<< First  < Prev   1   2   3   4   5   ...   Next >  Last >> 
  • 11 Oct 2021 12:15 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Het was wachten op de eerste stap, maar Amazon gaat nu echt verzekeringen aanbieden aan kleine en middelgrote zakelijke klanten in het Verenigd Koninkrijk. Big tech komt er dus aan. En de klanten hebben er geen moeite mee.

    Alles over big tech

    Wat betekenen ze voor de verzekeringsmarkt?

    Het is de eerste stap van de technologiegigant in zakelijke verzekeringen in Engeland, zei makelaar Superscript vorige week tegen Reuters. Superscript is een insurtech die nauw samenwerkt met Amazon.

    Leden van Amazon’s Business Prime-programma kunnen nu bij Amazon inboedelverzekeringen, cyberverzekeringen en beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen kopen. Volgens een woordvoerder worden de risico’s gedragen door enkele “grote Britse verzekeraars” . De klanten krijgen een korting van 20% op de huidige tarieven om ze over te halen om over te stappen.

    Daarbij komt dat meer dan 50% van de klanten bereid is verzekeringen te kopen van niet-traditionele spelers zoals grote technologie- of verzekeringstechnologiebedrijven. Zo blijkt uit recent onderzoek onder 12.000 mensen wereldwijd door consultant Capgemini. DNB waarschuwde onlangs ook al voor de impact van Big Tech. En men vreest dat met name jongeren die overstap sneller zullen maken.

    “De verzekeringsindustrie moet de kloof tussen verzekeraars en klanten overbruggen door een snel en soepel koopproces te bieden dat klantgericht is”, zei Cameron Shearer, mede-oprichter en CEO van Superscript, in een verklaring.

    De overstap van Amazon naar zakelijke verzekeringen in het VK komt nadat de Amerikaanse insurtech Next Insurance in maart zei dekking te bieden aan Amerikaanse kleine bedrijven via Amazon Business Prime. “Nu bedrijven uit de pandemie komen en geleidelijk hun normale gang van zaken hervatten, willen we dat klanten de beste tools krijgen hebben om hun bedrijf te runnen”, zei Molly Dobson, Country Manager voor Amazon Business UK & Ireland, tegen Reuters.

    Insurtech

    Financiële instellingen maken zich al langer zorgen dat technologiebedrijven hun markten zullen bedreigen, vooral door hun sterke merken, betere klantdata en gemakkelijke toegang tot hun producten. Maar bronnen uit de sector vertelden Reuters ook dat de grote techbedrijven eerder partnerschappen aangaan met bestaande spelers dan rechtstreeks te concurreren, gezien de moeilijkheden en kosten voor buitenstaanders bij het betreden van de sterk gereguleerde financiële sector.

  • 21 Sep 2021 09:39 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    IT-ondernemer en leadverkoper Douwe van Zelm is een nieuwe weg ingeslagen. De voormalig hypotheekadviseur is sinds kort weer hypotheekadviseur. Met het label Stip Hypotheken gaat hij zelf de leads opvolgen die hij niet of moeilijk bij andere adviseurs kan onderbrengen. Dat is geen klus voor een of twee man. Van Zelm wil voor het einde van het jaar dertig hypotheekadviseurs aan het werk hebben.

    Klanten vinden is het probleem niet voor Van Zelm en zijn bedrijf TotalWebBoost. Met websites als Hypotheekberekenen.nl en Starterslening.nl hengelt hij aanzienlijke hoeveelheden leads binnen die hij doorverkoopt aan hypotheekadviseurs. Van Hypotheekshop, Hypotheek Visie en Finzie tot de eenpitter op de hoek: allemaal krijgen ze potentiële klanten geleverd via Van Zelm. Maar sommige leads zijn moeilijker te verkopen.

    De 80/20-regel

    Van Zelm noemt het de 80/20-regel; 80 procent van de leads kost 20 procent van de energie om verkocht te krijgen. De resterende 20 procent kost 80 procent energie om kwijt te raken. “Die aanvragen zitten in Den Helder, in Maastricht of een ander gebied waar we geen adviseur hebben. Of er is een nieuwbouwproject in Amersfoort waar we ineens heel veel aanvragen voor krijgen, dan moet je daar net maar een adviseur bij vinden.”

    Hypotheekleads hebben een beperkte houdbaarheid; snelle opvolging is van levensbelang voor een goede conversie

    Hypotheekleads hebben een beperkte houdbaarheid. Snelle opvolging is van levensbelang voor een goede conversie. Volgens Van Zelm kwam het voor dat er op een vrijdagmiddag vijf man aan het bellen waren om een geschikte adviseur bij een lead te vinden. “Toen dacht ik: wat we beter kunnen doen, is zelf een adviesbedrijf starten. Dan kunnen we klanten die we niet direct kunnen matchen met ons eigen advieskanaal helpen.”

    Twintig nieuwe adviseurs

    Vorig jaar zette Van Zelm het administratieve deel van Stip op. In december volgden de eerste klantgesprekken, en in het eerste kwartaal werd proefgedraaid met de eerste drie adviseurs. “Afgelopen kwartaal zijn we doorgegroeid naar tien adviseurs en tegen het eind van dit kwartaal hopen we op twintig uit te komen. Ik heb nog zeven weken. Het is misschien wat ambitieus, maar dat heeft ook met vakanties te maken.”

    Je gaat wel diametraal iets anders doen. Een leadgenerator is echt iets anders dan een adviesbedrijf. 
    “Compleet, het was ook best een heftige beslissing. Ik geloof heel erg in focus. Je doet het goed of je doet het niet. Dat is altijd de reden geweest om niet zelf de leads op te volgen. Tegelijkertijd: we hebben de potentie om nog veel meer leads te genereren dan dat we op dit moment verkopen.”

    Kun je dat uitleggen?
    “Klanten komen nu vooral organisch bij ons binnen. Maar we kunnen ook actief adverteren in Google. Die advertenties draaien nu op een fractie van wat we zouden kunnen doen. We kunnen dus veel meer klanten aantrekken, maar we doen het niet omdat we het aan de achterkant niet kunnen matchen.”

    Klanten komen vrij koud binnen via leads. Is het wel mogelijk om daar voor de lange termijn een portefeuille mee op te bouwen?
    “Ja, dat is wel de bedoeling. We blijven de klant monitoren. Vanuit ons eigen afsprakenbureau wordt periodiek contact met ze opgenomen of hun situatie is veranderd. We kijken proactief of er betere deals mogelijk zijn. Schade doen we nu nog niet, maar het staat wel op de agenda.”

    Vanuit de branche is er ook scepsis. Er wordt altijd een beetje neergekeken op leads.
    “Ik weet ook wel waar dat vandaan komt. Een lead is geen klant. Om van een lead een klant te maken moet je wel wat doen, dat gaat niet vanzelf. Als jij een kantoor hebt waar de klant gewoon binnenstapt die zegt dat hij een hypotheek wil: ja, dat is lekker makkelijk. Dozen schuiven. Een lead omvormen tot een klant is een vak apart.”

    Je onderneming heet TotalWebBoost. Dat straalt vooral commercie uit, niet per se een bedrijf dat duurzame klantrelaties nastreeft.
    “Leads zijn ook commercieel. Om iets te kunnen verkopen moet je de boer op. We helpen onze aangesloten intermediairs ook bij het opvolgen van leads. Maar het is commercie.”

    Jullie hebben de ervaring om de klant online binnen te halen. Nu kun je ze zelf ook bedienen met een adviesbedrijf. Wat is de potentie daarvan? Waar ligt het plafond?
    “Ik weet niet waar het plafond ligt. Ik ga ook niet ineens alle leads naar Stip overtanken. Sommige intermediairs zijn al jaren klant bij ons. Zonder de adviseurs die leads bij ons kopen te benadelen, kunnen we 8.000 tot 10.000 hypotheken per jaar draaien. Stip kan voor onze aangesloten adviseurs misschien wel als voorbeeldkantoor dienen. Kom bij ons in de keuken kijken, als je dit proces volgt heb je een succesvolle business case.”

    Maar waarom zou je dat doen? Je kunt nu ook aan twee kanten verdienen op een lead.
    “Dat zou kunnen. Maar als je dat scenario wilt uitvoeren, dan heb je het over een organisatie met vierhonderd adviseurs. We hebben wel ambitie, maar we moeten ook realistisch zijn.”

    Je bindt in een rap tempo nieuwe hypotheekadviseurs aan je. Betalen jullie veel beter?
    “Dat weet ik niet. Kijk, elk intermediairbedrijf doet in feite hetzelfde. Advieskantoren zijn doorgaans ingericht op het regelen van een hypotheek voor de klant en steken heel veel tijd in het zoeken naar klanten. Ze zijn aan de achterkant niet bezig met het bouwen aan een zo’n strak mogelijk proces. Dat zie ik ook als ik onze leads verkoop. Ik ben soms bijna gefrustreerd dat het zo slecht geregeld is en adviseurs tóch een business case hebben. Ik vind dat bijna ongelooflijk. Wij hebben een IT-achtergrond. We zijn juist van de processen, continu verbeteren, AB-testen, wat werkt beter? Als je dat op je adviseurs loslaat en je zorgt dat ze zich ontwikkelen, dan kun je veel sneller een hypotheek sluiten, of op een klant reageren. Dan hoeven ze alleen nog te doen waar ze blij van worden en goed in zijn.”

    Je moet een adviseur niet opzadelen met allerlei handelingetjes waar hij helemaal niet op zit te wachten

    Als je gefrustreerd raakt, waar zie je het dan precies fout gaan?
    “Overal. Er zijn ook partijen die het heel goed regelen hoor, maar veel partijen laten gewoon kansen liggen. De deal is binnen en dan is het klaar. Terwijl deals binnenhalen ons probleem niet is, we hebben er zo veel; dat komt wel goed. Wat wij doen is focussen op een zo goed mogelijk proces. Zodat die klant een goede dienstverlening krijgt, maar tegelijk ook die adviseur heel blij is. Je moet zo’n adviseur niet opzadelen met allerlei handelingetjes waar hij helemaal niet op zit te wachten. Een klant scant een document bijvoorbeeld scheef in. Dan moet zo’n adviseur de klant gaan bellen of hij het alsjeblieft opnieuw wil doen. Er zijn talloze van dat soort voorbeelden. Dat vindt een adviseur niet leuk. Als je al dat soort rommel wegneemt, kan de adviseur zich volledig focussen op die klant. Ik maak wel eens de vergelijking met Uber. Hoe komt het dat zij zo hard gegroeid zijn? Ze beperken de taak van de taxichauffeur tot datgene waar hij goed in is: de klant ophalen en zo vlot mogelijk van A naar B brengen. De hele administratie, de route; alles wordt verder voor ‘m uit handen genomen. Dat wil ik met Stip ook doen. Een adviseur die werkt voor Stip hoeft niet na te denken over de processen. Dat is al voorgeprogrammeerd. Dat wil overigens niet zeggen dat alles in beton gegoten is, want we staan altijd open voor verbetering.”

    Je bent nu een goed halfjaar onderweg met Stip. Waar ben je zelf tegenaan gelopen?
    “De leads binnenkrijgen en de afspraken maken, dat kunnen we al. Maar het proces van afspraak tot echt aan de notaris, daar had ik weinig zicht op. Wat we nu steeds beter gaan zien, is welke leads ook daadwerkelijk goed converteren. Als je ziet dat een bepaalde advertentie slecht converterende leads oplevert, dan moet je daar niet meer op gaan sturen. Een andere advertentie converteert misschien minder in gemaakte afspraken, maar juist wel weer goed in transacties. Dan moeten we ons geld verschuiven naar die advertentie. Zo neemt de kwaliteit van de leads alleen maar toe. Dat is goed voor Stip, maar ook al onze andere intermediairs.”

  • 01 Sep 2021 10:46 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Wat zijn uw ervaringen met het nieuwe PE-examen?

    Examenzaal via Pixabay

    Wat zijn uw ervaringen met het PE-examen, dat sinds 1 april meer dieptevragen kent? Een adviseur meldt niet hoger te komen dan een 5, ondanks meerdere herexamens. Hij roept de opleiders op om de voorbereidende training zo snel mogelijk af te stemmen op de nieuwe realiteit. U kunt uw ervaringen kwijt in het reactievak onder dit bericht.

    De adviseur: “Ik ken collega’s die met hetzelfde zitten, de een is al meer dan vier keer op geweest, een ander reeds zes keer. Oefenvragen, daar slagen wij ruim voor. Maar het eigenlijke examen is complexer. Ook is er geen vervolgtraining voor degenen die niet binnen drie keer slagen. Het kan toch niet zo zijn dat we hierdoor moeten stoppen met ons vak. Het zou zonde zijn als adviseurs hierdoor zouden afhaken met alle gevolgen van dien.”

    Lindenhaeghe schreef onlangs: “De laatste tijd valt ons op dat er iets is veranderd in de manier van vragenstellen door het CDFD. Waar voorheen veel vragen in casusvorm voorkwamen, gerelateerd aan algemene en brede onderwerpen, zien we steeds vaker detailvragen voorbijkomen. Vrij specialistische vragen die je echt alleen maar kunt weten als je de stof bestudeerd hebt.

    “Onze conclusie is dat examenkandidaten zich anders moeten gaan voorbereiden om te kunnen slagen. Naast een training om de onderwerpen goed te behandelen en ook de vraagmethodiek te bespreken, wordt echt meer (zelf)studie verwacht. Doe je dat niet, dan daalt je slagingskans behoorlijk. Simpelweg omdat je de antwoorden niet weet. Het CDFD wil op deze manier voorkomen dat cursisten na een korte training slagen, zonder dat ze zich inhoudelijk echt in de materie verdiept hebben.”

    De zomertip van de Lindenhaeghe-trainers: “Wil je het PE-examen halen, duik dan echt even de boeken in. Doorloop de E-learning, oefen met Slim leren, oefenexamens en zet de puntjes op de i met een examentraining. Zie zo’n training echt als extra boost, iets dat nog nét even wat extra’s geeft. Maar laat je poging niet alleen van een korte training afhangen. Daarmee red je het niet meer.”

    De adviseur zou in ieder geval graag zien dat de oefenvragen meer aansluiten bij de huidige PE-examens.

    De jongste CDFD-cijfers laten zien dat nog veel adviseurs opmoeten voor hun PE-examen(s) 2019-2022. Dat kan nog tot 1 april volgend jaar. Stakeholders wijzen op het belang om tijdig examen te doen, omdat het steeds drukker zal worden naarmate het einde van deze PE-periode nadert. Terwijl de vragen sinds 1 april jongstleden dus meer de diepte ingaan en met een korte examentraining niet meer lijkt te kunnen worden volstaan.

  • 05 Aug 2021 07:38 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)
    Horde via Pixabay

    Meer adviseurs vinden de horde van het PE-examen lastiger geworden om te nemen, blijkt uit de vele reacties op het bericht ‘Wat vindt u van het nieuwe PE-examen?’ in de VVP-nieuwsbrief van woensdag.

    Henny Staat (Staat Advies Financiele Diensten): “Ik herken de problematiek. Na een behoorlijke studie, slaagde ik onlangs met slechts een 6. Dat viel me behoorlijk tegen. Een collega, die dezelfde studie volgde zakte met een 5.”

    Juna van Esch (Geld en Gezin Altena): “Voorgaande jaren altijd met een 8 of 9 geslaagd, nu al twee maal een 5 gehaald. Thuis echt wel de syllabus goed bestudeerd en de training gedaan, maar er worden echt onzinnige details gevraagd, die totaal niet relevant zijn voor de adviespraktijk.”

    Paul Schoo (Platter-Schoo): “Ik had ook een half puntje te weinig. Andere jaren scoorde ik niet lager dan een 8. Naast de encyclopedische feitenkennis van onbenullige details zijn ook meer instinkertjes. Begrijpend lezen, roepen ze dan. Maar de antwoorden zijn zo geformuleerd dat je subtiel ontspoort.”

    Peter Menten (WftLimburg) bevestigt: “Als cursisten geen voorbereiding thuis gedaan hebben, is het veel moeilijker om middels een korte training een PE-examen te behalen. Steeds meer blijkt dat thuisvoorbereiding het halve werk is.”

    Ander soort vragen graag

    Menten verder: “Daarnaast wordt het hoog tijd om eens na te denken over het soort vragen. Handmatig een annuïteitenberekening in een PE-hypotheekexamen is echt niet meer van deze tijd. En dat geldt ook voor bijvoorbeeld het handmatig berekenen van een vermogensrendementsheffing.”

    Meer adviseurs hekelen het soort vragen. Kees van Rietschoten (Raadgevers Kuijkhoven ): “Ik vind dat er zoveel stof aantoegevoegd wordt die je in de praktijk nooit of nauwelijks gebruikt en die ook nog eens weinig met het verzekeren te maken hebben. En als je het nodig hebt kun je het eenvoudig opzoeken. Het lijkt er op alsof we elke drie jaar volledige examens moeten afleggen.”

    Bernard Siebelink (Siebelink Assurantien): “Ik heb ook onlangs examen gedaan voor PE Zakelijk Schade. Meerdere oefenexamens gedaan, maar het echte examen is zoveel moelijker. Ook vragen met betrekking tot beveiliging van een bedrijf gaat veel te ver. Het gaat er toch om dat een adviseur algemeen ontwikkeld is goed onderlegd is. En geen specialist op ieder gebied. Ik vind de examenstof veel te diep op de stof ingaan.”

    Alex van der Sluijs (Wonen en Hypotheek): “Ik moet nog op en ben erg benieuwd. Maar de studiestof die ik nu aan het bestuderen ben en het Permanent Actueel..... het is allemaal te veel en heel veel is totaal overbodig. Veel zaken los je in de praktijk op door je er in te verdiepen als je het nodig hebt. Globale kennis van de rest zou voldoende moeten zijn.”

    Volgens sommige adviseurs missen de PE-examens sowieso voeling met de praktijk.

    Wat zijn uw ervaringen met het nieuwe PE-examen?

    Wat zijn uw ervaringen met het PE-examen, dat sinds 1 april meer dieptevragen kent? Een adviseur meldt niet hoger te komen dan een 5, ondanks meerdere herexamens. Hij roept de opleiders op om de voorbereidende training zo snel mogelijk af te stemmen op de nieuwe realiteit. U kunt uw ervaringen kwijt in het reactievak onder dit bericht.

    De adviseur: “Ik ken collega’s die met hetzelfde zitten, de een is al meer dan vier keer op geweest, een ander reeds zes keer. Oefenvragen, daar slagen wij ruim voor. Maar het eigenlijke examen is complexer. Ook is er geen vervolgtraining voor degenen die niet binnen drie keer slagen. Het kan toch niet zo zijn dat we hierdoor moeten stoppen met ons vak. Het zou zonde zijn als adviseurs hierdoor zouden afhaken met alle gevolgen van dien.”

    Lindenhaeghe schreef onlangs: “De laatste tijd valt ons op dat er iets is veranderd in de manier van vragenstellen door het CDFD. Waar voorheen veel vragen in casusvorm voorkwamen, gerelateerd aan algemene en brede onderwerpen, zien we steeds vaker detailvragen voorbijkomen. Vrij specialistische vragen die je echt alleen maar kunt weten als je de stof bestudeerd hebt.

    “Onze conclusie is dat examenkandidaten zich anders moeten gaan voorbereiden om te kunnen slagen. Naast een training om de onderwerpen goed te behandelen en ook de vraagmethodiek te bespreken, wordt echt meer (zelf)studie verwacht. Doe je dat niet, dan daalt je slagingskans behoorlijk. Simpelweg omdat je de antwoorden niet weet. Het CDFD wil op deze manier voorkomen dat cursisten na een korte training slagen, zonder dat ze zich inhoudelijk echt in de materie verdiept hebben.”

    De zomertip van de Lindenhaeghe-trainers: “Wil je het PE-examen halen, duik dan echt even de boeken in. Doorloop de E-learning, oefen met Slim leren, oefenexamens en zet de puntjes op de i met een examentraining. Zie zo’n training echt als extra boost, iets dat nog nét even wat extra’s geeft. Maar laat je poging niet alleen van een korte training afhangen. Daarmee red je het niet meer.”

    De adviseur zou in ieder geval graag zien dat de oefenvragen meer aansluiten bij de huidige PE-examens.

    De jongste CDFD-cijfers laten zien dat nog veel adviseurs opmoeten voor hun PE-examen(s) 2019-2022. Dat kan nog tot 1 april volgend jaar. Stakeholders wijzen op het belang om tijdig examen te doen, omdat het steeds drukker zal worden naarmate het einde van deze PE-periode nadert. Terwijl de vragen sinds 1 april jongstleden dus meer de diepte ingaan en met een korte examentraining niet meer lijkt te kunnen worden volstaan.

  • 21 Jul 2021 13:29 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    De Consumentenbond heeft vanmorgen een nieuwsbericht gepubliceerd waarin ze de schadelasten en de premie-inkomsten van autoverzekeraars heeft vergeleken. De belangrijkste conclusie die de Consumentenbond trekt, is dat de verzekeringspremies onnodig blijven stijgen. Het Verbond deelt deze conclusie niet.

    Kloof tussen premie en schade?

    De Consumentenbond heeft in het onderzoek cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) over het eerste kwartaal van 2021 gebruikt en spreekt onder meer van 'een kloof tussen premie-inkomsten en schadecijfers die steeds groter wordt'.
    Volgens de Consumentenbond bedraagt de (gemiddelde) premiestijging voor het eerste kwartaal van dit jaar (ten opzichte van 2020) negen procent, terwijl de schadelasten (ook weer gemiddeld en ten opzichte van 2020) zeventien procent lager zijn. De bond benoemt ook 'het grote verschil tussen premie-inkomsten en schadelast in euro’s', oplopend tot 1,8 miljard in 2020. Dat is echter geen winst zoals de Consumentenbond lijkt te suggereren, maar wordt voor een belangrijk deel gebruikt voor kosten van de verzekeraar.

    Kalenderjaar

    Het is bovendien te kort door de bocht om de cijfers over één kwartaal tegenover elkaar te zetten. Verzekeraars moeten vooraf rekening houden met risico’s die zich over een heel kalenderjaar kunnen voordoen. En natuurlijk kan de schadelast in het eerste kwartaal meevallen, maar we hoeven maar naar de watersnood in Limburg te kijken om te zien dat het tweede kwartaal een heel ander schadebeeld zal laten zien. 

    Rode cijfers

    Ook maakt de Consumentenbond een vergelijking tussen de premies en schadelasten vanaf 2017 tot en met 2020. In die berekeningen is de Consumentenbond echter vergeten om mee te wegen dat de premies van de autoverzekeringen in ons land jarenlang veel te laag zijn geweest, De Nederlandsche Bank concludeerde dit in 2016 al, de bond schreef daarover op de eigen website. Verzekeraars hebben tot vorig jaar rode cijfers geschreven, omdat de premies - vanwege de moordende concurrentie in de markt van autoverzekeringen - veel te laag waren.

    Verliezen aanpakken

    We doen voor een goed begrip even een klein stapje terug in de tijd. In maart 2016 heeft DNB de Nederlandse autoverzekeraars dringend opgeroepen om de verliezen op autoverzekeringen aan te pakken. De Consumentenbond schreef toen letterlijk dat consumenten rekening moesten houden met hogere verzekeringspremies.
    De bond gaf als verklaring dat 'verzekeraars tot 2014 de verliezen op de WA-dekking nog konden compenseren met de winstopbrengsten op de cascoverzekeringen. In 2014 is dat de meeste verzekeraars niet meer gelukt. Wanneer verzekeraars meer schade uit moeten keren dan ze aan premie binnenkrijgen, kunnen verzekeraars in de problemen komen. Toezichthouder DNB is daarom van mening dat verzekeraars in moeten grijpen om uit de risicozone te komen.'

    Combined Ratio

    In ons Financieel Jaarverslag 2020 dat vorige maand is verschenen, is deze ontwikkeling tot 2020 goed weergegeven in de zogenoemde Combined Ratio. Kort samengevat geeft deze Combined Ratio de verhouding tussen kosten en opbrengsten weer.
    Uit de figuur blijkt dat deze Combined Ratio in 2020, voor het eerst sinds jaren, onder de 100 is uitgekomen. Dat betekent dat pas in 2020 de schadelast en de kosten lager zijn dan de ontvangen premies. Daaruit blijkt dus ook dat er geenszins sprake kan zijn van een jarenlang oplopend positief resultaat waar de Consumentenbond op doelt, maar eerder van het inlopen op tekorten.

    Premieteruggave

    Zijn wij het met de Consumentenbond dan helemaal oneens? Nee, op één punt kunnen we elkaar goed vinden. De Consumentenbond benadrukte in een brief dat 'onnodige inkomsten wat de bond betreft aan verzekerden moeten worden geretourneerd'. Verzekeraars vragen niet meer premie dan nodig voor een gezonde bedrijfsvoering. Wij zijn er van overtuigd dat iedere verzekeraar, in een markt met ongeveer veertig concurrenten, een zo scherp mogelijke premie aanbiedt aan zijn klanten.

  • 16 Jul 2021 09:08 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Exact 88.532 adviseurs waren er op 30 juni met een of meer beroepskwalificaties. Zij zijn adviesbevoegd tot en met 31 maart 2022 (eind tweede PE-periode). Dat zijn er 884 meer dan eind maart toen CDFD de vorige kwartaalcijfers bekendmaakte.

    Schade particulier telt het grootste aantal diplomahouders met 54.540, gevolgd door Vermogen (34.179) en Schade zakelijk (33.878). Pensioen telt het minste aantal diplomahouders met 4.811 adviseurs.

    In de maanden april, mei en juni werd 5.123 keer een PE-examen afgelegd. Het grootste aantal kandidaten ging op voor Schade zakelijk, namelijk 1.652, gevolgd door Inkomen (1.128), Hypothecair krediet (956), Schade particulier (488), Consumptief krediet (347) Vermogen (224), Pensioen (178) en Zorg (150).

    76,7 procent slaagde gemiddeld

    Gemiddeld werd 76,7 procent van de examens met goed gevolg afgelegd, een daling ten opzichte van eind maart toen het percentage op ruim 81 lag. Het hoogste percentage geslaagden was er bij Zorg (92,7 procent), het laagste bij Consumptief krediet (65,4). Het percentage geslaagden bij Schade zakelijk kwam uit op 78,0, bij Inkomen op 85,6 Hypothecair krediet 69,0, Schade particulier 67,0, Vermogen 71,9 en Pensioen 88,8.

    5.939 initiële examens

    In totaal werden in het tweede kwartaal van 2021 5.939 initiële examens afgelegd. De meesten gingen op voor Basis: 2036 keer. Schade particulier telde met 979 afgelegde examens daarna de hoogste opkomst, gevolgd door Hypothecair krediet (787), Vermogen (712), Schade Zakelijk (462), Inkomen (238) en Zorg (279). Pensioen telt het kleinste aantal: 149.

    Hypothecair krediet taai

    Het hoogste percentage is voor Basis: 67,2 procent. Hypothecair krediet blijkt taai me het laagste percentage geslaagden, namelijk 36,5 procent. Gemiddeld kwam het percentage geslaagden uit op 53,9 procent in de afgelopen drie maanden. Ook hier is weer sprake van een daling ten opzichte van het kwartaal ervoor toen het percentage op 58,3 lag.

  • 13 Jul 2021 09:31 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    De winst van een verzekeraar is o.a. afhankelijk van claims. Een vorm van belangenverstrengeling van de eerste orde. Een claim blijft hét moment van de waarheid voor verzekeraars. Een slechte afhandeling kan namelijk leiden tot klantverloop, verlies van reputatie en verlies van winst. Dat kan veel beter en veel winstgevender.

    Kosten en winst uit de premiesfeer

    De hoogste tijd voor verzekeraars om winst uit de premiesfeer te halen en met blockchain over te stappen op p2p risicodeling met variabele premies waarbij claims eensgezind door verzekerde, adviseur en expert buiten de verzekeraar om geregeld worden. Waarbij verzekerden zelf de voorwaarden van risicodeling bepalen en daarmee dus indirect de hoogte van de premie.

    *Voor verzekerden betere voorwaarden en lagere premies
    *Voor verzekeraars lagere kosten en hogere winst

    Door aan verzekerden een vaste vergoeding voor het platform of een vaste vergoeding per verzekering in rekening te brengen wordt belangenverstrengeling, klantverloop en verlies van reputatie voorkomen. De winst kan vooraf berekend worden in plaats van achteraf. Voor verzekerden betere voorwaarden en lager premies. Voor verzekeraars lagere kosten en hogere winst.


  • 12 Jul 2021 20:42 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Door Leen de Bruyne.

    Een Start-up bouwen is geweldig leuk! Je hebt eindelijk ontslag genomen en bent nu ondernemer. De wereld ligt open, je kan alles zelf bepalen. De sky lijkt de limit.. Toch faalt het overgrote deel van de startups. Of ze sterven een stille dood of ze blijven jarenlang pruttelen, zonder echt door te breken.

    Uit eigen ervaring (mijn startup van 10 jaar geleden doet inmiddels 7 miljoen omzet, maar dat ging zeker niet vanzelf en had achteraf veel beter gekund) en vanuit mijn ervaring als start-up mentor/coach waarin ik vele gesprekken voerde met start-up ondernemers zie ik terugkerende patronen en redenen die ervoor zorgen dat het groeipotentieel onvoldoende wordt benut. Dit is overigens helemaal niet verwonderlijk. Een bedrijf opzetten en snel laten groeien is gewoon heel erg moeilijk. Je hebt er veel vaardigheden voor nodig, veel kennis, een behoorlijke zak geld, een groot netwerk, de juiste compagnons en een flinke dosis geluk.

    In dit blog bespreek ik 11 veelvoorkomende redenen waarom Start-ups falen. Ik ben ervan overtuigd dat als je deze 11 dingen WEL goed doet je kansen op succes vele malen groter worden.

    1. Een goed product verkoopt zich (niet) vanzelf

    Een nieuw bedrijf begint vaak met een product. Mensen zien een gat in de markt of hebben een idee en gaan hiermee aan de slag. De gedachte is: dit product is zo goed, ik hoef het eigenlijk alleen maar te maken en dan komen de klanten als vliegen naar de stroop. In de praktijk is dit zelden waar. Het feit dat een product uniek, biologisch of duurzaam is, betekent nog niet dat klanten er automatisch om staan te springen. Daarnaast heb je ook mensen nodig om je product te gaan maken en verkopen. Dat betekent dat je een organisatie moet gaan optuigen rondom je product. Je moet de markt gaan bewerken. Een launching customer vinden. Referenties opbouwen. Een brand creëren. Jezelf positioneren in de markt. De juiste toon aan slaan in je verkoopuitingen. De juiste prijs vragen. Garanties kunnen bieden. Vul verder maar in.

    2. Marketing is makkelijk

    Veel mensen denken dat marketing heel makkelijk is. Terwijl het een van de breedste disciplines is die ik kan bedenken. Veel startende ondernemers laten hun broer de website maken, een neef de brochure en zetten zelf wel een advertentie in het plaatselijke sufferdje. Verder rommelen ze wat met Google Adwords en hoppa, de marketing is geregeld. Een gemiste kans.

    Steeds meer ondernemers pakken dit inmiddels serieuzer aan en stoppen meer geld en energie in het marketingstuk. Als het even kan, huur dan een marketingbureau in. Besteed aandacht aan zowel het bouwen van een merk (branding) als ook aan harde verkoopactivatie en leadgeneratie. Beide heb je nodig om snel te kunnen groeien. Voor het branding stuk geldt in het begin vaak less is more. Het hoeft niet allesomvattend en groots te zijn, als het er maar gewoon goed uitziet en mensen begrijpen waarom ze je moeten bellen. Wat betreft de verkoopactivatie en het genereren van leads: wacht daar niet te lang mee. Veel start-up ondernemers willen eerst het product nog beter hebben en wachten daarom met op de grote trom te slaan. Soms zit daar een stuk faalangst onder. Is het wel goed genoeg wat we gemaakt hebben? Sla gewoon op die trom en gebruik de feedback die je krijgt om je product razendsnel te verbeteren. Denk verder na over je brutomarge. Hoeveel procent kan je daarvan teruginvesteren in marketing? Zie het als een automaat waar je op een gegeven moment een euro ingooit, om er een tientje omzet uit te krijgen.

    3. Teveel verschillende producten tegelijk aanbieden

    Een ander groot probleem is een gebrek aan focus. Sommige ondernemers zijn heel enthousiast en bieden te snel, teveel verschillende producten aan. Al deze producten hebben aandacht nodig van R&D, er is voorraad en opslag nodig, marketingpower, etc. Mijn advies: probeer eerst echt door te breken met één product en bouw er daarna een pijplijntje achteraan met nieuwe producten en diensten. Elk halfjaar iets nieuws, soms iets groots, soms iets kleins. Zo hou je je bedrijf overzichtelijk en werkbaar en blijf je tegelijkertijd de markt verrassen.

    4. De verwachtingen van stakeholders niet managen

    Resultaat minus verwachting moet positief zijn is de gouden regel. Liever dus niet teveel beloven aan investeerders, banken en klanten als je niet zeker weet dat je het waar kunt maken. Tegelijkertijd kan je ook niet te weinig beloven, want dan gaat niemand met je in zee. Dit is het koorddansen dat iedere start-up ondernemer kent. Wat ik veel zie gebeuren is dat er teveel beloofd wordt. ‘Dit is het laatste kwartaal dat we verlies maken’, ‘de webshop staat volgende maand echt live’, ‘we gaan de marge met 3 punten verbeteren’, ‘we verwachten dat we na deze financieringsronde niet meer hoeven aan te kloppen bij de aandeelhouders’.

    Als je de verwachtingen niet goed managed leidt dit tot teleurstelling en minder vertrouwen in het Foundersteam. Dit kan weer leiden tot ruzie en gedoe en dat kan weer leiden tot het begin van het einde van de start-up.

