Tot 5 miljoen boete voor aanbieders van flitskrediet

22 Jul 2019 16:37 | Pieter Baks

Euro's via Pixabay 2018

Tot vijf miljoen euro kan de boete oplopen voor aanbieders van flitskrediet die zich niet houden aan de regels, aldus de Regeling aanpak flitskrediet die Financiën ter consultatie heeft voorgelegd. De consultatie sluit 2 september. De Regeling voorziet er in dat financiële ondernemingen met vestiging in een andere lidstaat die via internet consumptief krediet aanbieden aan consumenten in Nederland, geen hogere kredietvergoeding in rekening mogen brengen dan is toegestaan op grond van het Besluit kredietvergoeding (de wettelijke rente verhoogd met twaalf procentpunten).

Ter handhaving van eventuele overtredingen is de AFM bevoegd tot oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete (artikelen 1:79, eerste lid, onderdeel a, en 1:80, eerste lid, onderdeel a, Wft), waarbij de hoogte van de bestuurlijke boete is vastgesteld op ten hoogste vijf miljoen (artikel 1:81, tweede lid, Wft). De oplegging van deze sancties wordt voorts openbaar gemaakt (artikel 1:97 Wft) door middel van pers- en twitterberichten en op de website van de AFM. Financiën: "Het doel van die openbaarmaking is het waarschuwen van consumenten, zodat de vraag naar flitskredieten kleiner zal worden."

Minister Hoekstra: " Allereerst vormt de maximale kredietvergoeding, waarin deze regeling voorziet, een cruciale maatregel tegen het in Nederland aanbieden van flitskredieten aan consumenten tegen zeer hoge kosten. Vanuit het perspectief van consumentenbescherming zijn immers de zeer hoge kosten die bij de verlening van kredieten in rekening worden gebracht bij veelal financieel kwetsbare consumenten zeer schadelijk. Door voor de aanbieding van (flits)kredieten aan consumenten in Nederland vanuit andere lidstaten dezelfde maximum kredietvergoeding voor te schrijven als voor in Nederland gevestigde aanbieders, wordt het risico dat deze schade zich verwezenlijkt weggenomen. Daarnaast is van belang dat kredietaanbieding (die tevens kan worden aangemerkt als een dienst van de informatiemaatschappij) vanuit andere lidstaten aan consumenten in Nederland verder volledig mogelijk blijft. Kortom, deze regeling is noodzakelijk om de Nederlandse financiële consument te beschermen tegen onrechtvaardig hoge kosten voor leningen, maar strekt niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken."