De zzp’er: van troetel- naar zorgenkind

12 Jun 2021 09:28 | Anonymous

De SER wil de opmars van het aantal zzp’ers stuiten, maar pakt de echte oorzaak niet aan. Het dreigt dus dweilen met de kraan open te blijven.

Ook bij bedrijven bekoelt de liefde voor zzp’ers. De verkrappende arbeidsmarkt doet de macht verschuiven.

In het kort

Het fenomeen zzp werd aanvankelijk breed verwelkomd.

Inmiddels ziet de Sociaal Economische Raad in dat er scheefgroei is ontstaan en handelen dus geboden is.

Maar in het jongste SER-akkoord wordt de echte oorzaak, het grote verschil in lasten op arbeid in loondienst en arbeid uit ondernemen, ongemoeid gelaten.

Een markante ontwikkeling deze eeuw is de opmars van de zelfstandige zonder personeel. Het aantal zzp’ers is sinds 2000 ruim verdubbeld tot 1,1 miljoen. Ook in Europees opzicht is die toename uniek. En terwijl het aantal flexibele arbeidscontracten sinds kort een dalende trend vertoont, houdt de groei van het aantal zelfstandigen aan, ondanks de coronacrisis.

Het fenomeen zzp werd aanvankelijk breed verwelkomd. Tekenend voor de consensus was het unanieme advies van de Sociaal Economische Raad uit 2010 waarin zzp’ers werden geprezen als een waardevolle ‘bijdrage aan de sociaaleconomische dynamiek’. De SER zag ‘geen aanleiding voor fundamentele stelselwijzigingen’.

Het was de tijd waarin vakbonden nog hoopten een nieuwe doelgroep aan te boren en aparte poten oprichtten om de belangen van zelfstandigen te behartigen. Liberalen zagen zzp als een flexibel antwoord op starre cao’s. Ook hoopte men op innovatieve impulsen en op doorgroei naar bedrijven met personeel.

Van die liefde is weinig over. Het roer moet om. In het jongste SER-advies van 2 juni wordt voorgesteld om de fiscale zelfstandigenaftrek af te bouwen en zzp’ers te verplichten zich tegen arbeidsongeschiktheid te verzekeren. Verder wil de SER schijnconstructies aanpakken (de zzp’er is slechts in naam ondernemer, maar heeft slechts één opdrachtgever en werkt in feite als een gewone werknemer).

Stukken goedkoper dan werknemers

Wat de SER nu inziet is dat de sterke groei van het aantal zzp’ers weinig te maken had met de emancipatie van werkenden of met een nationale opwelling van ondernemerslust. Veel meer had het te maken met harde financiële prikkels die zelfstandigen stukken goedkoper maakten dan werknemers en die veroorzaakt werden door jarenlang cumulerende en vaak onbedoelde bijeffecten van fiscaal overheidsbeleid.

Die scheefgroei begon bij de serie verlagingen van de vennootschapsbelasting, van ooit 48% in 1975 naar nu 25% en 15% voor winsten onder de €245.000. Om te voorkomen dat kleine ondernemers uit de inkomstenbelasting zouden vluchten naar de bv-vorm werden de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling (nu 14%) ingevoerd. Dat dit herstel van het ‘globale evenwicht tussen bv- en IB-ondernemers’ vervolgens leidde tot een fiscale scheefgroei tussen werknemers en zelfstandigen werd nauwelijks onderkend, zoals econoom Flip de Kam al in 2009 opmerkte.

De belastinghervorming van 2001 maakte het verschil in belastingdruk tussen zelfstandigen en werknemers nog groter. Werknemers raakten toen de aftrek voor beroepskosten zoals de studeerkamer en pc kwijt en kregen er de arbeidskorting voor terug. Zelfstandigen kregen de arbeidskorting ook, maar behielden de royale kostenaftrek. Zowel de arbeidskorting als de ondernemersfaciliteiten zijn in de loop der jaren flink verhoogd. Voor zelfstandigen was dat dubbelop, waardoor de verhouding met werknemers in loondienst verder uit het lood raakte.

Toeslagen

Van grote invloed was ook de invoering van de toeslagen in 2006. Zelfstandigen mogen de zelfstandigenaftrek en de mkb winstvrijstelling namelijk aftrekken van hun toetsingsinkomen. Het betekent dat een werknemer met een bruto-inkomen van rond de €31.000 geen toeslagen meer ontvangt, terwijl de zelfstandige met een vergelijkbare winst maximaal recht op toeslagen heeft.

Duidelijk is dat zo’n fiscale setting het afstoten van werknemers en het inhuren van zelfstandigen erg aantrekkelijk maakt. In principe zowel voor het inhurende bedrijf als de zelfstandige. Bedrijven weten zich in één keer verlost van pensioen- en andere werkgeverslasten. De verzelfstandigde werknemers zien zich weliswaar beroofd van hun sociale zekerheid, maar krijgen er vrijheid voor terug en zien dankzij de lagere belastingdruk hun netto-inkomen stijgen, althans, zolang ze niet al te zwak staan in de onderhandelingen over hun tarief. Het is zoals oud-directeur van het Centraal Planbureau Laura van Geest in het FD stelde: als je als overheid de kraan zo opendraait moet je niet verbaasd zijn als het gaat stromen.

Die kraan moet nu dus dicht. De vraag is dan waarom nu pas. Want de scheefgroei was bij fiscalisten al veel eerder duidelijk. Al in 2010 adviseerde de belastingcommissie-Van Weeghel de zelfstandigenaftrek af te schaffen en hetzelfde deed de commissie-Van Dijkhuizen in 2012.