    5. De Founders weten niet van elkaar waar ze naartoe willen zowel zakelijk als privé

    De meeste founders teams bestaan uit 2, 3 of 4 personen. Soms studievrienden van school, soms ex-collega’s, vrienden, familieleden of anderszins. Een vriend van mij is notaris. Hij zegt dat van alle compagnons die bij hem komen om een BV of v.o.f. op te richten ca. 80-90% binnen 5 jaar weer langskomt om de samenwerking te ontbinden. Als je er goed over nadenkt is dit eigenlijk heel logisch. Founders brengen soms wel 60 uur per week met elkaar door, ze werken keihard voor weinig geld, lopen soms enorme persoonlijke risico’s en ervaren vaak veel stress. Zie dat maar eens gezellig te houden. Daarnaast (als het bedrijf na een aantal jaar wat stabieler wordt) zie je dat founders vaak verschillende dingen willen. De een wil meer tijd voor zijn gezin en minder werken, de ander wil dividend en minder investeren, een derde wil uitbreiden naar buitenland, een vierde wil cashen en de zaak verkopen.

    Hoe ga je hier het beste mee om? Een paar gouden tips: 1. Ga voordat je gaat samenwerken een paar dagen met elkaar op stedentrip en zorg dat je elkaar heel goed leert kennen. Maak een lijst met 10 vragen die je aan elkaar wil stellen voordat je met elkaar in zee gaat. 2. Denk na of je elkaar werkelijk aanvult en of je goede afspraken met elkaar kunt maken over inzet, beloning en toekomstperspectief 3. Neem een coach of vertrouwenspersoon in de hand met wie je iedere drie maanden gaat zitten om te zorgen dat je op één lijn blijft zitten met elkaar en eventuele frustraties of onbegrip kunt uitspreken. Zo kan je een hoop ellende voorkomen.

    6. Het aandelenloket te lang open laten staan

    Een van de dilemma’s bij de start van een bedrijf is dat je moeilijk aan goede mensen komt. Waarom zou iemand immers zijn goedbetaalde baan, leaseauto en pensioen opgeven om bij jou in de garagebox te komen werken? Om toch toppers te kunnen binnenhalen of te behouden wordt nogal eens met aandelen gesmeten. Een paar procent hier, een paar procent daar. Als je dit personeelsbreed doet, door middel van een participatieprogramma, kan dat best een goed idee zijn, maar kijk uit met individuele willekeur. Dit kan leiden tot het gevoel van ongelijke beloning en tot ontevredenheid. Ook kan het zijn dat de persoon die je nu 5% hebt gegeven in een latere fase van het bedrijf niet meer in die leidende rol past, waarin je hem nu wil hebben. Je moet hem/haar dan weer uitkopen of iets anders verzinnen. In mijn ervaring is het het beste om gewoon te zeggen: jongens, het loket is dicht. Ik wil je graag hebben, houden, binden en goed belonen. Ik wil werken met bonussen of andere vormen van beloning, maar met aandelen doen we niets. Zo hou je de zeggenschap overzichtelijk en hoef je ook niet met Jan en alleman te overleggen als je weer eens een financieringsronde doet of je bedrijf wil verkopen of fuseren bijvoorbeeld. Een vriend van mij zegt in dit kader: Leen, hoe minder zielen, hoe meer vreugd:-)

    7. Founders die te snel ‘aan hun bedrijf gaan werken’

    Tegenwoordig hoor je iedereen zeggen dat je niet ín, maar áán je bedrijf moet werken. Dat klinkt geweldig en ik ben het er ook deels mee eens. Zeker als je bedrijf wat groter is, doe je er goed aan je MT niet teveel voor de voeten te lopen en je te richten op de business van morgen in plaats van die van vandaag. Echter voor Start-ups gaat dit vaak niet op. Enig realisme is hier op zijn plaats. Een paar jaar geleden begeleidde ik een groepje van 6 startup ondernemers met gemiddeld 4  ton omzet. 3 daarvan hadden een verkoper in dienst, omdat de ondernemer vond dat hij met andere dingen bezig moest zijn. Deze verkopers verkochten allemaal veel minder, dan zelf verdienden. Ik heb ze toen aanbevolen die verkopers te ontslaan of in ieder geval zelf minimaal een kwartier per dag met sales bezig te zijn. De resultaten van deze eenvoudige ingreep waren enorm. De geschiedenis van succesvolle bedrijven leert ook, dat bijna alle succesvolle ondernemers, goede verkopers waren. Mijn tip: lees boeken en blijf leren, maar ga ook gewoon vooral lekker verkopen als Founder. Beuk eerst door die eerste paar miljoen euro omzet heen, neem onderweg een paar hele goede mensen aan en ga daarna doen wat je wilt. Maar blijf niet steken tussen servet en tafellaken. Don’t get stuck in the middle!

    8. Je gezondheid verwaarlozen

    Een start-up runnen is topsport. Mensen denken soms dat je met een soja-latte en je baard een beetje rondhangt in hippe café’s met je MacBook en ondertussen alleen maar leuke dingen aan doen bent. De werkelijkheid is anders. Er is vaak stress, je hebt slapeloze nachten, het geld is op, je grootste klant stapt op, je hebt wrijving met je compagnon, je partner thuis wil meer tijd en aandacht. Dit kan zomaar leiden tot een ongezonde levensstijl. Weinig slapen, geen tijd voor sport, geen tijd voor vrienden. Een vette hap tussendoor. Een pizza bestellen en nog even doorwerken. Ik heb dit zelf een jaar of 6 volgehouden voor ik volledig op was. Daarna jarenlang moeten herstellen om weer op een goed niveau te komen. Zorg dus goed voor jezelf, neem een coach of stel een vriend(in) aan die jou in de gaten houdt. Als start-up ondernemer ben je heel belangrijk voor het bedrijf. Je bent zelf een van de belangrijkste assets dus behandel jezelf ook zo. Gun jezelf dat reisje, zet je telefoon gewoon uit in het weekend, beweeg genoeg en eet gezond. En slaap lang en diep. Een goed bed kopen is de beste investering die je privé zo’n beetje kan doen.

    9. Geen gevoel hebben voor momentum

    Een van de meest ongrijpbare dingen die het succes van een start-up kunnen maken of breken is het gevoel van timing dat een ondernemer wel of niet heeft. Dat haarscherpe onderbuikgevoel waarmee de ondernemer feilloos aanvoelt wanneer het juiste momentum er is voor een productlaunch of marketingcampagne. Dat gevoel waarmee je besluiten neemt die een excelsheet niet voor je kan nemen. Het is bijna niet te benoemen, maar vrijwel iedereen weet wat ik bedoel. Het is vaak datgene wat een ondernemer ook authentiek en geloofwaardig maakt. De een heeft het, de ander niet. Als ik als investeerder ergens in zou moeten investeren, zou ik uiteraard naar het product, de markt en de cijfers kijken, maar nog meer naar dit aspect: heeft deze persoon een excellent balgevoel of niet? Dit kan een wereld van verschil maken. Het zorgt ervoor dat de ene ondernemer net wel die grote klus binnenhaalt en die andere net niet. Het maakt dat de ene ondernemer wel die topper overtuigt om voor hem/haar te komen werken en de ander niet. Het vervelende is dat je het ook niet kunt leren. Als je het zelf niet hebt, zorg dan dat je zo iemand aan boord krijgt.

