF niet aangetoond. Dat de dienstverleningsovereenkomst alleen betrekking heeft op hardware, zodat gebreken in de software wel voor rekening van de Hypotheker komen, berust een onjuiste lezing van de nieuwe overeenkomst, oordeelt de rechter. Er wordt gesproken over een automatiseringspakket. “Het is een feit van algemene bekendheid dat met een automatiseringspakket een pakket software wordt bedoeld en niet (enkel) een verzameling hardware. Dat het om door DHA ontwikkelde software gaat en niet om hardware volgt daarnaast ook uit de samenhang met artikel 16 van de franchiseovereenkomst. Daarin wordt immer uitdrukkelijk gesproken over programmatuur, niet apparatuur.”

    Inspanningsverplichting

    De franchisegever krijgt ook gelijk met betrekking tot de stelling dat er sprake is van een inspanningsverplichting. “De rechtbank stelt vast dat op grond van de tussen partijen geldende nieuwe dienstverleningsovereenkomst (DVO) op DHA een inspanningsverplichting rust en niet een resultaatsverplichting (ook dit was onder de oorspronkelijke DVO niet anders). Dat DHA tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst doordat zij een resultaatsverplichting heeft geschonden, zoals door VHF aan haar vorderingen ten grondslag is gelegd, kan daarom in deze procedure niet worden vastgesteld.” En dat die inspanningsverplichting is geschonden, is onvoldoende gemotiveerd gesteld, vindt de rechter. “De enkele omstandigheid dat DHA tot implementatie is overgegaan ondanks een door de Franchiseraad gegeven ‘no go’ is onvoldoende. Dat geldt temeer nu tussen partijen niet in geschil is dat de oude software al gedurende langere tijd gebreken vertoonde en traag was, en aan vervanging toe was, en DHA onbetwist heeft gesteld dat de oude software binnen enkele jaren niet meer bruikbaar zou zijn en zij op zeker moment dus wel tot implementatie van het nieuwe systeem over moest gaan.”

    Andere tijd en omstandigheden geen argument

    Een schadevergoeding is niet aan de orde, besluit de rechtbank. In de overeenkomst is immers alle aansprakelijkheid voor het niet beschikbaar zijn en/of het niet juist functioneren van de software uitgesloten. “Dat DHA op deze uitdrukkelijk door partijen overeengekomen bepaling […] onder de gegeven omstandigheden geen beroep zou kunnen doen, heeft VHF onvoldoende gemotiveerd. De enkele stelling dat het kostenverlichtingsakkoord “in een andere tijd en onder heel andere ICT-technische omstandigheden” werd gesloten en “niet zag op de huidige problematiek” is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onvoldoende.”

    Uitspraak rechtbank Rotterdam, 9 juni 2021

  • 01 Jul 2021 14:16 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    The insurance industry across the world is on a high note. An average insurance penetration worldwide was around 7.2% in 2019, as per a report, but despite the Covid-19, it looks set to increase in the coming years. This could be the reason why insurtech companies are looking to disrupt the market by developing digital insurance platforms with insurance companies and suppliers.

    Raises €24.7M

    In a recent development, German digital insurance company, Getsafe, has raised $30M (approx €24.7M) in its Series B round of funding led by Swiss Re’s digital platform iptiQ. This brings Getsafe’s total funding to $53M (approx €43.7M), to date. Existing investors, including Earlybird, CommerzVentures, btov Partners, and Capnamic Ventures, also participated in this round.

    Use of the funds

    Explaining how the funds will be utilised, Christian Wiens, founder, and CEO of Getsafe says, “The latest funding will allow us to significantly accelerate our growth, to consolidate our position as market leader among millennials in Germany, and to expand into other European markets.”

    Besides, Getsafe states that it intends to extend its funding with a second tranche to be closed ahead of the receipt of its own insurance license, scheduled for the first half of 2021.

    About Getsafe

    Founded in 2014 by Christian Wiens and Marius Blaesing, Getsafe is a digital insurance company that helps people “cover themselves and their universe simply from their smartphone.”

    Getsafe claims to use technology and machine learning to create an entirely new insurance experience. Through the Getsafe app, customers can take out insurance, view, and change any of their personal or insurance details at any time. The platform has also developed a claims chatbot, Carla, that’s available 24 hours a day to answer questions and report claims; empowering customers to claim or change their coverage in real-time.

    The company offers digital insurance products in all lines of business, including property, health, and life.

    In the future, Getsafe wants to deliver products and services to customers even faster. Therefore, the company applied for a property and casualty insurance license from the Federal Financial Supervisory Authority (BaFin) earlier this year. 