Het antwoord is dat het aantal zzp’ers al was uitgegroeid tot een geduchte groep kiezers. En vaak mondige kiezers, want vooral in de media en culturele sector werden de bezuinigingen vooral opgevangen door werknemers in vaste dienst af te stoten en die te vervangen of terug te huren als zzp’er. Het taboe op de fiscale voordelen van zelfstandigen had het taboe op hypotheekrenteaftrek van de eerste plek verdrongen.

Politieke onwil

Hoe sterk dat taboe was bleek tijdens het kabinet Rutte-Samsom. Bij de kabinetsformatie in 2012 was tot weinig enthousiasme van de VVD een bescheiden ombuiging van €150 mln ingeboekt op de fiscale ondernemersfaciliteiten. Die werd er door toedoen van D66 -nodig voor een meerderheid in de Eerste Kamer- meteen weer uit gesloopt. Ook strandden alle pogingen op politieke onwil om de belastingdienst in staat te stellen om serieus te controleren op schijnconstructies.

De ironie is dat nu D66 en de VVD beiden in de regering zitten er toch besmuikt een begin is gemaakt met het versoberen van de zelfstandigenaftrek. En weliswaar schoof minister Koolmees van Sociale Zaken eind 2018 het bredere probleem van flex en zzp door naar de commissie-Borstlap, de politieke draai werd daarmee ingezet. De zzp’er was van politiek troetelkind tot zorgenkind geworden.

Hoe die draai te duiden? De tijdgeest is gekanteld. Het visioen van de zelfredzame burger die zelf de beste keuzes maakt hoe hij of zij wil werken is sleets geraakt. Dat zzp’ers doorgroeien tot echte bedrijven of innovatiever en productiever zouden zijn bleek een illusie. Des te meer kwamen er signalen van schijnconstructies en regelrechte uitbuiting.

Van belang is ook de tikkende budgettaire tijdbom. Uit het ambtelijke IBO-onderzoek uit 2016 bleek al dat ruim de helft van de zzp’ers netto-ontvanger van de schatkist is: hun inkomen is laag en zij betalen dankzij de fiscale faciliteiten niet of nauwelijks belasting, maar ontvangen vaak wel toeslagen. Bij verdere groei dreigt een zichzelf versterkende spiraal omdat dan een krimpend aantal vaste werknemers de schatkist moet vullen.

Ook bij bedrijven bekoelt de liefde

Ten slotte bekoelt ook bij bedrijven de liefde voor het inhuren van zzp’ers. De verkrappende arbeidsmarkt doet de macht verschuiven. Konden vroeger zzp’ers nog naar believen worden ingeroosterd, nu dicteren zzp’ers vaker zelf hun werktijden. In de ziekenhuizen en de thuiszorg betekent dit dat het draaien van diensten ’s nachts en in schoolvakanties steeds meer drukt op het krimpende vaste personeel. Bekend is ook de casus van het Slotervaartziekenhuis dat versneld failliet ging toen bij de eerste problemen veel zzp’ers de benen namen en elders gingen werken. Dus waar zzp’ers vroeger zorgden voor flexibiliteit, worden ze nu vaker eisende partij en bedreigen ze de continuïteit. Het helpt de welwillender houding van werkgevers te verklaren om zzp terug te dringen.

Die welwillendheid moet overigens niet worden overdreven. De SER stelt weliswaar de afbouw van de zelfstandigenaftrek voor, maar dat mag niet leiden tot koopkrachtverlies voor zelfstandigen, zo staat het er cryptisch. Tja, dat schiet per saldo dan niet op.

Niet sterk is bovendien dat opnieuw het minimumtarief voor zzp’ers van stal wordt gehaald, nadat minister Koolmees al zijn tanden stuk beet op de (ook Europees-rechtelijke) onuitvoerbaarheid daarvan. De idee is nu dat bij tarieven onder de €30 à €35 de opdrachtgever moet kunnen bewijzen dat geen sprake is van schijnconstructies. Maar of dit wel tot waterdichte wetgeving leidt en hoelang dat gaat duren is onduidelijk.

Kraan blijft open

In het SER-akkoord wordt de echte oorzaak - het grote verschil in lasten op arbeid in loondienst en arbeid uit ondernemen - niet aangepakt. Dus blijft de kraan open. En wie weet gaat die zelfs harder stromen nu het uitwijken naar flexcontracten en uitzendarbeid wél lijkt te worden ingedamd.

De Commissie-Borstlap trok de logische conclusie: een gelijk speelveld tussen werknemers en zelfstandigen vereist ‘spoedig afbouwen van de ondernemersfaciliteiten’, inclusief de mkb-winstvrijstelling en de royale belastingvoordelen van directeur-grootaandeelhouders. Alleen ondernemen met kapitaal blijft dan wat Borstlap c.s. betreft nog fiscaal gestimuleerd.

Dat advies, dat in feite neerkomt op een ambitieuze belastinghervorming, bleek in de SER een brug te ver. En zal dat waarschijnlijk ook blijken in de kabinetsformatie, met in ieder geval VVD, CDA en D66 als beoogde coalitiepartners.

Een grote doorbraak is het SER-akkoord dus niet. Het neemt niet weg dat de politieke draai is ingezet en dat na decennialange uitbouw van de fiscale aftrekposten voor ondernemers nu de geesten rijp worden gemaakt om de weg terug in te slaan. Gezien de grote belangen die op het spel staan belooft die weg nog lang en hobbelig te worden.

Powered by Wild Apricot. Try our all-in-one platform for easy membership management