    10. Je bedrijf operationeel niet mee opschalen

    Ieder voordeel heb z’n nadeel, weten we. Het nadeel van ondernemers die heel goed kunnen verkopen en kunnen schalen, is dat ze nogal eens vergeten om de rest van de organisatie tijdig mee te schalen. Als je bij aanvang succes hebt met je start-up is dat geweldig, maar de hele organisatie moet wel meegroeien. IT systemen en infrastructuur moet meegroeien. De managentstructuur moet meegroeien. Enzovoort. Het is altijd een dilemma: eerst opschalen en dan hopen dat je meer verkoopt, of andersom. Het is een van de moeilijkste dingen om goed te managen als start-up ondernemer. Een coach zoeken die de groeifasen die jij nog gaat meemaken al een keer heeft meegemaakt kan enorm helpen. Samen kan je de groei visualiseren en zo goed mogelijk proberen te ontwerpen. Zo kan je jezelf veel tijd, geld en moeite besparen en rustig doorgroeien naar het volgende niveau.

    11. Als ondernemer niet meegroeien met je bedrijf

    Toen ik 25 was stuurde ik mensen aan met 20 jaar werkervaring. Hoe doe je dat? Toen ik 28 was had ik 40 mensen in dienst met allerlei wensen en verwachtingen. Hoe doe je dat? Toen ik 30 was verkocht ik een deel van mijn bedrijf aan Private Equity. Hoe doe je dat? Een van de allerbelangrijkste zaken is dat je zelf meegroeit met je zakelijke succes, als dat eenmaal komt. Om zelf mee te groeien, raad ik je aan om veel te lezen. Biografieën van ondernemers vind ik altijd geweldig. Beter dan managementboeken, gekker dan fictie. Ook raad ik je aan om naast je zakelijk kant, ook je zachte kant te ontwikkelen. Volg een coachingscursus, leer jezelf kennen. Leer je eigen gedrag en je eigen emoties kennen en begrijpen. Doorbreek patronen die je niet verder helpen en installeer patronen die dat juist wel doen. Maar wat je zeker moet doen: ga bij een ondernemersclub met gelijkgezinden. Leer van de ervaringen van andere ondernemers. Dompel je daarin onder. Zelf ben ik nu 7 jaar lid van Entrepreneurs Organization en dat heeft me ongelofelijk veel gebracht.

    Ik hoop van je harte dat je het gaat maken met jouw start-up! Als je een keer vrijblijvend langs wil komen voor een kop koffie om eens wat te sparren, stuur dan een mail naar leen@degroeiregisseur.nl. Je bent welkom

  • 12 Jul 2021 15:06 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Een claim blijft hét moment van de waarheid voor verzekeringsmaatschappijen. Een slechte afhandeling kan namelijk leiden tot klantverloop en verlies van reputatie en winst. Het is niet verrassend dat verzekeringsmaatschappijen de optimalisatie van het claimproces hoog op hun agenda hebben gezet voor de komende jaren. Een artikel van Wim van Wilderode, business development manager bij Comarch.

    Het is niet verrassend dat verzekeringsmaatschappijen de optimalisatie van het claimproces hoog op hun agenda hebben gezet voor de komende jaren.

    Hoewel de hele waardeketen van claims aandacht verdient, zijn er een paar gemakkelijk bereikbare mogelijkheden en domeinen die de komende jaren een strategische focus verdienen.

    Chatbots laaghangend fruit

    Chatbots hebben hun nut al bewezen in het claimproces. Chatbots lijken vooral interessant in de FNOL-fase waar ze de klant op een intuïtieve manier door de registratiestappen kunnen leiden. Het belangrijkste voordeel van chatbots is dat ze alle noodzakelijke gegevens verzamelen. Op die manier elimineren chatbots een enorme manuele werklast in vergelijking met het traditionele proces waarbij verzekeraars eventuele ontbrekende waarden manueel moeten invullen.

    Omdat chatbots relatief eenvoudig kunnen worden geïmplementeerd en snel op de markt worden gebracht, zijn ze het ultieme laaghangende fruit in het traject naar een soepele claimafhandeling.

    Menselijke factor

    Een van de grootste uitdagingen van verzekeraars bij het implementeren van chatbots is het verlies van de menselijke touch, wat kan leiden tot frustratie bij klanten. De meest voor de hand liggende oplossing is om de klant in realtime de mogelijkheid te bieden om menselijke hulp in te roepen – bij voorkeur de gekende en vertrouwde verzekeringsadviseur/makelaar. Daarom is het absoluut noodzakelijk om de chatbot te integreren in zowel klantgerichte apps en portalen als in portalen voor makelaars.

    Verbetering claimpreventie en hulp bij claims

    Van smartphones tot smart homes, van privéauto’s tot industriële machines – alles is met elkaar verbonden. Verzekeraars kunnen van deze evolutie profiteren, aangezien deze apparaten een waarschuwing kunnen sturen om een claim te helpen voorkomen, bijvoorbeeld door tijdig de remmen van een auto te vervangen of  het onderhoud van de gasketel te verzorgen.

    De meest efficiënte manier is om de belangrijkste actoren op één omnichannelplatform te verbinden

    Wanneer zich toch een schadegeval voordoet, kan een waarschuwing worden geactiveerd, zoals een onmiddellijke oproep van bijstand na autopech of een ambulance na valdetectie bij een bejaarde patiënt. Verzekeringsmaatschappijen bevinden zich in een natuurlijke positie om de rol van facilitator te spelen voor risicopreventie en hulp bij claims. Hierdoor zullen verzekeraars een steeds belangrijkere positie opeisen in bepaalde ecosystemen, zoals mobiliteit, gezondheid en wonen.

    Benut realtime informatie en data

    Apparaten die voorzien zijn van sensoren en verbonden zijn met het internet zijn bovendien een bron van realtime informatie en een goudmijn aan data. Typische problemen voor verzekeraars zijn de datakwaliteit en gegevens die versnipperd zijn over verouderde systemen. Met deze nieuwe aanpak krijgen verzekeraars de kans om betere inzichten te verwerven in claims. Zo kunnen ze dankzij realtime gegevens de domeinen identificeren waar preventie nodig is met bijvoorbeeld data over frequentie en locatie om gevaarlijke kruispunten vast te stellen.

    Het probleem met het verzamelen van enorme datasets is dat ze moeilijk handmatig te beheren zijn. Maar daar kan artificiële intelligentie bij helpen.

    In het domein van verzekeringsclaims hebben machine learning en artificiële intelligentie hun waarde bewezen bij het opsporen van fraude. De voordelen van op AI gebaseerde fraudedetectiesystemen zijn onder meer minder valse meldingen, waardoor claimbehandelaars aanzienlijk minder tijd nodig hebben en nauwkeuriger te werk kunnen gaan. Uiteindelijk leidt dit tot lagere operationele kosten, minder fouten en een hogere productiviteit bij claimbehandelaars.

    Omnichannel: doeltreffende claimafhandeling

    Bij data en informatie is delen essentieel. Alleen door ervoor te zorgen dat de juiste mensen op het juiste moment worden geïnformeerd, kan de claim op een efficiënte manier worden afgehandeld.

    Stelt u zich eens voor dat een klant een schadeclaim indient, maar dat zijn vertrouwde makelaar niet op de hoogte wordt gebracht? Of erger nog, dat de makelaar geen toegang heeft tot de nodige gegevens om de klant te helpen. Een klant zou dan de wegenhulp moeten bellen, de schadeclaim bij de verzekeraar moeten indienen en daarna zijn vertrouwde makelaar weer helemaal opnieuw moeten informeren.

    Meer achtergrondartikelen van Comarch?

    Bekijk ze hier ...

    Omnichannel claimprocessen garanderen dat alle info op het juiste moment bij de juiste personen terechtkomt. De meest efficiënte manier is om de belangrijkste actoren op één omnichannelplatform te verbinden – zo hoeft u niet bij elke kleine wijziging alle processen te herontwerpen. Zo zijn de klant, de tussenpersoon (makelaar/agent), de claimbehandelaar/-expert, de wegenhulp en de verzekeringsmaatschappij al met elkaar verbonden en hebben ze toegang tot alle nodige gegevens om de claim te verwerken.

    Op die manier krijgen de belangrijkste actoren de mogelijkheid om de claim te verwerken en zullen de klanten de menselijke benadering bij de behandeling van hun claim op prijs stellen.

    Goede basis

    Omnichannelplatformen, chatbots en op AI gebaseerde oplossingen kunnen gemakkelijk in het IT-landschap van de verzekeraar worden ingepast. Door een aantal bestaande functionaliteiten te vervangen of te overlappen, kunnen deze oplossingen snel resultaat leveren. Op de lange termijn loont het echter de moeite om de basis goed te krijgen door één (modulaire) tool te implementeren die het beheer van de volledige claimswaardeketen dekt, van registratie tot verificatie, berekening, besluitvorming en schikking.

    Conclusie

    Bij het opstellen van de roadmap voor de transformatie van claims zijn er een aantal, voor de hand liggende, gemakkelijk bereikbare mogelijkheden. Artificiële intelligentie, machine learning en chatbots zetten de deur open voor automatisering, efficiëntie en kostenbesparing.

    Het juiste evenwicht tussen automatisering en de menselijke factor is cruciaal, anders lopen verzekeraars het risico hun klanten, werknemers en distributienetwerk van zich te vervreemden. Het verbinden van de belangrijkste actoren van de claimswaardeketen op één omnichannelplatform blijft de gemakkelijkste manier om de menselijke factor te beschermen en tegelijk een efficiënte claimafhandeling te garanderen.

    Dit artikel is gesponsord door Comarch for Insurance.

  • 09 Jul 2021 11:23 | Advieskantoor 'FINANCE Visie' (Administrator)

    Ruim 60 procent van de hoogopgeleide zzp’ers steunt een sociaal basisstelsel voor alle werkenden op de arbeidsmarkt. Dit blijkt uit onderzoek van HR-dienstverlener HeadFirst Group, waar ruim 1700 zelfstandig professionals (zp’ers) recent aan hebben deelgenomen. Een breed draagvlak in vergelijking met de steun voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zzp’ers, waar juist 70 procent niets voor voelt. Het stemt Han Kolff, CEO bij HeadFirst Group, positief. “Wij omarmen het idee van het creëren van een gelijker sociaal speelveld. Ieder individu in Nederland – ongeacht de werkvorm en arbeidsrelatie – heeft recht op bescherming en zekerheid.”

    De SER bracht vorige maand het advies om een sociaal vangnet voor zelfstandigen te creëren voor bijzondere en onvoorziene omstandigheden. Zelfstandigen dienen hier zelf aan bij te dragen. Kolff gaat een stap verder en pleit voor een basisvoorziening voor alle werkenden, zoals wordt voorgesteld in het sociaal akkoord tussen ONL, VZN en AVV. “Maak van de zzp’er geen uitzondering, maar biedt een breed vangnet. We bewegen naar een arbeidsmarkt waarin het werk centraal staat, niet de contract- of rechtsvorm. Daarom is het van belang om zekerheden te creëren die meebewegen met de uitdagingen en wisselingen die mensen tegenkomen in hun werkende leven.”

    Zekerheid op niveau van individu

    Kolff wordt daarin gevoed door de mening van zp’ers. Uit onderzoek van HeadFirst Group blijkt dat met name op het gebied van arbeidsongeschiktheid een basisstelsel hoog scoort: 61 procent is voorstander. Ziekte en werkloosheid heeft minder aanhangers, maar is zeker niet uitgesloten met 41 en 24 procent. “De solidariteit onder zp’ers is hoog. Toch werd ik verrast door het aantal zp’ers dat bereid is bij te dragen aan een sociaal basisstelsel, voor met name arbeidsongeschiktheid. Als we op deze manier de hulpbehoevende zzp’er kunnen beschermen en de rest vrij kunnen laten om te ondernemen, dan zetten we echt een stap in de goede richting. Het is aan het nieuwe kabinet om deze handschoen op te pakken en hier serieus mee aan de slag te gaan”, benadrukt Kolff.

    Steun verplichte AOV laag

    De SER liet ook weten vast te houden aan de afspraak uit het Pensioenakkoord om zzp’ers zich verplicht te laten verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid om oneerlijke concurrentie en grote inkomensrisico’s voor individuen te voorkomen. De Stichting van de Arbeid kwam in maart vorig jaar met een voorstel voor de uitvoering van de verplichte AOV. Dit voorstel kreeg de nodige kritiek van zzp-organisaties. Ook de Belastingdienst en het UWV lieten aan demissionair minister Koolmees weten vraagtekens te hebben bij de technische uitvoering. Toch lijkt het erop dat het plan nog niet van tafel is. Op steun van zp’ers hoeft de overheid echter niet te rekenen, slechts 30 procent is positief gestemd.

    Helft zp’ers heeft niks geregeld

    Momenteel heeft de helft van de zp’ers zelf – bijvoorbeeld via een private partij of een broodfonds – de risico’s van arbeidsongeschiktheid afgedekt. De belangrijkste reden voor zp’ers om zich te verzekeren, is dat zij het financiële risico zelf niet willen (53 procent) of kunnen (21 procent) dragen. Nog eens 16 procent kan niet terugvallen op het inkomen van de partner. Van de zp’ers die geen arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben afgesloten, zegt 35 procent het financiële risico te kunnen dragen. Verder vindt één op de vijf de kosten niet opwegen tegen de baten en acht 11 procent het risico op arbeidsongeschiktheid laag.

<< First  < Prev   1   2   3   4   5   ...   Next >  Last >> 


Burg. Kolfschotenstraat 4    5616 DD Eindhoven
platform@riskshare.nl         Tel. +31653374097nnnnnnn