    “We want to inspire and positively surprise people with a digital customer experience. What we have seen so far in terms of innovation in the insurance market is just the tip of the iceberg”, says Wiens.

    Growth and development

    In past one year, Getsafe has entered the British market, increased its number of customers to more than 150,000, and now employs over 120 people. 

    Christian Wiens explains, “In the middle of one of the biggest economic crises in history, we have undergone rapid development and established ourselves as an insurance company for consumers with a preference for digital channels. However, we are still at the beginning of our journey and have plenty to do to make insurance more digital throughout Europe.”

    Earlier in November, Getsafe and iptiQ jointly launched a smartphone-based car insurance product in Germany. Now, users can purchase insurance with the Getsafe app, file a claim, and manage their policy in real-time. The company explains that this technology-driven approach lays the foundation for the future, wherein anonymous smartphone data from millions of people can help analyse and detect dangerous driving behaviour and better prevent accidents at an early stage.

    Getsafe’s strategy to grow with their young customer base is paying off as already 30% of revenues are generated by customers buying additional policies with the company.

    Christian Wiens says in a press release, “Over the last two years, we have shown that our product meets a core need for the young, tech-savvy generation. With our insurance delivered through your smartphone, we are developing a product that fits perfectly with the living and communication habits of this generation.”

    In June 2019, the German startup had raised €15M in its Series A round. The round was led by Earlybird along with participation from CommerzVentures and other existing investors. The company also won the Fintech Germany Award as outstanding German Insurtech, in September this year.

  • 24 Jun 2021 10:02 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)
    • Blockchain is een keten van transacties die niet kunnen worden gewijzigd of verwijderd.
    • Goedkeuring is vereist voordat een transactie aan de blockchain wordt toegevoegd.
    • Deelnemers hebben volledig inzicht in alle transacties die in de blockchain zijn opgeslagen.

  • 19 Jun 2021 11:38 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Wat hebben organisaties als Uber, Airbnb en Takeaway gemeen, wat is het geheim van hun succes? Het antwoord is te vinden in de theorie van ‘platform thinking’. Business modellen die hierop gebaseerd zijn zorgen voor grote disruptie in verschillende branches.

    Dit gedachtegoed biedt veel kansen ook voor jouw organisatie. In deze post leer je wat platform thinking is en wat het verschil is met traditionele business modellen.

    Platform thinking: unieke combinatie van data, technologie en een community

    Wat is platform thinking precies? Vrij vertaald uit het Engels is de definitie als volgt:

    Platform thinking is een ‘plug-and-play’ business model waarbij zowel producenten als consumenten een verbinding aangaan met het platform en op het platform interacteren met andere gebruikers (direct of indirect) waarbij zij waarde creëren en uitwisselen.

    In de kern gaat het bij platform thinking om een samenspel tussen drie componenten: data, technologie en een community.

     1. Data - de brandstof van alle platformen

    Data is de drijvende kracht achter platformen. Zonder data is het vrijwel onmogelijk om een goed platform op te zetten. Veel platformen zijn namelijk geweldige voorbeelden van big data in de praktijk, doordat grote hoeveelheden data op slimme wijze worden gecombineerd en ontsloten voor gebruikers. Data wordt ingezet om goede matches te maken tussen gebruikers onderling en de beschikbare content. Data powers relevance.

    2. Technologie - de infrastructuur

    Technologie vormt de infrastructuur van een platform. Dit omvat de ontsluiting van de data en het faciliteert de interactie tussen gebruikers. De technologie is vaak een ‘stille kracht’: het valt pas op als de technologie níet goed functioneert, zoals tijdens storingen.

    3. Community – de gebruikers en de interactie

    De community is het totaal van interacties op het platform tussen gebruikers onderling en de eigenaren. De community is vaak het meest in het oog springende element van een platform, zoals bij Facebook en Airbnb. Soms is deze juist veel minder zichtbaar, doordat gebruikers niet met elkaar connecten, maar alleen via het platform waarde uitwisselen. Soms is de gehele community zelfs volledig onzichtbaar, zoals bij Nest of Mint.com.

    “Products have features, platforms have communities” - Marshall van Alstyne.

    Metcalfe’s law in de praktijk: value rises as more people use the platform

    De waarde van een platform neemt toe wanneer het aantal deelnemende partijen en gebruikers toeneemt. De wisselwerking tussen deelnemende partijen en gebruikers versterkt elkaar continu. Dit is Metcalfe’s law in de praktijk: value rises as more people use the platform. Uber is hier een mooi voorbeeld van.

    In de afbeelding zie je dat de bijdragen van de verschillende partijen en gebruikers het platform versterken. De vraag naar Uberdiensten groeit doordat de dienst steeds bekender en vertrouwder is, en het is steeds meer geaccepteerd om via Uber te reizen. Door de verhoogde vraag gaan steeds meer chauffeurs voor Uber rijden waardoor de geografische dekking hoger wordt, de prijzen dalen, de beschikbaarheid van de diensten omhoog gaat en de wachttijd daalt.

    Waarom YouTube en Vimeo naast elkaar kunnen bestaan?

    Het antwoord ligt in de configuratie. De verhouding waarin de drie bovengenoemde componenten in een platform aanwezig zijn, bepaalt de karakteristieken van een platform. De unieke verhouding resulteert vaak in een concurrerend voordeel. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom de video-platformen YouTube en Vimeo naast elkaar kunnen bestaan.

    YouTube zet vooral in op de community door de gebruikers ruimte te geven voor sociale interactie (koppeling met Google-account, comments plaatsen, favorieten aanmaken). Vimeo focust juist op technologische kwaliteit; het biedt gebruikers de mogelijkheid om video’s op professionele wijze te delen. Doordat deze platformen een andere configuratie en focus hebben, kunnen ze naast elkaar bestaan.

    De drie mogelijke configuraties zijn:

    1. Community-dominant

    Dit zijn platformen die zeer tot de verbeelding spreken zoals Facebook, Airbnb en Uber. De connectie tussen de gebruikers is goed zichtbaar en de waardeuitwisseling vindt grotendeels plaats door de interactie tussen gebruikers.

    2. Technologie-dominant

    Een aantal voorbeelden van platformen waarin de technologische component dominant is:

    • Cratejoy biedt organisaties de mogelijkheid om gemakkelijk nieuwe subscribers te werven voor hun abonnementverkoop (denk bijvoorbeeld aan het Nederlandse ‘Hello Fresh’). Ook helpt Cratejoy organisaties met een goede website en analysetools.
    • Android – app-ontwikkelaars kunnen op het Android-platform hun apps ontwikkelen en verspreiden. Samen met de eigenaren van het platform wordt het platform op deze manier doorontwikkeld en continu verbeterd.

    Andere bekende voorbeelden waarin de technologie-component dominant is zijn Wordpress, Vimeo en Dropbox.

    3. Data-dominant

    Denk hierbij aan platformen als:

    • io - big data can revolutionize health. Door middel van sensoren in mobiele telefoons wordt informatie over patiënten verzameld en geanalyseerd voor een betere behandeling van patiënten.
    • Navigatieplatform Waze – hierbij wisselen gebruikers en de platformbeheerders verkeersinformatie uit waardoor de gebruikers profiteren van zeer accurate route-informatie. Bovendien kunnen gebruikers onderling met elkaar communiceren.

    Andere bekende voorbeelden zijn Nest, Mint.com en Nike.

    Traditionele business modellen ernstig bedreigd door nieuwe distributie via platformen

    Bij traditionele bedrijven is er sprake van éénrichtings-waarde-creatie. Een bedrijf produceert iets, distribueert dit naar consumenten en ontvangt hiervoor een financiële vergoeding. Bij een platform vindt de waarde-uitwisseling óp het platform plaats door gebruikers onderling. De distributie van waarde is niet meer sec voorbehouden aan bedrijven. Consumenten (en/of start-ups) krijgen steeds meer mogelijkheden om zelf waarde te creëren en te distribueren. Hierdoor worden traditionele business modellen ernstig bedreigd. De beweging naar platform thinking is onomkeerbaar.

    “A great standalone product is not sufficient” - Marshall van Alstyne

    In het merkenonderzoek van Interbrand (2014) bestaat de helft van de top 10 merken uit platforms (Apple, Google, IBM, Microsoft en Samsung). Ook zien we hier de grootste stijgingen in brand value; Apple (+21%), Amazon (+25%), Facebook (+86%).

    B2C, C2C of B2B: alle hebben grote platform mogelijkheden

    De waardeuitwisseling tussen gebruikers kan zowel B2C, C2C als B2B zijn. Als B2B bedrijf is het heel interessant om te bekijken welke B2C mogelijkheden er zijn, of om C2C interactie te faciliteren. Traditionele bedrijven hebben geen excuus meer om zich níet met platform thinking bezig te houden. De samenwerking tussen Philips, het Radboud Ziekenhuis en Salesforce aan een platform voor meer patiëntgerichte zorg is hier een mooi voorbeeld van. Ook Nike heeft dit uitstekend gedaan: met de introductie van wearables en de bijbehorende online community weten zij hun klanten aan hun merk én aan elkaar te verbinden.

    Don’t be late: start nu met het toepassen van platform thinking op jouw organisatie

    Platform thinking biedt concrete inzichten in het succes van grote opkomende spelers. We weten steeds beter hoe deze business modellen werken en waarom ze zo hard groeien. Voor bestaande organisaties is het belangrijk om te bepalen op welke manier platform thinking positief kan bijdragen aan de bestaande business. Welke kansen zijn er te grijpen door de toepassing van big data en nieuwe technologieën? Hoe zou een community jouw bestaande business model kunnen verrijken? Zijn er voor jouw organisatie innovaties te bedenken op basis van platform thinking?

    We gaan graag met je in gesprek om hierover te sparren.

  • 12 Jun 2021 09:28 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    De SER wil de opmars van het aantal zzp’ers stuiten, maar pakt de echte oorzaak niet aan. Het dreigt dus dweilen met de kraan open te blijven.

    Ook bij bedrijven bekoelt de liefde voor zzp’ers. De verkrappende arbeidsmarkt doet de macht verschuiven.

    In het kort

    Het fenomeen zzp werd aanvankelijk breed verwelkomd.

    Inmiddels ziet de Sociaal Economische Raad in dat er scheefgroei is ontstaan en handelen dus geboden is.

    Maar in het jongste SER-akkoord wordt de echte oorzaak, het grote verschil in lasten op arbeid in loondienst en arbeid uit ondernemen, ongemoeid gelaten.

    Een markante ontwikkeling deze eeuw is de opmars van de zelfstandige zonder personeel. Het aantal zzp’ers is sinds 2000 ruim verdubbeld tot 1,1 miljoen. Ook in Europees opzicht is die toename uniek. En terwijl het aantal flexibele arbeidscontracten sinds kort een dalende trend vertoont, houdt de groei van het aantal zelfstandigen aan, ondanks de coronacrisis.

    Het fenomeen zzp werd aanvankelijk breed verwelkomd. Tekenend voor de consensus was het unanieme advies van de Sociaal Economische Raad uit 2010 waarin zzp’ers werden geprezen als een waardevolle ‘bijdrage aan de sociaaleconomische dynamiek’. De SER zag ‘geen aanleiding voor fundamentele stelselwijzigingen’.

    Het was de tijd waarin vakbonden nog hoopten een nieuwe doelgroep aan te boren en aparte poten oprichtten om de belangen van zelfstandigen te behartigen. Liberalen zagen zzp als een flexibel antwoord op starre cao’s. Ook hoopte men op innovatieve impulsen en op doorgroei naar bedrijven met personeel.

    Van die liefde is weinig over. Het roer moet om. In het jongste SER-advies van 2 juni wordt voorgesteld om de fiscale zelfstandigenaftrek af te bouwen en zzp’ers te verplichten zich tegen arbeidsongeschiktheid te verzekeren. Verder wil de SER schijnconstructies aanpakken (de zzp’er is slechts in naam ondernemer, maar heeft slechts één opdrachtgever en werkt in feite als een gewone werknemer).

    Stukken goedkoper dan werknemers

    Wat de SER nu inziet is dat de sterke groei van het aantal zzp’ers weinig te maken had met de emancipatie van werkenden of met een nationale opwelling van ondernemerslust. Veel meer had het te maken met harde financiële prikkels die zelfstandigen stukken goedkoper maakten dan werknemers en die veroorzaakt werden door jarenlang cumulerende en vaak onbedoelde bijeffecten van fiscaal overheidsbeleid.

    Die scheefgroei begon bij de serie verlagingen van de vennootschapsbelasting, van ooit 48% in 1975 naar nu 25% en 15% voor winsten onder de €245.000. Om te voorkomen dat kleine ondernemers uit de inkomstenbelasting zouden vluchten naar de bv-vorm werden de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling (nu 14%) ingevoerd. Dat dit herstel van het ‘globale evenwicht tussen bv- en IB-ondernemers’ vervolgens leidde tot een fiscale scheefgroei tussen werknemers en zelfstandigen werd nauwelijks onderkend, zoals econoom Flip de Kam al in 2009 opmerkte.

    De belastinghervorming van 2001 maakte het verschil in belastingdruk tussen zelfstandigen en werknemers nog groter. Werknemers raakten toen de aftrek voor beroepskosten zoals de studeerkamer en pc kwijt en kregen er de arbeidskorting voor terug. Zelfstandigen kregen de arbeidskorting ook, maar behielden de royale kostenaftrek. Zowel de arbeidskorting als de ondernemersfaciliteiten zijn in de loop der jaren flink verhoogd. Voor zelfstandigen was dat dubbelop, waardoor de verhouding met werknemers in loondienst verder uit het lood raakte.

    Toeslagen

    Van grote invloed was ook de invoering van de toeslagen in 2006. Zelfstandigen mogen de zelfstandigenaftrek en de mkb winstvrijstelling namelijk aftrekken van hun toetsingsinkomen. Het betekent dat een werknemer met een bruto-inkomen van rond de €31.000 geen toeslagen meer ontvangt, terwijl de zelfstandige met een vergelijkbare winst maximaal recht op toeslagen heeft.

    Duidelijk is dat zo’n fiscale setting het afstoten van werknemers en het inhuren van zelfstandigen erg aantrekkelijk maakt. In principe zowel voor het inhurende bedrijf als de zelfstandige. Bedrijven weten zich in één keer verlost van pensioen- en andere werkgeverslasten. De verzelfstandigde werknemers zien zich weliswaar beroofd van hun sociale zekerheid, maar krijgen er vrijheid voor terug en zien dankzij de lagere belastingdruk hun netto-inkomen stijgen, althans, zolang ze niet al te zwak staan in de onderhandelingen over hun tarief. Het is zoals oud-directeur van het Centraal Planbureau Laura van Geest in het FD stelde: als je als overheid de kraan zo opendraait moet je niet verbaasd zijn als het gaat stromen.

    Die kraan moet nu dus dicht. De vraag is dan waarom nu pas. Want de scheefgroei was bij fiscalisten al veel eerder duidelijk. Al in 2010 adviseerde de belastingcommissie-Van Weeghel de zelfstandigenaftrek af te schaffen en hetzelfde deed de commissie-Van Dijkhuizen in 2012.

    Het antwoord is dat het aantal zzp’ers al was uitgegroeid tot een geduchte groep kiezers. En vaak mondige kiezers, want vooral in de media en culturele sector werden de bezuinigingen vooral opgevangen door werknemers in vaste dienst af te stoten en die te vervangen of terug te huren als zzp’er. Het taboe op de fiscale voordelen van zelfstandigen had het taboe op hypotheekrenteaftrek van de eerste plek verdrongen.

    Politieke onwil

    Hoe sterk dat taboe was bleek tijdens het kabinet Rutte-Samsom. Bij de kabinetsformatie in 2012 was tot weinig enthousiasme van de VVD een bescheiden ombuiging van €150 mln ingeboekt op de fiscale ondernemersfaciliteiten. Die werd er door toedoen van D66 -nodig voor een meerderheid in de Eerste Kamer- meteen weer uit gesloopt. Ook strandden alle pogingen op politieke onwil om de belastingdienst in staat te stellen om serieus te controleren op schijnconstructies.

    De ironie is dat nu D66 en de VVD beiden in de regering zitten er toch besmuikt een begin is gemaakt met het versoberen van de zelfstandigenaftrek. En weliswaar schoof minister Koolmees van Sociale Zaken eind 2018 het bredere probleem van flex en zzp door naar de commissie-Borstlap, de politieke draai werd daarmee ingezet. De zzp’er was van politiek troetelkind tot zorgenkind geworden.

    Hoe die draai te duiden? De tijdgeest is gekanteld. Het visioen van de zelfredzame burger die zelf de beste keuzes maakt hoe hij of zij wil werken is sleets geraakt. Dat zzp’ers doorgroeien tot echte bedrijven of innovatiever en productiever zouden zijn bleek een illusie. Des te meer kwamen er signalen van schijnconstructies en regelrechte uitbuiting.

    Van belang is ook de tikkende budgettaire tijdbom. Uit het ambtelijke IBO-onderzoek uit 2016 bleek al dat ruim de helft van de zzp’ers netto-ontvanger van de schatkist is: hun inkomen is laag en zij betalen dankzij de fiscale faciliteiten niet of nauwelijks belasting, maar ontvangen vaak wel toeslagen. Bij verdere groei dreigt een zichzelf versterkende spiraal omdat dan een krimpend aantal vaste werknemers de schatkist moet vullen.

    Ook bij bedrijven bekoelt de liefde

    Ten slotte bekoelt ook bij bedrijven de liefde voor het inhuren van zzp’ers. De verkrappende arbeidsmarkt doet de macht verschuiven. Konden vroeger zzp’ers nog naar believen worden ingeroosterd, nu dicteren zzp’ers vaker zelf hun werktijden. In de ziekenhuizen en de thuiszorg betekent dit dat het draaien van diensten ’s nachts en in schoolvakanties steeds meer drukt op het krimpende vaste personeel. Bekend is ook de casus van het Slotervaartziekenhuis dat versneld failliet ging toen bij de eerste problemen veel zzp’ers de benen namen en elders gingen werken. Dus waar zzp’ers vroeger zorgden voor flexibiliteit, worden ze nu vaker eisende partij en bedreigen ze de continuïteit. Het helpt de welwillender houding van werkgevers te verklaren om zzp terug te dringen.

    Die welwillendheid moet overigens niet worden overdreven. De SER stelt weliswaar de afbouw van de zelfstandigenaftrek voor, maar dat mag niet leiden tot koopkrachtverlies voor zelfstandigen, zo staat het er cryptisch. Tja, dat schiet per saldo dan niet op.

    Niet sterk is bovendien dat opnieuw het minimumtarief voor zzp’ers van stal wordt gehaald, nadat minister Koolmees al zijn tanden stuk beet op de (ook Europees-rechtelijke) onuitvoerbaarheid daarvan. De idee is nu dat bij tarieven onder de €30 à €35 de opdrachtgever moet kunnen bewijzen dat geen sprake is van schijnconstructies. Maar of dit wel tot waterdichte wetgeving leidt en hoelang dat gaat duren is onduidelijk.

    Kraan blijft open

    In het SER-akkoord wordt de echte oorzaak - het grote verschil in lasten op arbeid in loondienst en arbeid uit ondernemen - niet aangepakt. Dus blijft de kraan open. En wie weet gaat die zelfs harder stromen nu het uitwijken naar flexcontracten en uitzendarbeid wél lijkt te worden ingedamd.

    De Commissie-Borstlap trok de logische conclusie: een gelijk speelveld tussen werknemers en zelfstandigen vereist ‘spoedig afbouwen van de ondernemersfaciliteiten’, inclusief de mkb-winstvrijstelling en de royale belastingvoordelen van directeur-grootaandeelhouders. Alleen ondernemen met kapitaal blijft dan wat Borstlap c.s. betreft nog fiscaal gestimuleerd.

    Dat advies, dat in feite neerkomt op een ambitieuze belastinghervorming, bleek in de SER een brug te ver. En zal dat waarschijnlijk ook blijken in de kabinetsformatie, met in ieder geval VVD, CDA en D66 als beoogde coalitiepartners.

    Een grote doorbraak is het SER-akkoord dus niet. Het neemt niet weg dat de politieke draai is ingezet en dat na decennialange uitbouw van de fiscale aftrekposten voor ondernemers nu de geesten rijp worden gemaakt om de weg terug in te slaan. Gezien de grote belangen die op het spel staan belooft die weg nog lang en hobbelig te worden.

  • 08 Jun 2021 11:56 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Wanneer verzekerbaarheid sterk onder druk komt te staan, is een acceptatieplicht een van de middelen om dit tegen te gaan. Dat meent de AFM, in de verkennende studie ‘Personaliseren van prijs en voorwaarden in de verzekeringssector’. De studie geeft de sector negen aandachtspunten mee om met oog voor de kansen, de risico’s te verkleinen bij het inzetten van gepersonaliseerde beprijzing.

    De toezichthouder: “Gedragsbeprijzing kan leiden tot veiliger gedrag, een lagere schadelast en welvaartswinst. Het kan ook verhinderen dat een branche als geheel, bijvoorbeeld taxi’s, wordt uitgesloten. Tegelijkertijd kan geavanceerde risicoselectie leiden tot onverzekerbaarheid, en het niet langer kunnen vergelijken van verzekeringsproducten. Zeker als ook polisvoorwaarden worden gepersonaliseerd.

    “Bij misstanden hebben wij de mogelijkheid om in te grijpen, onder meer op basis van de normen voor productontwikkeling. Bij dit thema zijn meer dan ooit de eigen verantwoordelijkheid en het morele kompas van verzekeraars van belang. Wij moedigen initiatieven van de sector aan om hierover door te denken. Onder meer omdat de tegendruk vanuit consumenten beperkt is en concurrentiedruk het morele kompas kan overschaduwen. Wij blijven zelf de ontwikkelingen nauwgezet volgen en gaan graag de dialoog aan met de sector en andere betrokken stakeholders.”

    Verzekerbaarheid borgen

    De aandachtspunten voor individuele verzekeraars: houd er rekening mee hoe toerekenbaar en beïnvloedbaar de gebruikte inputdata is; weeg het klantbelang evenwichtig mee bij het gebruik van data om de premie mee te bepalen; gebruik opgedane inzichten uit data bij een specifieke verzekering niet ook bij de beprijzing van andere verzekeringen; aak van het delen van gedragsdata geen verplichting; borg dat de kwaliteit van data en data-analyse hoog is en dat er zodoende nooit sprake kan zijn van ongeoorloofde (indirecte) discriminatie.

    De aandachtspunten voor sector en beleidsmakers: houd rekening met zowel de korte als de lange termijn; transparantie en uitlegbaarheid kunnen helpen om het bewustzijn van klanten te vergroten; borg de verzekerbaarheid van klanten; een acceptatieplicht is een middel om verzekerbaarheid te borgen.

    Reactie Verbond van Verzekeraars

    Het Verbond van Verzekeraars reageert: "Nederlandse verzekeraars zijn zorgvuldig bij het toepassen van data-analyse voor personalisatie van premies en voorwaarden op basis van gedrag en data. Dit blijkt uit de vandaag verschenen studie van toezichthouder AFM. Daarom passen verzekeraars dergelijke technieken slechts in beperkte mate toe. Bovendien stelt het vorig jaar vastgestelde Ethisch kader extra eisen aan het toepassen van dergelijke technieken om te voorkomen dat premiedifferentiatie leidt tot discriminatie en onverzekerbaarheid.

    "Het Verbond meent dat alleen als de klant, toezichthouder en wetgever voldoende vertrouwen hebben in een correct gebruik van data, verzekeraars in staat zijn nieuwe technologieën toekomstbestendig in hun bedrijfsprocessen te verwerken."

  • 08 Jun 2021 08:56 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Verzekeraars bieden al jaren verzekeringen aan met premies die onder de prijs liggen van de onafhankelijke provisie ontvangende tussenpersoon.

    Minister Hoekstra praat weer met AFM en Consumentenbond: provisietransparantie nominaal en per product. Adviseurs moeten in de toekomst exact weergeven hoeveel provisie zij ontvangen op een schadeproduct.

    Minister van Financiën Wopke Hoekstra heeft na nieuwe gesprekken met de AFM en Consumentenbond geoordeeld dat de voordelen voor de consument zwaarder wegen dan de bezwaren van de adviesbranche. Nieuw is dat Hoekstra na drie jaar wil evalueren.

    In het eerste voorstel om provisie actief transparant te maken, konden adviseurs nog volstaan door een gemiddeld percentage per productgroep met de klant te communiceren. Vorig jaar oktober liet de minister al weten daarop terug te komen. Het moest nominaal en per product. Dat schreef Hoekstra overigens op het moment dat de reacties op de internetconsultatie nog geïnventariseerd moesten worden.

    ‘Reacties verdeeld in twee groepen’

    Nu schrijft de minister aan de Kamer dat de consultatie een ‘aanzienlijk aantal reacties’ opleverde, verdeeld in twee groepen. “Enerzijds waren er de
    indieners van een reactie die kortweg van mening waren dat het een proportioneel en uitvoerbaar voorstel betrof, ondanks dat zij veelal menen het een ingreep is die verder gaat dan zij nodig achten. De andere groep heeft onder meer grote moeite met het voorstel voor gemiddelden per productcategorie en het gebruik van percentages. Zij vonden dat de consument daarmee niet optimaal werd geïnformeerd, en dat het voorstel daarom niet optimaal voldeed aan het genoemde doel.”

    Voorstanders mochten opnieuw aan tafel

    Uit de brief van Hoekstra blijkt niet dat hij opvolging heeft gegeven aan de partijen die bezwaar hadden tegen actieve provisietransparantie. Wel is de minister opnieuw gaan praten met voorstanders. “Na bestudering van alle consultatiereacties heb ik mij laten overtuigen door onder meer de Consumentenbond en de AFM, die stelden dat de voordelen voor de consument van het weten van de nominale bedragen in zijn of haar concrete geval zwaarder wegen.”

    De manier waarop kenbaar moet worden gemaakt wat de provisie zal bedragen, laat de minister aan de adviseur zelf. Dat kan een schriftelijk zijn, maar mag ook mondeling meegedeeld worden.

  • 07 Jun 2021 18:04 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Bijna driekwart van de zzp’ers ziet een verplichte AOV, zoals deze nu is afgesproken in het pensioenakkoord, niet zitten. Ook heeft 48 procent van de zzp'ers hun pensioen momenteel nog niet geregeld. Dit blijkt uit onderzoek van Knab onder 2.500 Nederlandse zzp’ers.

    De verplichte pensioenregeling ligt momenteel op de onderhandeltafel, maar 72 procent van de zzp’ers ziet daar helemaal niets in. Het meest genoemde argument hierbij is dat men juist ondernemer is geworden om dit soort zaken zelf te kunnen regelen. Daarnaast vrezen veel zzp’ers dat de regeling vanuit de overheid te algemeen is en daardoor niet de beste oplossing voor hun specifieke situatie.

    Betaalbaar en toepasbaar

    De 28 procent die een verplicht pensioen wel steunt, doet dit vooral omdat het problemen voorziet doordat de meeste zzp’ers hun pensioen niet regelen. De verplichte AOV moet volgens deze groep dan wel betaalbaar en toepasbaar zijn op de situatie van de zzp’er. De steun voor een verplicht pensioen blijkt uit het onderzoek overigens groter onder zzp’ers die geen pensioen opbouwen (32%) dan onder zzp’ers die dat wel doen (24%).

    Onderzoek Ipsos

    Ipsos deed in 2019 al onderzoek naar het animo voor de verplichte AOV en ontdekte toen dat driekwart van de ondernemers de verplichte pensioenregeling niet zag zitten.

  • 31 May 2021 11:02 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    griep tekening via Pixabay

    Van alle werknemers gaf in 2020 ruim twee procent aan te hebben verzuimd met klachten die werden veroorzaakt door het coronavirus (zoals klachten aan luchtwegen en verkoudheidsklachten), en dat dit is bevestigd met een test. Van alle bedrijfstakken was de groep werknemers die verzuimde vanwege coronaklachten met bijna vier procent het grootst in de zorg. Ook in het onderwijs en in de handel was dit met drie procent bovengemiddeld hoog. In de landbouw, de informatie en communicatie, en bij financiële instellingen (alle een procent) was het verzuim met klachten die werden veroorzaakt door het coronavirus relatief laag.

    Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers uit de kwartaalenquête ziekteverzuim en de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van CBS en TNO.

    Hoogste ziekteverzuim werknemers in zeventien jaar

    Het ziekteverzuim onder werknemers van bedrijven en overheid is in 2020 gestegen tot 4,7 procent, het hoogste sinds 2003. In 2019 was het verzuim 4,4 procent. Werknemers gaven het vaakst aan te verzuimen vanwege griep of verkoudheid.

    In 2020 was het ziekteverzuim onder werknemers met 6,4 procent het hoogst in de zorg. In 2019 was dit nog 5,7 procent. Het ziekteverzuim in de zorg is altijd bovengemiddeld geweest, en sinds 2018 is het verzuim in deze bedrijfstak het hoogst. Vooral in de verpleeg-en verzorgingstehuizen werd er veel verzuimd vanwege ziekte: 7,7 procent, tegen 6,8 procent in 2019. De horeca kende in 2020 de sterkste toename: 3,7 procent, tegen 2,7 procent een jaar eerder. Niet eerder nam het verzuim in de horeca in één jaar tijd zo sterk toe.

    Laagste verzuimpercentage in de financiële dienstverlening

    Alleen in de financiële dienstverlening lag het verzuim door ziekte in 2020 onder de drie procent. Ook in de specialistische zakelijke dienstverlening was het verzuim met 3,1 procent laag, evenals in de bedrijfstak informatie en communicatie (3,2 procent). In alle drie de bedrijfstakken bleef het verzuim door ziekte nagenoeg onveranderd ten opzichte van 2019.

    Het ziekteverzuimpercentage is steevast het laagst bij de kleinste bedrijven, maar nam bij deze bedrijven met minder dan tien werknemers wel het sterkst toe: van 1,7 procent in 2019, naar 2,8 procent in 2020. De laatste keer dat het ziekteverzuim bij de kleinste bedrijven zo hoog was, was in 2002. Bij de middelgrote bedrijven is het ziekteverzuim toegenomen tot 4,4 procent (3,8 procent in 2019). Grote bedrijven (met 100 werknemers of meer) kenden een verzuim van 5,4 procent, tegen 5,2 procent een jaar eerder.

    Bron: VVP Online


Burg. Kolfschotenstraat 4    5616 DD Eindhoven
platform@riskshare.nl         Tel. +31653374097nnnnnnn